Insitutie Boek 2 – God als verlosser in Christus 2.2 – De onvrijheid van de wil 2.2.24 – Het algemene besef van goed en kwaad is verre van perfect

2.2.24 – Het algemene besef van goed en kwaad is verre van perfect

Bovendien, als je hoort over een algemeen oordeel waarmee je onderscheid kunt maken tussen goed en kwaad, dan moet je niet denken dat dat steeds een gezond en zuiver oordeel is. Het hart van de mens is weliswaar gevuld met het vermogen onderscheid te maken tussen rechtvaardig en onrechtvaardig. Maar het enige doel daarvan is dat mensen zich niet kunnen verschuilen achter het excuus van onwetendheid. En daarvoor is het helemaal niet nodig dat mensen in elk afzonderlijk geval de waarheid kunnen onderscheiden. Het is meer dan voldoende als ze zoveel inzicht in de waarheid hebben dat ze geen uitweg meer kunnen vinden. Nu al sidderen ze voor Gods rechterstoel, omdat hun geweten hen aanklaagt.

We moeten bereid zijn ons verstand af te meten aan Gods wet. Die wet is een voorbeeld van volmaakte rechtvaardigheid. Als we ons verstand daaraan afmeten, zullen we merken in hoeveel opzichten ons verstand blind is.

In elk geval begrijpt ons verstand niet wat de kern is van de eerste tafel van de wet: dat je alleen op God moet vertrouwen, dat je zijn goede eigenschappen en rechtvaardigheid moet erkennen, dat je zijn naam moet aanroepen en hoe je op de juiste manier de sabbat houdt. Exodus 20:3-8 Wie heeft ooit op grond van zijn natuurlijk besef vermoed dat de zuivere dienst van God bestaat uit wat in deze en vergelijkbare geboden wordt voorgeschreven? Want als goddeloze mensen God willen dienen, vallen ze steeds weer terug in hun waardeloze onzinnigheden, ook al worden ze honderdmaal opgeroepen daarmee op te houden. Ze zeggen wel dat je God geen plezier doet met offers als die niet gepaard gaan met een oprecht hart. Daardoor laten ze zien dat ze wel een beetje begrijpen hoe je God geestelijk moet dienen. Maar door al hun verkeerde verzinsels spannen ze in hun dienst aan God toch meteen het paard weer achter de wagen. Want nooit kun je hen ervan overtuigen dat wat de wet daarover voorschrijft, waar is. Waarom zou ik dan zeggen dat het verstand uitblinkt doordat het toch een beetje inzicht heeft? Het is niet eens in staat uit zichzelf wijs te zijn of naar vermaningen te luisteren. Dat heeft het verstand wel bewezen. Het is dus nogal dom.

Wat betreft de geboden van de tweede tafel van de wet Exodus 20:9-16 heeft ons verstand iets meer inzicht. Want die geboden gaan over het in stand houden van de maatschappij. Hoewel, ook hier wordt het verstand soms op fouten betrapt. Want juist de meest intelligente mensen vinden het ronduit absurd om gebukt te gaan onder een onrechtvaardig en tiranniek bewind, als je dat ook op een of andere manier kunt afwerpen. Het menselijk verstand vindt het slaafs en verachtelijk een dergelijk bewind geduldig te dragen. En het vindt het eervol en edel als je zo’n bewind van je afschudt. Ook de filosofen beschouwen het wreken van onrecht niet als iets verkeerds. Maar God veroordeelt dat als hoogmoed. Hij schrijft de zijnen voor dat ze geduldig moeten zijn, iets waar mensen weinig respect voor hebben.

Maar hoe we ons ook aan de wet houden, wat ons daarbij volledig ontgaat, is dat ook ons begeren zondig is. Want de natuurlijke mens is er niet toe te bewegen dat hij erkent dat zijn begeerten ziek zijn. Het licht van onze natuur wordt gedoofd voordat het in de buurt kan komen van de ingang tot deze afgrond. Want de filosofen noemen onze ongeremde gemoedsbewegingen wel verkeerd. Maar dan bedoelen ze daarmee alleen de opvallende en meer ruwe uitingen daarvan. De slechte verlangens die in alle rust ons hart kietelen, tellen ze niet mee.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.