Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.5 – Kritiek op de onvrijheid van de wil 2.5.10 – Gods beloften dienen ongeveer hetzelfde doel als zijn geboden

2.5.10 – Gods beloften dienen ongeveer hetzelfde doel als zijn geboden

De tweede categorie met argumenten ligt dicht tegen de vorige categorie aan. Mijn tegenstanders voeren de beloften aan waarmee de Heer een verbond aangaat met onze wil. Bijvoorbeeld: ‘Zoek het goede en niet het slechte. Dan zullen jullie leven.’ Amos 5:14 ‘Als jullie naar mij willen luisteren, dan zullen jullie het goede van het land eten. Maar als jullie weigeren, dan zullen jullie door het zwaard gegeten worden. Want de HEER heeft het gezegd.’ Jesaja 1:19-20 En: ‘Als jullie de afschuwelijke afgoden wegdoen van voor mijn ogen, dan zullen jullie niet verdreven worden.’ Jeremia 4:1-2 ‘Als jullie naar de stem van de HEER jullie God luisteren en al zijn geboden doen en jullie daaraan houden, dan zal de HEER jullie verheffen boven alle volken op aarde.’ Deuteronomium 28:1 En meer van zulke passages.

Mijn tegenstanders denken dat het ongepast is als de Heer ons zegeningen belooft als wij niet in staat zijn die beloften aan te nemen of af te wijzen. Ze vinden dat Hij dan de spot met ons drijft. En inderdaad is dit menselijk gesproken een heel plausibel argument. Want je zou kunnen stellen: de Heer speelt een wreed spelletje met ons als Hij verkondigt dat het van onze wil afhangt of Hij ons goedgezind is, terwijl wij onze wil niet eens de baas zijn! God is wel heel gul voor ons als Hij ons allerlei zegeningen voorspiegelt, terwijl wij niet in staat zijn om ervan te genieten! En de beloften bieden maar een vreemd soort zekerheid, want ze zullen nooit vervuld worden, omdat we onmogelijk kunnen voldoen aan de voorwaarde!

Ergens anders zal ik het hebben over de beloften waar een voorwaarde aan vastzit. Dan zal ik duidelijk maken dat het helemaal niet absurd is dat ze onmogelijk vervuld kunnen worden. Maar wat betreft het onderwerp dat nu aan de orde is: ik ontken dat God een onmenselijk spelletje met ons speelt als Hij ons uitnodigt zijn zegeningen te verdienen, terwijl Hij weet dat we daartoe totaal niet in staat zijn.

De beloften worden immers evengoed aangeboden aan gelovigen als aan de goddelozen. Dus zijn ze voor beiden nuttig. Door de geboden prikkelt God het geweten van de goddelozen. Want Hij wil niet dat ze zich zoetjes laten strelen door hun zonden, zonder te denken aan het oordeel. Door de beloften laat Hij hun in zekere zin zien hoe onwaardig ze zijn zegeningen zijn. Wie zou immers ontkennen dat het volkomen eerlijk en gepast is dat de Heer de mensen die Hem dienen zegent, maar dat Hij de mensen die zijn majesteit verachten streng straft? God heeft dus alle recht om zo te handelen. Het is niet ongepast als Hij de goddelozen, die in de boeien van de zonde geketend zitten, bij zijn beloften de voorwaarde stelt dat ze pas van zijn zegeningen zullen genieten als ze hun slechtheid achter zich gelaten hebben. Al was het maar om hen te laten begrijpen dat zij terecht worden buitengesloten van wat gegeven wordt aan mensen die God oprecht dienen.

Aan de andere kant wil God de gelovigen op alle mogelijke manieren opwekken om Hem om genade te smeken. We hebben gezien dat Hij dat doet door zijn geboden. Voor hen levert dat veel op. Daarom is het helemaal niet ongepast als Hij hetzelfde ook probeert door beloften. De geboden leren ons wat God wil. Dat herinnert ons aan onze ellende, omdat wij met heel ons hart van die wil afwijken. Bovendien zet dat ons ertoe aan om zijn Geest te hulp te roepen, om door Hem op het juiste pad geleid te worden. Maar de geboden prikkelen ons nog niet genoeg in onze laksheid. Daarom worden er beloften aan toegevoegd. Die moeten ons met een bepaalde aantrekkelijkheid verleiden om de geboden te gaan liefhebben. En hoe meer we gaan verlangen naar rechtvaardigheid, hoe enthousiaster we Gods genade gaan zoeken.

Zo zie je dus dat de Heer wel bij ons aandringt met woorden als: ‘Als jullie willen, als jullie luisteren.’ Maar dat Hij ons daarmee niet toeschrijft dat we in staat zijn om te willen of te luisteren. En dat Hij dan toch niet de spot drijft met onze onmacht. Want je ziet dat Hij dit doet in het belang van wie Hem dienen. En dat Hij zondaren zo nog duidelijker laat zien dat hun veroordeling terecht is.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.