2.12.4 – Christus is alleen mens geworden om ons te redden

0
130

Wie dit alles zoals het hoort ijverig overdenkt, zal gemakkelijk de vluchtige speculaties aan de kant schuiven waar oppervlakkige mensen die graag iets nieuws horen zich zo gemakkelijk door laten meeslepen. Bijvoorbeeld het idee dat Christus toch mens geworden zou zijn, zelfs als er geen middel nodig was geweest om het menselijk geslacht te verlossen.

Ik geef toe dat Christus in de oorspronkelijke scheppingsorde en in de ongeschonden toestand van de natuur het hoofd was van de engelen en van de mensen. Daarom noemt Paulus Hem de eerstgeborene van heel de schepping.1 Maar heel de Schrift roept dat Hij ons vlees aangetrokken heeft om ons te verlossen. Daarom ben je wel heel onbezonnen bezig als je daar een andere reden of bedoeling voor bedenkt.

Het is bekend genoeg waarom Christus vanaf het begin het hoofd geweest is: om de gevallen wereld te vernieuwen en de verloren mensen te hulp te komen. Daarom werd er in de wet een afbeelding van Hem gegeven in de offers. Dat moest de gelovigen de hoop geven dat God hen genadig zou zijn als Hij eenmaal verzoend was door het uitwissen van de zonden. De middelaar is echt nooit, in welke tijd ook, beloofd zonder bloedvergieten, zelfs niet toen de wet nog niet gegeven was. Daaruit concludeer ik dat Hij in het eeuwige plan van God bestemd was om de onreinheid van de mensen af te wassen. Want bloedvergieten is het teken van verzoening.

Daarom hebben de profeten, als ze over Hem predikten, beloofd dat Hij God en de mensen met elkaar zou verzoenen. Uit al die profetieën zal dit ene beroemde getuigenis van Jesaja voldoende zijn: Jesaja voorspelt dat Christus door Gods hand geslagen zou worden om de misdaden van het volk, dat Hij de straf zou dragen die ons de vrede brengt en dat Hij de priester zou zijn die zichzelf zou offeren, dat door zijn slagen anderen genezen zouden worden en dat God Hem heeft willen kwetsen zodat Hij ieders zonden zou dragen. Want allen dwaalden en waren als schapen verstrooid.2 We horen dus dat Christus door God speciaal wordt aangewezen om ongelukkige zondaren te hulp te komen. Ieder die deze grens overschrijdt, geeft daarom teveel toe aan domme nieuwsgierigheid.

Bovendien, toen Hij zelf verschenen was, heeft Hij verklaard dat Hij gekomen was om God te verzoenen en ons van de dood naar het leven te brengen. Hetzelfde hebben de apostelen over Hem getuigd. Johannes bijvoorbeeld vertelt nog voordat Hij leert dat het Woord vlees geworden is, over het verraad van de mens.3 Maar we moeten vooral luisteren naar hoe Hij zelf over zijn taak spreekt. ‘God heeft de wereld zo liefgehad,’ zegt Hij, ‘dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leeft.’4 En: ‘Er komt een tijd dat de doden de stem van de Zoon van God zullen horen. En wie die stem gehoord hebben, zullen leven.’5 ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven.’6 En: ‘De mensenzoon is gekomen om te redden wat verloren was.’7 En: ‘Zij die gezond zijn, hebben geen dokter nodig.’8

Als ik alles zou willen citeren, zou er geen eind aan komen. De apostelen roepen ons eensgezind naar deze bron. En als Christus niet gekomen was om God te verzoenen, zou de eer van het priesterschap vast en zeker wegvallen. Want een priester staat tussen God en de mensen in om te smeken om genade.9 Christus zou dan niet onze rechtvaardigheid zijn. Want Hij is voor ons een slachtoffer geworden om te voorkomen dat God ons onze zonden zou aanrekenen.10 Kortom, dan zou Hij alle titels kwijtraken waar de Schrift Hem mee tooit.

Ook zou dan dit woord van Paulus wegvallen: wat voor de wet onmogelijk was, heeft God gedaan door zijn Zoon te sturen. Hij werd gelijk aan het zondige vlees om voor ons de schuld te voldoen.11 Ook zou dan niet overeind blijven wat hij ergens anders leert: Gods goedheid en zijn immense liefde voor de mensen worden zichtbaar in het feit dat Christus gegeven is als verlosser.12

Kortom, nergens wijst de Schrift een ander doel aan waarom de Zoon van God ons vlees wilde aannemen en waarom de Vader Hem dat bevel gegeven heeft, dan dat Hij zichzelf zou offeren om de Vader met ons te verzoenen. Zo staat het geschreven en zo moest de Christus lijden en zo moest er in zijn naam bekering gepredikt worden.13 ‘De Vader heeft mij lief omdat Ik mijn leven afleg voor de schapen. Dit gebod heb Ik van mijn Vader gekregen.’14 ‘Zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, zo moet de mensenzoon omhoog geheven worden.’15 Ergens anders: ‘Vader, verlos Mij uit dit moment! Maar hierom ben ik in dit moment gekomen: Vader, verheerlijk uw Zoon!’16 Daar wijst Hij duidelijk aan met welk doel Hij het vlees heeft aangenomen: om een zoenoffer te worden om de zonden uit te wissen. Daarom getuigt Zacharias dat Hij, volgens de belofte die de aartsvaders hadden gekregen, gekomen is om licht te geven aan hen die in de schaduw van de dood zaten.17

We moeten bedenken dat dit allemaal gezegd wordt over de Zoon van God, in wie alle schatten van kennis en wijsheid verborgen liggen, zoals Paulus ergens anders verklaart. En Paulus beroemt zich erop dat Hij buiten Christus niets weet.18

1Kolossenzen 1:15

2Jesaja 53:4-6; Hebreeën 9:12

3Johannes 1:10-11

4Johannes 3:16

5Johannes 5:25

6Johannes 11:25

7Mattheüs 18:11

8Mattheüs 9:12

9Hebreeën 5:1

102 Korinthiërs 5:19

11Romeinen 8:3-4

12Titus 2:11

13Lucas 24:46-47

14Johannes 10:15-18

15Johannes 3:14

16Johannes 12:27-28

17Lucas 1:79

18Kolossenzen 2:3; 1 Korinthiërs 2:2

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in