2.4.8 – De onvrijheid van de wil zegt alleen iets over de mogelijkheid om vrij te kiezen

0
85

De lezers moeten hier wel bedenken dat je waar de wil van de mens toe in staat is niet kunt beoordelen door te kijken naar hoe de dingen aflopen. Sommige mensen zijn zo dom dat wel te doen. Zij denken dat het een geweldig en slim idee is om te bewijzen dat de wil slaaf is op basis van het feit dat zelfs de hoogste monarchen niet altijd hun zin krijgen. Maar ik heb het hier over de vraag waartoe de mens vanbinnen in zichzelf in staat is. We moeten dat niet afmeten aan de zichtbare uitkomst.

Immers, als we de vrijheid van de wil behandelen, is de vraag niet of de mens alles wat hij bedacht heeft, kan uitvoeren, ondanks de hindernissen die er buiten hemzelf bestaan. De vraag is of hij in alle denkbare gevallen vrij kan kiezen wat hij goed vindt en wat hij wil. Als mensen die twee dingen zouden kunnen, zou Attilius Regulus, opgesloten in een nauw met spijkers beslagen vat, een even vrije wil hebben als keizer Augustus als heerser over een groot deel van de wereld.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in