2.14.1 – Twee naturen, één persoon

0
519

De Schrift zegt dat het Woord vlees geworden is. Johannes 1:14 Dat moeten we echter niet zo opvatten, dat het Woord veranderd is in vlees of dat het volledig met vlees vermengd is. Dit wordt gezegd omdat het Woord een tempel uitgekozen heeft uit de schoot van een maagd, om daarin te wonen. De Zoon van God is een mensenzoon geworden, niet door vermenging van wezen, maar door eenheid van persoon. We stellen immers dat zijn God zijn zo met zijn mens zijn verbonden en verenigd is, dat die beide naturen elk hun eigen kenmerken behouden. En toch vormen die twee samen één Christus.

Als we in ons dagelijks leven iets zoeken dat op zo’n groot mysterie lijkt, dan lijkt het nog het meest geschikt om het te vergelijken met een mens. We zien immers dat een mens uit twee zelfstandige wezens bestaat, die echter niet zo met elkaar vermengd zijn dat ze niet elk de eigen kenmerken van hun natuur behouden. Immers, de ziel is niet het lichaam en het lichaam is niet de ziel. Daarom worden er specifiek over de ziel dingen gezegd die op geen enkele manier van toepassing zijn op het lichaam. En andersom worden er over het lichaam dingen gezegd die op geen enkele manier op de ziel kunnen slaan. En over de mens als geheel worden dingen gezegd die onaanvaardbaar zijn voor de ziel alleen, of voor het lichaam alleen, zonder dat je onzin zou zeggen. Ten slotte worden er eigenschappen van de ziel toegekend aan het lichaam en eigenschappen van het lichaam aan de ziel. Toch, al bestaat een mens uit die twee wezens, toch is hij één mens en niet meerdere mensen. Maar zulke manieren van spreken geven aan dat er in de mens één persoon is, die is samengesteld uit twee onderling verbonden onderdelen. Er zijn in hem twee verschillende naturen aanwezig, die samen die persoon vormen.

Zo spreekt de Schrift dus ook over Christus. Soms kent de Schrift Hem dingen toe die we speciaal op zijn mens zijn moeten laten slaan. Soms dingen die specifiek passen bij zijn God zijn. Soms dingen die beide naturen omvatten, maar bij geen van beide afzonderlijk passen. En de Schrift legt er zoveel nadruk op dat beide naturen met elkaar verbonden zijn, dat ze die soms uitwisselbaar maakt. Deze manier van spreken noemden de oude schrijvers een ‘uitwisseling van eigenschappen’.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in