2.17.4 – Christus heeft onze plaats ingenomen

0
98

Verder, als ik zeg dat Christus de genade voor ons verdiend heeft, dan bedoel ik daarmee dat wij door zijn bloed gereinigd zijn en dat zijn dood onze zonden uitgewist heeft. ‘Zijn bloed reinigt ons van zonde.’1 ‘Dit is mijn bloed, dat vergoten wordt om de zonden te vergeven.’2 Als dat het effect is van zijn vergoten bloed, dat onze zonden ons niet worden aangerekend, dan betekent dat dus dat dat bloed de prijs is waardoor aan Gods oordeel voldaan is.

Daarop slaat de uitspraak van Johannes de Doper: ‘Kijk, het lam van God dat de zonden van de wereld wegneemt.’3 Want hij plaatst Christus tegenover de offers van de wet. Zo wil hij leren dat alleen in Hem vervuld is wat door die afbeeldingen werd aangeduid. En we weten dat Mozes overal zegt dat de overtredingen goedgemaakt zullen worden, dat de zonden zullen worden uitgewist en vergeven.4 Kortom, de oude afbeeldingen vormen voor onze een heel goede les in de betekenis en het effect van Christus’ dood.

En de apostel legt deze kwestie uit in de brief aan de Hebreeën. Volkomen terecht gaat hij daarbij uit van het principe dat er geen vergeving plaatsvindt als er geen bloed vloeit.5 Daaruit concludeert hij dat Christus verschenen is om met zijn offer de zonde voor eens en voor altijd uit te wissen. En ook dat Hij geofferd is om de zonden van velen weg te nemen.6 Want eerder had hij gezegd dat Christus niet door het bloed van bokken of kalveren het heiligdom was binnengegaan, maar door zijn eigen bloed. Zo had hij een eeuwige verlossing tot stand gebracht.7

Bovendien volgt hij deze argumentatie: als het bloed van een jonge koe het vlees heiligt en reinigt, dan reinigt het bloed van Christus nog veel meer het geweten van dode daden. Daaruit blijkt heel duidelijk dat we de genade van Christus tekort doen als we zijn offer niet het effect toekennen dat het verzoent, tevreden stelt en genoegdoening schenkt. Daarom voegt hij er ook even later aan toe: ‘Hij is de middelaar van het nieuwe verbond. Zijn dood is tussenbeide gekomen om de zonden onder het oude verbond te verzoenen. Nu kunnen zij die geroepen zijn de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.’8

Maar we moeten vooral denken aan de analogie die Paulus tekent: Christus is voor ons een vervloekte geworden, enzovoort.9 Want het zou onnodig, ja zelfs absurd geweest zijn als de last van de vloek op Christus gelegd was als Hij zo niet de schuld van anderen zou betalen en voor hen rechtvaardigheid zou verdienen.

Ook de verklaring van Jesaja is duidelijk: de straf die ons vrede geeft, was op Christus gelegd en zijn striemen brachten ons genezing.10 Want als Christus niet voor onze zonden betaald had, zou er niet over Hem gezegd worden dat Hij God tevreden gesteld heeft door de de straf op zich te nemen die ons boven het hoofd hing. Dat klopt ook met wat op deze passage volgt: ‘Om de overtredingen van mijn volk heb ik Hem geslagen.’11

En daar komt de uitleg van Petrus nog bij. Die laat geen ruimte meer voor twijfel: Christus heeft onze zonden gedragen aan het hout.12 Want Petrus zegt dus dat de last van de vloek van ons afgenomen is en op Christus geworpen is.

11 Johannes 1:7

2Mattheüs 26:28; Lucas 22:20

3Johannes 1:29

4Exodus 34:7

5Hebreeën 9:22

6Hebreeën 9:26-28

7Hebreeën 9:12

8Hebreeën 9:13-15

9Galaten 3:13

10Jesaja 53:5

11Jesaja 53:8

121 Petrus 2:24

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in