2.17.5 – Christus heeft onze schuld betaald

En de apostelen verklaren duidelijk dat Christus de prijs betaald heeft waardoor Hij ons zou verlossen van de schuld van de dood. ‘We worden gerechtvaardigd door zijn genade, door de verlossing in Christus. Hem heeft God gepresenteerd als zoenmiddel door geloof in zijn bloed.’ Romeinen 3:24-25 Paulus prijst hier Gods genade, omdat God zelf de losprijs gegeven heeft in Christus’ dood. Vervolgens beveelt hij ons om onze toevlucht te zoeken in Christus’ bloed. Want dan krijgen we rechtvaardigheid en kunnen we onbevreesd voor Gods oordeel staan.

Dezelfde betekenis heeft een uitspraak van Petrus: ‘Jullie zijn niet vrijgekocht met goud of zilver, maar met het kostbaar bloed van een onbevlekt lam.’ 1 Petrus 1:18-19 Deze tegenstelling zou immers niet van toepassing zijn als het ging om de prijs waarmee voor de zonden betaald is. Daarom zegt Paulus ook dat wij duur gekocht zijn. 1 Korinthiërs 6:20 Ook een andere uitspraak van Paulus zou niet overeind blijven als de straf die wij verdiend hadden niet op Hem geworpen was: ‘Er is één middelaar, die zichzelf gegeven heeft als losprijs.’ 1 Timotheüs 2:5-6

Daarom definieert dezelfde apostel de verlossing in het bloed van Christus als vergeving van de zonden. Kolossenzen 1:14 Daarmee zegt hij eigenlijk dat wij voor God gerechtvaardigd en vrijgesproken worden omdat het bloed voldoende is om God tevreden te stellen. Dat klopt ook met een andere passage, dat de schriftelijke schuldbekentenis die tegen ons getuigde aan het kruis is uitgewist. Kolossenzen 2:14 Want dat duidt op een betaling of een schadeloosstelling die ons bevrijdt van schuld.

Ook de volgende woorden van Paulus zijn heel belangrijk: ‘Als wij gerechtvaardigd worden door het doen van de wet, dan is Christus voor niets gestorven.’ Galaten 2:21 Want hieruit maak ik op dat we van Christus moeten krijgen wat we van de wet zouden krijgen als iemand zich daar volledig aan zou houden. Of – dat is hetzelfde – dat wij door de genade van Christus krijgen wat God beloofd had dat we in de wet zouden krijgen door onze daden: ‘Wie dit doet, zal daardoor leven.’ Leviticus 18:5

Paulus bevestigt dit niet minder duidelijk in de preek die hij in Antiochië houdt. Daar zegt hij dat we door in Christus te geloven gerechtvaardigd worden van alles waarvan we niet gerechtvaardigd konden worden door de wet van Mozes. Handelingen 13:39 (13:38-39) Want als het rechtvaardigheid betekent als je je aan de wet houdt, wie kan dan ontkennen dat Christus voor ons Gods gunst verdiend heeft, doordat Hij de last van de wet op zich heeft genomen en ons zo met God verzoent alsof wijzelf ons aan de wet gehouden hadden?

Hetzelfde bedoelt Paulus met wat hij later aan de Galaten leert: ‘God heeft zijn Zoon gezonden, geboren onder de wet, om degenen die onder de wet waren te verlossen.’ Galaten 4:4 Want wat had het voor zin dat Christus onderworpen was aan de wet, als dat niet was omdat Hij voor ons rechtvaardigheid verdiend heeft doordat Hij het op zich nam om te betalen wat wij niet konden betalen? Vandaar dat wij als rechtvaardig beschouwd worden onafhankelijk van wat we doen, zoals Paulus zegt. Romeinen 4:5 Want de rechtvaardigheid die alleen in Christus te vinden is, wordt beschouwd als onze rechtvaardigheid.

En vast en zeker is de enige reden waarom het vlees van Christus ons voedsel genoemd wordt, Johannes 6:55 dat daarin het bouwmateriaal voor ons leven ligt. En dat zijn vlees die betekenis heeft, komt alleen maar doordat Gods Zoon gekruisigd is als de prijs voor onze rechtvaardigheid. Of zoals Paulus zegt: Hij heeft zichzelf overgegeven als een offer, als een aangename geur. Efeziërs 5:2 En ergens anders: ‘Hij is gestorven om onze zonden en opgestaan om ons te rechtvaardigen.’ Romeinen 4:25 Daaruit kun je opmaken dat we dankzij Christus niet alleen behouden zijn. De Vader is ons nu ook omwille van Hem gunstig gezind. Want er is geen twijfel aan dat in Hem volledig vervuld is wat God via Jesaja zegt in beeldspraak: ‘Ik zal het doen omwille van Mijzelf en omwille van David, mijn knecht.’ Jesaja 37:35 En de apostel Johannes is daarvan de beste getuige. Hij zegt: ‘De zonden worden jullie vergeven omwille van zijn naam.’ 1 Johannes 2:12 Johannes noemt de naam van Christus niet, maar zoals de gewoonte was, bedoelt hij Hem wel als hij het persoonlijk voornaamwoord gebruikt – ‘zijn’ naam. De Heer zelf wil hetzelfde zeggen als Hij verklaart: ‘Zoals ik leef door de Vader, zo zullen jullie ook leven door Mij.’ Johannes 6:57 En dat stemt overeen met wat Paulus zegt: ‘Het is jullie gegeven omwille van Christus dat jullie niet alleen in Hem geloven, maar ook voor Hem lijden.’ Filippenzen 1:29

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.