2.12.7 – De dwaling van Osiander punt voor punt weerlegd

0
73

Er is dus geen reden waarom Osiander zou moeten vrezen dat God misschien een leugenaar blijkt te zijn, als Hij niet eerst een vast en onveranderlijk besluit had genomen over de menswording van zijn Zoon. Want als Adam niet uit zijn volmaakte toestand gevallen was, zou hij met de engelen op God geleken hebben. En dan zou het niet nodig geweest zijn dat de Zoon van God een mens of een engel werd.

Ook is het helemaal niet nodig en zelfs absurd dat Osiander vreest dat Christus zijn voorrecht zou verliezen als niet vóór de schepping van de mens in Gods onveranderlijke plan vaststond dat Hij geboren zou worden, niet als verlosser, maar als de eerste mens. Volgens Osiander zou Hij dan alleen bij toeval geboren zijn, om het verloren menselijk geslacht weer overeind te helpen. En op basis daarvan beweert Osiander dat Christus dan geschapen zou zijn naar het beeld van Adam.

Maar waarom siddert Osiander eigenlijk voor wat de Schrift zo duidelijk leert, dat Christus ons in alles aan ons gelijk werd, uitgezonderd de zonde?1 Daarom aarzelt Lucas ook niet om Hem in zijn geslachtsregister een zoon van Adam te noemen.2 Ik zou ook wel eens willen weten waarom Paulus Christus de tweede Adam noemt.3 Waarom is dat anders, dan omdat het mens zijn van Christus bepaald was omdat Hij de nakomelingen van Adam uit hun val overeind zou helpen. Want als Christus vóór de schepping al mens had moeten worden, had Hij de eerste Adam genoemd moeten worden.

Osiander beweert ronduit dat Christus vooraf al in Gods geest bekend was als mens. En daarom zijn de mensen gevormd naar dit voorbeeld. Maar als Paulus Hem de tweede Adam noemt, plaatst hij tussen de eerste oorsprong van de mens en het herstel dat we door Christus krijgen, de zondeval. Door die val was het nodig om onze natuur te herstellen in haar oorspronkelijke toestand. En dat betekent dus dat het ook door de zondeval nodig was dat Gods Zoon geboren werd om mens te worden.

Ondertussen komt Osiander met een verkeerd en dom argument: zolang Adam in zijn ongeschonden staat bleef, zou hij geen beeld van Christus geweest zijn, maar van zichzelf. Maar mijn antwoord daarop is: al zou Gods Zoon nooit gekomen zijn in het vlees, dan zou toch het beeld van God nog steeds geschitterd hebben in het lichaam en de ziel van Adam. En uit de lichtstralen van dat beeld bleek steeds dat Christus echt het hoofd is en dat Hij in alles de eerste en hoogste plaats heeft.

En daarmee wordt de waardeloze scherpzinnigheid weerlegd die Osiander laat blijken als hij zegt dat de engelen dat hoofd hadden moeten missen als God niet van plan geweest was om zijn Zoon te laten komen in het vlees, ook zonder dat Adam gezondigd had. Want veel te ondoordacht neem hij aan dat het oppergezag over de engelen, waardoor de engelen het genot hebben dat Christus hun vorst is, Hem alleen toekomt als mens. Niemand met gezond verstand zal het daarmee eens zijn. Wel kun je gemakkelijk uit Paulus’ woorden opmaken dat Christus, als het eeuwige Woord van God, de eerstgeborene is van heel de schepping.4 Dat is Hij dus niet omdat Hij geschapen is of omdat Hij tot de schepselen gerekend moet worden. Hij is dat omdat Hij het beginpunt is van de volmaakte toestand van de wereld zoals die vanaf het begin geweest is, voorzien van de grootst mogelijke schoonheid. En verder is Hij als mens de eerstgeborene van heel de schepping omdat Hij als eerste van de doden is opgestaan. Want die twee dingen presenteert de apostel kort achter elkaar in dezelfde context: door de Zoon zijn alle dingen geschapen, zodat Hij over de engelen zou heersen. En Hij is mens geworden om hen te gaan verlossen.5

