2.4.1 – Mensen geven zich vrijwillig over aan Satan

Als ik me niet vergis, heb ik nu wel duidelijk genoeg bewezen dat de mens zo gevangen zit onder het juk van de zonde dat hij van nature met zijn begeerte niet naar het goede kan verlangen en niet in staat is zijn best te doen om het goede te doen. Bovendien heb ik uitgelegd wat het verschil is tussen dwang en onvermijdelijkheid. Het is nu dus duidelijk dat de mens weliswaar onvermijdelijk zondigt, maar ondanks dat toch zondigt omdat hij dat wil.

Maar omdat de mens in slavernij gebonden is aan de duivel, lijkt het erop dat hij meer gedreven wordt door wat de duivel wil, dan door wat hij zelf wil. Daarom rest mij nu nog de taak om te ontrafelen wat nu eigenlijk de een doet en wat de ander doet. Vervolgens moeten we een vraag beantwoorden waar velen mee worstelen: is God ook voor een deel verantwoordelijk voor onze slechte daden? Want volgens de Schrift is Hij op een of andere manier in die daden aan het werk.

Augustinus vergelijkt de menselijke wil ergens met een paard dat reageert op de aanwijzingen van zijn berijder. En hij vergelijkt God en de duivel met berijders. Hij zegt: ‘Als God de wil van een mens berijdt, dan bestuurt Hij die rustig, als een bedaarde en ervaren ruiter. Hij spoort hem aan als hij traag is en houdt hem in toom als hij te snel gaat. Hij bedwingt zijn uitgelatenheid en overmoed en breekt zijn koppigheid. Hij leidt hem op de juiste weg. Maar als de duivel de wil van een mens in bezit genomen heeft, dan drijft hij hem als een doldwaze ruiter buiten de gebaande wegen. Hij jaagt hem in kuilen en laat hem in ravijnen vallen. En hij zet hem aan tot koppigheid en onbesuisdheid.’ Ik kan geen betere vergelijking bedenken en daarom moeten we met deze vergelijking tevreden zijn.

Dat de wil van een natuurlijk mens onderworpen is aan het gezag van de duivel wil dus niet zeggen dat de wil tegen zijn zin gedwongen wordt om de duivel te gehoorzamen, ook al verzet hij zich. Zo dwingen wij mensen onwillige slaven onze bevelen te gehoorzamen, als wij zeggenschap over hen hebben. Maar Satan betovert de wil met zijn goocheltrucs en dan is de wil onvermijdelijk bereid om alle leiding van Satan te gehoorzamen. Want als de Heer hen niet de leiding van zijn Geest waard keurt, geeft Hij hun op grond van zijn rechtvaardig oordeel over aan het werk van Satan.

Daarom zegt de apostel Paulus dat de god van deze wereld de gedachten verblind heeft van de ongelovigen die bestemd zijn voor de ondergang, zodat ze het licht van het evangelie niet kunnen onderscheiden. 2 Korinthiërs 4:4 En ergens anders zegt de apostel dat Satan werkt in de kinderen van de ongehoorzaamheid. Efeziërs 2:2 De verblinding van de goddelozen en de schanddaden die daar het gevolg van zijn, worden het werk van Satan genoemd. Maar toch moeten we de oorzaak daarvan niet zoeken buiten de menselijke wil. In de wil schiet de wortel op van het kwaad. In de wil ligt het fundament van het rijk van Satan: de zonde.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.