2.12.6 – De dwaling van Osiander

Het principe waar Osiander van uitgaat, is compleet waardeloos. Hij wil beweren dat de mens geschapen is volgens Gods beeld omdat hij gevormd is volgens het voorbeeld van de Christus die zou komen. De Vader had al besloten dat Hij Hem met vlees zou bekleden en de mens zou op Hem lijken. En daaruit concludeert Osiander dat als Adam nooit zou zijn afgeweken van zijn eerste ongeschonden oorsprong, Christus toch mens zou zijn geworden. Ieder die beschikt over een gezond beoordelingsvermogen, snapt wat voor verwrongen geklets dat is. Ondertussen denkt hij dat hij als eerste beseft wat het beeld van God eigenlijk inhoudt: Gods glorie blinkt niet alleen in de geweldige gaven waar de mens mee getooid is. Nee, Gods wezen woont in de mens.

Ik echter, ik geef toe dat Adam beelddrager was van God, voor zover hij met God verbonden was. Dat is het werkelijke toppunt van volmaakte waardigheid. Maar toch blijf ik volhouden dat het lijken op God alleen gezocht moet worden in de kenmerken waarmee God Adam boven de andere levende wezens liet uitsteken. En iedereen erkent eensgezind dat Christus toen al het beeld van God was. En dat alle geweldige gaven die in Adam zelf gegraveerd waren, het gevolg waren van het feit dat hij via de eniggeboren Zoon de glorie van zijn schepper benaderde. De mens is dus geschapen volgens Gods beeld, omdat de schepper zelf in hem zijn glorie wilde laten zien, als in een spiegel. De mens is tot deze eervolle rang gestegen dankzij de eniggeboren Zoon.

Maar ik voeg hieraan toe dat de Zoon zelf het hoofd was van de engelen en de mensen samen. De waardigheid die de mens gekregen had, was dus ook van toepassing op de engelen. We horen immers dat zij zonen van God genoemd worden. Psalm 82:6 Daarom kunnen we moeilijk ontkennen dat zij iets gekregen hebben waardoor ze op de Vader lijken. Hij heeft gewild dat zijn glorie zowel in de engelen als in de mensen aanwezig was en in beide naturen te zien was. Dus is het dom geklets van Osiander als hij zegt dat de engelen toen achtergesteld waren bij de mensen, omdat zij niet de zichtbare vorm van Christus droegen. Immers, zij zouden niet het genot hebben dat ze God voortdurend echt kunnen zien als ze niet op Hem leken. En Paulus leert dat de mensen, als ze vernieuwd worden en weer op God gaan lijken, dat alleen doen doordat ze samengaan met de engelen. Ze worden samen verenigd onder één hoofd. Kolossenzen 3:10 Kortom, als we Christus geloven, zal dit het toppunt van ons geluk zijn: we worden opgenomen in de hemel om gelijk te zijn aan de engelen. Mattheüs 22:30 Osiander mag dan beweren dat Christus het belangrijkste voorbeeld geweest is van Gods beeld in de mens. Maar dan kun je evengoed beweren dat Christus ook had moeten delen in de natuur van de engelen. Want het beeld van God is ook van toepassing op hen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.