Osiander laat dezelfde onwetendheid zien als hij zegt dat de mensen Christus niet als koning gehad zouden hebben als Hij geen mens was geweest. Alsof Gods rijk niet had kunnen bestaan als de eeuwige Zoon van God de engelen en de mensen niet bij elkaar gebracht had om te delen in zijn hemelse heerlijkheid en in het leven en als Hij niet zelf hun hoofd was, zelfs al had Hij zelf geen menselijk vlees gedragen! Maar door dit valse uitgangspunt bedriegt en begoochelt Osiander zichzelf steeds: de kerk zou geen hoofd gehad hebben als Christus niet verschenen was in het vlees. Als de engelen Hem als hoofd hadden, had Hij dan niet ook de mensen door zijn goddelijke kracht kunnen regeren? Had Hij hen door de verborgen kracht van zijn Geest niet kunnen voeden en koesteren als zijn lichaam, totdat ze verzameld waren in de hemel en daar samen met de engelen genoten van hetzelfde leven?

De bezweringsformules die ik tot nu toe weerlegd heb, ziet Osiander als goed gefundeerde goddelijke uitspraken. Dronken van zijn eigen aantrekkelijke speculaties, galmt hij steeds maar weer belachelijke lofzangen uit over dingen die niets te betekenen hebben. Maar vervolgens zegt hij dat hij één bewijs heeft dat nog veel sterker is: de profetie van Adam toen hij bij het zien van zijn vrouw zei: ‘Eindelijk iemand met dezelfde botten als ik en hetzelfde vlees als ik.’6 Maar hoe weet hij zo zeker dat dit een profetie is? Omdat Christus bij Mattheüs dezelfde woorden aan God toeschrijft. Alsof alles wat God via mensen gezegd heeft een profetie inhoudt! Dan mag Osiander wel in elk gebod een profetie gaan zoeken, want het staat vast dat die van God komen. Bovendien zou Christus dan onwetend en aards zijn. Want Hij gaat niet verder dan de letterlijke betekenis. Want Hij heeft het niet over de mystieke eenwording die Hij de kerk heeft waardig gekeurd. Hij heeft het alleen over huwelijkstrouw. Hij leert dat Gods heeft afgekondigd dat man en vrouw samen één vlees worden, om te voorkomen dat iemand zou proberen die onlosmakelijke band kapot te maken.7 Als dit Osiander te simpel is, moet hij Christus berispen omdat Hij zijn leerlingen niet tot dit mysterie gebracht heeft en de woorden van zijn Vader niet diepzinniger uitlegt.

En ook Paulus biedt geen steun aan zijn waanzin. Paulus zegt dat wij hetzelfde vlees hebben als Christus. En meteen daarop zegt hij dat dit een groot mysterie is.8 Maar hij wilde daarmee niet vertellen wat Adam bedoelde toen hij dit zei. Hij wilde het huwelijk gebruiken als vorm om daarin de heilige verbintenis te presenteren die ons één maakt met Christus. Dat blijkt uit zijn woorden. Want als hij erop wijst dat hij dit toepast op Christus en de kerk, maakt hij bij wijze van correctie onderscheid tussen de norm van het huwelijk en de geestelijke verbintenis tussen Christus en de kerk. En dus blijft er van dit geklets van Osiander niets over.

Ik vind het niet nodig zulke kletspraatjes nog verder te bespreken. Ik heb er nu een paar heel kort weerlegd en daardoor kun je wel zien dat het allemaal maar loze praatjes zijn. Om Gods kinderen volledig tevreden te stellen, is deze bescheidenheid ruim voldoende: toen het moment daarvoor gekomen was, is de Zoon van God gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om degenen die onder de wet waren te verlossen.9

1Hebreeën 4:15

2Lucas 3:38

31 Korinthiërs 15:45-49

4Kolossenzen 1:15

5Kolossenzen 1:15-18

6Genesis 2:23-24

7Mattheüs 19:4-6

8Efeziërs 5:30-32

9Galaten 4:4-5

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in