2.14.8 – De kern van Servets dwaling

Servet heeft het ene afschuwelijke en monsterlijke idee op het andere gestapeld. Anderen onderschrijven die ideeën waarschijnlijk niet. Maar als je je er iets meer in verdiept, merk je toch dat iedereen die Christus alleen als Gods Zoon erkent als mens, dat alleen doet omdat Hij in de schoot van de maagd verwekt is door de Heilige Geest. In het verleden kletsten de manicheeërs bijvoorbeeld dat de ziel van de mens van God was afgeleid, omdat ze lazen dat God de levensadem in Adam had ingeblazen. Genesis 2:7 Ze bijten zich zo vast in de aanduiding ‘Zoon’ dat ze geen onderscheid meer laten bestaan tussen de twee naturen. In verwarring stotteren ze dat de mens Christus Gods Zoon is omdat Hij wat betreft zijn menselijke natuur van God afstamt. Zo blijft er niets over van de eeuwige afkomst van de Wijsheid, waar Salomo het over heeft. Spreuken 8:22 En bij de middelaar wordt geen rekening meer gehouden met zijn God zijn, of Hij is niet meer echt mens, maar alleen in schijn.

Het zou best nuttig zijn om de ergste goocheltrucs waarmee Servet zichzelf en sommige anderen betoverd heeft, te weerleggen. Dat zou een waarschuwing zijn voor vrome lezers om zich te houden aan de grenzen van zelfbeheersing en bescheidenheid. Toch denk ik dat het overbodig zou zijn, omdat ik dat al in een apart boek gedaan heb.

In de kern komt het hierop neer: Gods Zoon zou vanaf het begin een voorafgaande afbeelding geweest zijn. Toen zou al bepaald zijn dat Hij mens zou worden om in zijn wezen het beeld van God te zijn. Servet erkent geen ander Woord van God, behalve in een uiterlijke glans. Het voortbrengen door God legt hij zo uit: vanaf het begin is in God de wil voortgebracht om een Zoon voort te brengen. En die wil heeft er ook daadwerkelijk toe geleid dat Hij Christus mens gemaakt heeft. Ondertussen vermengt Servet de Geest en het Woord zelf. Want volgens hem heeft God het onzichtbare Woord en de Geest verdeeld over lichaam en ziel. Kortom, hij stelt een voorafgaande afbeelding van Christus in de plaats van het voortbrengen. Hij zegt dat Christus eerst een schaduwbeeld was van een Zoon, maar dat Hij uiteindelijk geboren is door het Woord. Aan het Woord kent hij de rol van zaad toe. Maar dat zou betekenen dat varkens en honden evengoed zonen van God zijn! Want ook die zijn oorspronkelijk geschapen door het Woord van God.

Servet stelt Christus samen uit drie ongeschapen elementen, zodat Hij voortgekomen zou zijn uit Gods wezen. Toch verzint hij dat Christus de eerstgeborene is van de schepselen op zo’n manier dat ook stenen, in overeenstemming met hun rang, hetzelfde wezen van God hebben. En om niet de indruk te wekken dat hij Christus berooft van zijn God zijn, zegt hij dat Christus’ vlees één van wezen is met God en dat het Woord vlees geworden is doordat het vlees veranderd is in God. Want hij kan niet begrijpen dat Christus Gods Zoon is, als zijn vlees niet uit Gods wezen is voortgekomen en in God veranderd is. Maar zo laat hij niets over van de zelfstandigheid van het Woord. En hij beroofd ons van de zoon van David die ons beloofd was als verlosser. Steeds herhaalt hij dat de Zoon door God is voortgebracht doordat Hij Hem van tevoren gekend en bepaald heeft. Maar uiteindelijk, zegt Servet, is Hij mens geworden uit de materie die in het begin bij God schitterde in drie elementen en die later zichtbaar werden in het eerste licht van de wereld, Genesis 1:3 in de wolk en in de vuurkolom. Exodus 13:21

Verder zou het veel te lang duren om te vertellen hoe schandelijk Servet zichzelf soms tegenspreekt. Uit deze korte opsomming van zijn ideeën kunnen verstandige lezers opmaken hoe de sluwe omwegen van deze vuile hond elke hoop op redding uitdoven. Want als het vlees zelf God was, zou het niet langer Gods tempel zijn. Bovendien kan niemand onze verlosser zijn, behalve wie geboren is als nakomeling van Abraham en van David en wat het vlees betreft echt mens geworden is. En het is onterecht dat Servet zich baseert op de woorden van Johannes dat het Woord vlees geworden is. Want die woorden weerleggen niet alleen de dwaling van Nestorius. Ze bieden ook geen enkele basis voor dit goddeloze verzinsel dat door Eutyches is uitgevonden. Want de evangelist wil er alleen maar op wijzen dat Christus één persoon is met twee naturen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.