2.4.3 – God verblindt en verhardt de goddelozen

De kerkvaders deinzen er soms voor terug om op dit punt simpelweg te belijden wat de waarheid is. Want ze zijn bang dat ze goddelozen dan aanleiding zouden geven om oneerbiedig te spreken over Gods werk. Zulke zelfbeheersing waardeer ik enorm. Toch vind ik dat we geen enkel risico lopen als we gewoon vasthouden aan wat de Schrift leert.

Zelfs Augustinus is soms niet vrij geweest van die angst. Hij zegt bijvoorbeeld ergens dat het verharden en verblinden niet valt onder Gods werk, maar onder zijn voorkennis.1 Maar er zijn vele uitspraken in de Schrift die duidelijk laten zien dat er van God meer aan te pas komt dan alleen voorkennis. Die uitspraken laten zulke spitsvondigheden niet toe. En Augustinus zegt zelf in een lang betoog in boek 5 van Tegen Julianus dat zonden niet alleen maar door God toegelaten of getolereerd worden. Ze vallen onder zijn macht. Hij gebruikt ze om eerdere zonden te bestraffen.2 Daarmee komt Augustinus dus op zijn eerdere uitspraak terug.

Daarom is ook wat men aanvoert over het toelaten niet overtuigend genoeg om overeind te blijven. In de Schrift wordt vaak gezegd dat God verworpenen verblindt en verhardt, dat Hij hun hart keert, buigt en in beweging brengt. Ik heb dat ergens anders al uitgebreider uitgelegd. Hoe dit zit, valt echt niet te verklaren als je je toevlucht neemt tot voorkennis of toelating.

Mijn antwoord is dus dat het op twee manieren gaat. Waar Gods licht weggenomen is, blijft immers alleen maar duisternis en blindheid over. En als Gods Geest is weggenomen, verandert ons hart in steen. Wie niet langer door God geleid wordt, raakt van het juiste pad en wordt misvormd. Het is dus terecht als de Schrift zegt dat God de mensen verblindt, verhardt en buigt van wie Hij het vermogen om te zien, te gehoorzamen en het goede te doen heeft afgenomen.

De tweede manier komt veel dichter bij wat het letterlijk betekent dat God in het hart van de verworpenen werkt. Om zijn oordelen uit te voeren buigt God door middel van de uitdeler van zijn woede, Satan, hun plannen waarheen Hij maar wil. Zo brengt Hij hun wil in beweging en geeft Hij hun kracht voor wat ze ondernemen. Mozes vertelt dat koning Sihon het volk geen doorgang gaf, omdat God zijn geest verhard en zijn hart verstokt had. Hij voegt daar dan meteen aan toe wat de bedoeling daarvan was: ‘Om hem in onze hand te geven,’ zegt Mozes. Deuteronomium 2:30 Dus omdat God wilde dat Sihon zou omkomen, bereidde Hij zijn val voor door zijn hart te verharden.

1Pseudo-Augustinus, De praedestinatione et gratia, 4-5.

2Augustinus, Contra Iulianum V, 3.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.