2.14.5 – De dwaling van Servet

Maar ook in onze tijd is een niet minder dodelijk monster opgestaan: Servet. Hij heeft een verzinsel in de plaats gesteld van Gods Zoon. Dat verzinsel is samengesteld uit het wezen van God, geest, vlees en drie ongeschapen elementen. Om te beginnen zegt Hij dat Christus alleen maar Gods Zoon is omdat Hij in de moederschoot van de maagd verwekt is door de Heilige Geest. Met zijn sluwheid is Servet erop uit om het onderscheid tussen de beide naturen van Christus uit te wissen. Hij wil van Christus iemand maken die een mengsel is van God en mens, maar niet als God en mens beschouwd kan worden. Want in heel zijn argumentatie doet hij zijn best om aan te tonen dat er, voordat Christus geopenbaard werd in het vlees, bij God alleen maar schaduwachtige afbeeldingen waren. Die werden pas effectieve werkelijkheid toen het Woord dat voor deze eer bestemd was daadwerkelijk Gods Zoon begon te worden.

Ook ik erken inderdaad dat de middelaar die uit de maagd geboren is, letterlijk Gods Zoon is. En de mens Christus zou geen spiegel kunnen vormen van Gods onmetelijke genade, als Hij niet de eer had dat Hij de eniggeboren Zoon van God is en genoemd wordt. Maar ondertussen blijft de definitie van de kerk overeind: Christus wordt beschouwd als Gods Zoon omdat Hij als het Woord voor het begin van de tijd uit de Vader is voortgekomen en de menselijke natuur heeft aangenomen door een hypostatische vereniging. Met een ‘hypostatische vereniging’ bedoelden de oude schrijvers een vereniging waardoor twee naturen samen één persoon vormen. Die uitdrukking is bedacht om de dwaasheid van Nestorius te weerleggen. Want Hij verzon dat de Zoon van God in het vlees woonde, zonder dat Hij tegelijk ook mens was.

Servet doet ons onrecht door te zeggen dat wij een dubbele Zoon van God fabriceren als we zeggen dat het eeuwige Woord al Gods Zoon was voordat Hij met een lichaam bekleed werd. Alsof we iets anders zeiden dan dat Hij in het vlees geopenbaard is. Immers, als Hij God was voordat Hij mens was, betekent dat nog niet dat Hij, toen Hij mens werd, een nieuwe God werd! Evenmin is het absurd dat de Zoon van God verscheen in het vlees, terwijl Hij toch dankzij zijn eeuwige afkomst altijd al Zoon was. De woorden van de engel aan Maria maken dat duidelijk: ‘Het heilige dat uit jou geboren zal worden, zal Gods Zoon genoemd worden.’ Lucas 1:35 Het is alsof hij bedoelde dat de aanduiding ‘Zoon’ onder de wet minder duidelijk was, maar nu algemeen bekend zou worden.

Dat correspondeert met deze uitspraak van Paulus: nu we door Christus kinderen van God zijn, roepen we vrijuit en vol vertrouwen: ‘Abba, Vader!’ Romeinen 8:15 Werden de heilige aartsvaders vroeger niet ook als kinderen van God beschouwd? Jazeker, omdat ze erop vertrouwden dat ze dat recht hadden, hebben ze God aangeroepen als hun Vader. Maar sinds de eniggeboren Zoon van God in de wereld gekomen is, weten we nog beter dat God onze hemelse Vader is. Daarom kent Paulus dit als een voorrecht toe aan het rijk van Christus. We moeten echter blijven beseffen dat God nooit een Vader is geweest voor de engelen en ook niet voor de mensen, behalve dankzij zijn eniggeboren Zoon. En vooral dat de mens zijn kinderen zijn omdat ze uit genade als zijn kinderen geadopteerd zijn, omdat Christus van nature Gods kind is. Want zelf hebben de mensen zich door hun onrechtvaardigheid bij God gehaat gemaakt.

En Servet heeft geen enkele reden om hiertegen in te brengen dat deze adoptie gebaseerd is op een kind zijn dat God in zijn plan bepaald had. Want het gaat hier niet over afbeeldingen, zoals de verzoening afgebeeld werd met dierenbloed. Mensen konden inderdaad geen kinderen van God zijn als hun adoptie als kinderen niet gebaseerd was op het hoofd. Daarom is het totaal onlogisch om het hoofd te ontzeggen wat de ledematen wel allemaal hebben.

Ik ga nog een stapje verder: de Schrift noemt de engelen kinderen van God. Psalm 82:6 Die grote eer was bij hen niet afhankelijk van een verlossing die nog moest komen. Daarom kan het niet anders of Christus gaat in volgorde aan hen vooraf, om hen met de Vader te verenigen. Ik zal ik dit nog een keer kort herhalen en dan hetzelfde toevoegen wat betreft het menselijk geslacht: zowel de engelen als de mensen zijn vanaf het eerste begin geschapen met de bedoeling dat God voor hen beiden samen Vader zou zijn. En Paulus zegt dat Christus altijd het hoofd en de eerstgeborene geweest is van alle schepselen, om over iedereen te regeren. Kolossenzen 1:15 Als dat waar is, vind ik dat ik terecht concludeer dat Hij ook vóór de schepping van de wereld al Gods Zoon was.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.