Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.5 – Kritiek op de onvrijheid van de wil 2.5.1 – Onvermijdelijkheid en vrijwilligheid sluiten elkaar niet uit

2.5.1 – Onvermijdelijkheid en vrijwilligheid sluiten elkaar niet uit

Het zou kunnen lijken dat ik nu genoeg gezegd heb over de menselijke wil. Alleen zijn er mensen die de menselijke wil met een vals idee van vrijheid ten val proberen te brengen. Zij hebben argumenten aangevoerd om mijn opvatting te bestrijden. In de eerste plaats komen ze met enkele absurde redeneringen om mijn opvatting zwart te maken, alsof mijn opvatting in strijd zou zijn met gezond verstand. Vervolgens binden ze ook de strijd met mij aan met bewijzen uit de Schrift. Beide tactieken zal ik een voor een ontzenuwen.

Als zonde onvermijdelijk is, zeggen ze, is zonde geen zonde meer. Als mensen zonde willen, is zonde dus niet onvermijdelijk. Dat zijn dezelfde wapens waarmee Pelagius Augustinus aanviel. Maar ik zal hen niet lastigvallen met de naam van Pelagius, voordat ik inhoudelijk voldoende op hun argumenten ingegaan ben. Welnu, ik ontken dat zonde minder strafbaar zou zijn omdat zonde onvermijdelijk is. En ik ontken ook dat zonde niet onvermijdelijk zou zijn, zoals zij beweren, omdat mensen zonde willen.

Wil iemand met God in discussie gaan en aan zijn oordeel ontkomen met het excuus dat hij niet anders kon? Dan ligt het antwoord klaar dat ik al eerder gegeven heb: het komt niet door de schepping, maar door het bederf van onze natuur dat de mens onderworpen is aan de zonde en alleen maar kwaad wil doen. Goddelozen willen hun onmacht wel graag als excuus gebruiken. Maar Adam heeft zich uit eigen beweging onderworpen aan de tirannie van de duivel. Waar zou onze onmacht anders vandaan komen? Dit is dus de oorzaak van het bederf dat ons geketend houdt: de eerste mens heeft zijn schepper verraden. Alle mensen zijn schuldig aan dit verraad. Als dat waar is, moeten ze dus niet denken dat hen geen blaam treft omdat hun zonde onvermijdelijk is. Die onvermijdelijkheid laat juist heel duidelijk de reden zien voor hun veroordeling.

Dit heb ik hierboven duidelijk uitgelegd. En ik heb de duivel zelf als voorbeeld gesteld om duidelijk te maken dat wie onvermijdelijk zondigt, toch zondigt omdat hij dat wil. Op dezelfde manier houden aan de andere kant de uitverkoren engelen toch hun eigen wil, ook al kan die wil niet afwijken van het goede.

Bernardus van Clairvaux leert dit ook heel slim: wij zijn er extra ellendig aan toe omdat de onvermijdelijkheid vrijwillig is. Maar die onvermijdelijkheid houdt ons zo gevangen dat we slaven van de zonde zijn, zoals ik hiervóór verteld heb.1

Het tweede deel van het argument van mijn tegenstanders – dat zonde niet onvermijdelijk is omdat mensen zonde willen – is gewoon fout. Want het is verkeerd om zo van ‘willen’ over te springen op ‘vrij’. Ik heb hierboven aangetoond wat we vrijwillig dingen doen zonder dat we er ook vrij voor kiezen.

1Bernardus van Clairvaux, Sermones super Cantica canticorum, 81.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.