2.3.2 – De argumentatie van Paulus

Niet minder hard wordt het hart veroordeeld als ervan gezegd wordt dat er niets zo onbetrouwbaar is en dat het door en door slecht is. Jeremia 17:9 Omdat ik beknopt probeer te zijn, neem ik genoegen met slechts één passage. Maar die vormt wel een heldere spiegel waarin we een compleet beeld kunnen zien van onze aard.

Want als de apostel Paulus het menselijk geslacht in zijn hoogmoed een toontje lager wil laten zingen, gebruikt hij de volgende Schriftbewijzen: ‘Er is niemand rechtvaardig. Er is niemand verstandig en niemand zoekt God. Allemaal zijn ze afgeweken, samen zijn ze nutteloos geworden. Er is niemand die goed doet, zelfs niet één. Psalm 14:1-3; 53:2-4 Hun keel is een open graf. Met hun tong plegen ze bedrog. Psalm 5:10 Achter hun lippen schuilt het venijn van een adder. Psalm 140:4 Hun mond is vol gevloek en bitterheid. Psalm 10:7 Ze haasten zich om bloed te vergieten, ze trekken een spoor van vernieling en ellende. Jesaja 59:7-8 Vrees voor God kennen ze niet.’ Romeinen 3:10-18

Met deze bliksemschichten fulmineert hij niet tegen bepaalde mensen, maar tegen heel het nageslacht van Adam. En hij vaart niet uit tegen de slechte moraal van een bepaalde tijd, maar beschuldigt de menselijke natuur ervan dat die altijd slecht is. Immers, in deze passage is het niet zijn bedoeling om de mensen simpelweg te vermanen, zodat ze zich bekeren. Hij wil juist leren dat iedereen in het nauw zit door onvermijdelijke rampen. Ze kunnen er niet aan ontkomen als God ze er in zijn barmhartigheid niet uittrekt. Maar dat kon Paulus alleen maar bewijzen op basis van de ondergang en vernietiging van de menselijke natuur. Daarom komt hij met deze Schriftbewijzen. Die tonen aan dat onze natuur volslagen verloren is.

We moeten er dus aan vasthouden dat het niet alleen door de zonde van een slechte gewoonte komt dat de mensen zijn zoals ze hier worden beschreven. Het komt ook door de slechtheid van hun aard. Anders kan de argumentatie van de apostel niet overeind blijven dat er voor de mens geen redding mogelijk is behalve als God hem barmhartig is. Want dat geldt alleen als de mens in zichzelf hopeloos verloren is. Romeinen 3:23-24

Ik ga hier geen moeite doen om aan te tonen dat Paulus deze Schriftbewijzen op de juiste manier heeft aangehaald, om daarmee te voorkomen dat iemand zou denken dat Paulus ze verkeerd toepast. Ik doe maar gewoon alsof Paulus de eerste is die dit zegt en alsof hij het niet van de profeten heeft overgenomen.

Om te beginnen ontzegt Paulus de mens rechtvaardigheid. Dat wil zeggen: hij ontkent dat de mens ongeschonden en zuiver is. Vervolgens ontzegt hij de mens verstand. Dat het de mens aan verstand ontbreekt, wordt bewezen door het verraad aan God. Want Hem zoeken is de basis van wijsheid. Als je van God afwijkt, is dit dus onvermijdelijk je lot. Paulus voegt daaraan toe dat iedereen afgeweken is. Daardoor is het net alsof ze verrot zijn. En er is niemand die goed doet. Vervolgens noemt Paulus de schanddaden op waarmee de mensen al hun ledematen bezoedelen, nu ze eenmaal in hun slechtheid hun eigen gang kunnen gaan. Ten slotte verklaart hij dat de mensen de vrees voor God missen. Terwijl dat de norm is waar ze hun voetstappen naar hadden moeten richten.

Als dit de erfelijke eigenschappen van het menselijk geslacht zijn, dan zoeken we in onze natuur tevergeefs naar iets goeds. Nu geef ik toe dat deze schanddaden niet in ieder mens tevoorschijn komen. Maar we mogen niet ontkennen dat deze veelkoppige slang in ieders hart schuilt. Als de ziektekiem zich al in een lichaam bevindt en zich daar nestelt, dan kun je ook niet zeggen dat dat lichaam gezond is. Ook al brandt de pijn nog niet. Zo kun je ook de ziel niet gezond noemen als zij krioelt van dit soort zonde-ziekten. Hoewel deze vergelijking niet helemaal opgaat. Want als een lichaam is aangetast door ziekte, is daarin toch nog levenskracht over. Maar als de ziel in deze levensgevaarlijke draaikolk ondergedompeld is, gaat zij niet alleen gebukt onder de zonde. Er is in de ziel helemaal niets goeds meer over.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.