2.16.11 – Christus moest strijden tegen de angst voor de dood

0
438

Daarom zegt Petrus dat Christus is opgestaan nadat Hij de weeën van de dood had losgemaakt, omdat die Hem onmogelijk konden vasthouden of overwinnen. Hij noemt niet simpelweg de dood, maar vertelt expliciet dat Gods Zoon verward zat in de weeën die voortkomen uit Gods vloek en woede. En die vormen de oorsprong van de dood. Want wat zou het eigenlijk voorgesteld hebben als Hij gekomen was om de dood te ondergaan, terwijl Hij niets te vrezen had, alsof het een spelletje was? Maar Hij sidderde voor de dood en toch vluchtte Hij er niet voor. Dat was echt een voorbeeld van zijn grenzeloze barmhartigheid.

En er is geen twijfel aan dat de apostel in de brief aan de Hebreeën hetzelfde wil leren. Hij schrijft dat Christus verhoord is uit zijn angst. Hebreeën 5:7 Anderen vertalen ‘angst’ met ‘ontzag’ of ‘vroomheid’. Maar uit de context en ook uit de manier van spreken blijkt wel hoe onterecht dat is. Christus bidt dus met tranen en luide uitroepen en Hij wordt uit zijn angst verhoord. Niet om vrij te zijn van de dood, maar om niet als een zondaar door de dood verslonden te worden. Hij had immers onze rol als zondaar op zich genomen. We kunnen ons vast geen afgrond voorstellen die zo afschuwelijk is als het gevoel dat God je verlaten heeft en dat je van Hem vervreemd bent. Dat je niet verhoord wordt als je tot Hem bidt. Dan is het net alsof Hij uit is op je ondergang.

We zien dat Christus zo diep verslagen was dat Hij in zijn vreselijke benauwdheid moest uitroepen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ Psalm 22:2; Mattheüs 27:46 Sommigen willen beweren dat Hij dit niet zei omdat Hij het zelf zo voelde, maar alleen omdat anderen vonden dat God Hem verlaten had. Maar dat is totaal onwaarschijnlijk. Want het staat vast dat deze uitspraak voortkwam uit een diepe benauwdheid van zijn ziel.

Toch beweer ik niet dat God Hem ooit vijandig gezind geweest is of boos op Hem is geweest. Want hoe zou Hij boos kunnen worden op zijn geliefde Zoon, met wie Hij heel blij is? Mattheüs 3:17; 12:18; 17:5; Marcus 9:7; Lucas 9:35; Jesaja 42:1 Of hoe zou Christus met zijn tussenkomst zijn Vader kunnen verzoenen met anderen, als Hij Hem zelf als vijand had? Maar ik beweer dat Hij de zware last van Gods strengheid gedragen heeft. Hij is geslagen en neergeworpen door Gods hand. Hij heeft alle tekenen ervaren van Gods woede en straf.

Daarom beargumenteert Hilarius dat Christus’ afdaling in de hel ons heeft opgeleverd dat de dood gedood is. En ook op andere plaatsen wijkt hij niet af van mijn opvatting. Bijvoorbeeld als hij zegt: ‘Het kruis, de dood en de hel betekenen voor ons leven.’ En ergens anders: ‘Gods Zoon is in de hel. Maar de mens wordt opgenomen in de hemel.’1

Maar waarom citeer ik het getuigenis van een gewoon mens? De apostel verzekert hetzelfde. Want als een vrucht van Christus’ overwinning noemt hij dat zij die heel hun leven slaaf waren van hun angst voor de dood, verlost zijn. Hebreeën 2:15 Christus heeft dus de angst moeten overwinnen die van nature alle stervelingen continu bang maakt en onderdrukt. En dat kon alleen door tegen die angst te strijden. Straks zal nog duidelijker blijken dat deze onderdrukking niet gewoon was en geen onbeduidende oorzaak had. Christus was dus verwikkeld in een gevecht van man tegen man tegen de macht van de duivel, tegen de verschrikking van de dood en tegen de weeën van de hel. Maar Hij behaalde de overwinning en zegevierde! Nu hoeven wij in de dood voor die dingen nooit meer bang te zijn. Want onze vorst heeft ze verslonden!

1Hilarius van Poitiers, De trinitate II, 24; III, 15.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in