Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.4 – Gods werk in het hart van de mens 2.4.2 – In elke slechte daad zijn God, Satan en de mens alle drie aan het werk

2.4.2 – In elke slechte daad zijn God, Satan en de mens alle drie aan het werk

Maar met Gods werk in zulke mensen zit het heel anders. Om dat extra duidelijk te maken, kunnen we als voorbeeld het onheil nemen dat de Chaldeeën de heilige Job aandeden. Eerst doodden de Chaldeeën zijn herders en daarna roofden ze zijn kudde. Het is klip en klaar dat dit een goddeloze daad van hen was. Want als we zien dat rovers een moord of een roofoverval plegen, aarzelen we niet om hun de schuld te geven en hen te veroordelen. Maar Satan is in hun daad niet passief. Dit komt allemaal van hem, zo vertelt het verhaal. Job zelf echter herkent er het werk van de Heer in. Hij zegt dat de Heer hem heeft afgenomen wat de Chaldeeën van hem geroofd hebben. Job 1:12-21

Hoe kunnen we een en dezelfde daad toeschrijven aan God, Satan en de mens, zonder Satan te verontschuldigen omdat hij samenwerkt met God en zonder God verantwoordelijk te stellen voor het kwaad? Dat is niet moeilijk. We moeten eerst kijken naar het doel van deze daad en vervolgens naar de manier waarop deze daad wordt uitgevoerd. De bedoeling van de Heer is dat zijn dienaar door tegenslag getraind wordt in geduld. Satan probeert hem tot wanhoop te brengen. De Chaldeeën willen onrechtmatig en oneerlijk voordeel halen uit andermans bezit. Je kunt dus al een groot onderscheid aanbrengen in deze daad doordat er een groot verschil is in het doel.

In de manier waarop is het verschil niet minder groot. De Heer staat toe dat Satan zijn dienaar slaat. De Heer heeft de Chaldeeën uitgekozen als dienaren om dit uit te voeren. Hij laat hen over aan Satan zodat die hen ertoe kan aanzetten. De Chaldeeën zijn toch al geen beste lieden en Satan hitst hen met zijn venijnige prikkels op om deze schanddaad uit te voeren. In een razende woede haastten zij zich om dit onrecht voor elkaar te krijgen. Zo raken ze met al hun ledematen verstrikt en besmeurd in deze misdaad.

Eigenlijk wordt er dus gezegd dat Satan werkt in de verworpenen. In hen oefent hij zijn gezag van zonde uit. Maar er wordt ook gezegd dat God op zijn eigen manier werkt. Want Satan is zelf een instrument van Gods woede. God buigt hem hierheen en daarheen, net wat Hij wil, om zijn rechtvaardige oordelen uit te voeren. Ik heb het hier niet over de algemene beweging waarmee God alle schepselen onderhoudt en de kracht geeft om alles te doen wat ze doen. Ik heb het over het specifieke werk van God die in elke daad zichtbaar wordt.

We zien dus dat het niet absurd is om een en dezelfde daad toe te schrijven aan God, Satan en de mens. Maar omdat er verschil is in het doel en in de manier waarop, schittert Gods rechtvaardigheid onberispelijk, terwijl de slechtheid van Satan en de mens openbaar worden tot hun schande.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.