2.14.6 – Gods Zoon en mensenzoon

0
136

Als Christus, zeg maar, pas begonnen is Gods Zoon te zijn op het moment dat Hij in het vlees geopenbaard werd, dan betekent dat dat Hij ook Gods Zoon was wat betreft zijn menselijke natuur. Servet en meer van zulke krankzinnigen stellen dat Christus Gods Zoon was omdat Hij verschenen is in het vlees. Buiten dat vlees zou Hij die naam niet kunnen dragen.

Maar ze moeten mij maar eens antwoord geven op de vraag of Christus Gods Zoon was volgens en wat betreft beide naturen. Want ze kletsen maar wat. Paulus leert iets heel anders. Ik geef wel toe dat Christus Gods Zoon genoemd wordt in zijn menselijk vlees. Niet zoals de gelovigen. Die worden alleen Gods kinderen genoemd omdat ze uit genade geadopteerd zijn. Maar Christus is een echte en natuurlijke en dus de enige Zoon. Dat kenmerk onderscheid Hem van alle anderen. God keurt het ons, die opnieuw geboren zijn in een nieuw leven, waard dat wij zijn kinderen genoemd worden. Maar Christus alleen krijgt van Hem de naam van echte eniggeboren Zoon. Maar hoe kan Hij tussen zoveel broers de enige zijn? Dat kan toch alleen maar omdat Hij van nature heeft wat wij cadeau gekregen hebben?

En deze eer omvat volgens ons heel de persoon van de middelaar. Hij is echt en in eigenlijke zin de Zoon van God. Hij die geboren is uit de maagd en zich aan het kruis als offer geeft aangeboden aan zijn vader. Toch is Hij ook Gods Zoon wat betreft zijn God zijn. Paulus leert dat als hij zegt dat hij apart gezet is voor het evangelie van God, dat God van tevoren beloofd had over zijn Zoon, die wat het vlees betreft geboren is uit het zaad van David, van wie overtuigend bewezen is dat Hij de Zoon van God is.1 Paulus noemt Christus dus uitdrukkelijk de zoon van David wat betreft het vlees. Waarom zou hij dan nog apart zeggen dat bewezen is dat Hij Gods Zoon was? Daarmee wilde hij toch aangeven dat dit nog van iets anders afhing dan van het vlees?

Ergens anders zegt Paulus dat Christus geleden heeft door de zwakheid van het vlees en is opgestaan door de kracht van de Geest.2 Op dezelfde manier maakt hij hier onderscheid tussen de twee naturen. Mijn tegenstanders moeten toch zeker toegeven dat Christus, zoals Hij dankzij zijn moeder een Zoon van David genoemd wordt, zo ook dankzij zijn Vader een Zoon van God genoemd wordt. En dat dat laatste iets anders is, dat verschilt van zijn menselijke natuur. De Schrift geeft Hem steeds twee namen, het ene moment heet Hij Gods Zoon, het volgende moment een mensenzoon. Wat betreft die laatste aanduiding kan er geen discussie over bestaan dat Hij volgens de algemeen gebruikelijke Hebreeuwse manier van spreken een mensenzoon genoemd wordt omdat Hij afstamt van Adam. Aan de andere kant beweer ik dat Hij Gods Zoon genoemd wordt omdat Hij gezien zijn eeuwig wezen God is. Want dat Hij Gods Zoon genoemd wordt, moet je betrekken op zijn goddelijke natuur. En zo moet je het ook op zijn menselijke natuur betrekken dat Hij een mensenzoon genoemd wordt.

Tenslotte, in deze passage die ik aangehaald heb – dat Christus wat betreft het vlees geboren is uit David, maar dat overtuigend bewezen is dat Hij de Zoon van God is – bedoelt Paulus hetzelfde als wanneer hij ergens anders leert dat Christus, die wat het betreft het vlees uit de joden stamt, God is en daarom voor eeuwig geprezen moet worden.3 In beide passages wijst Paulus op het onderscheid tussen de twee naturen. Hoe kunnen mijn tegenstanders dan ontkennen dat Christus Gods Zoon is wat betreft zijn goddelijke natuur, terwijl Hij ook een mensenzoon is wat betreft zijn vlees?

1Romeinen 1:1-4

22 Korinthiërs 13:4

3Romeinen 9:5

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in