2.11.7 – Het derde verschil: schriftelijk en geestelijk

Nu ben ik toe aan het derde verschil. Dat verschil is ontleend aan Jeremia, die zegt: ‘Kijk, er komen dagen, zegt de HEER, dat ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten. Niet zoals het verbond dat Ik met jullie voorvaders gesloten heb, toen Ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Dat verbond hebben zij vernietigd, hoewel Ik over hen regeerde. Maar dit zal het verbond zijn dat Ik met het huis van Israël ga sluiten: Ik zal mijn wet binnen in hen leggen, Ik zal die in hun hart schrijven en Ik zal hun zonden vergeven. En zij zullen niet ieder zijn naaste en ieder zijn broeder onderwijs geven. Want zij zullen Mij allemaal kennen, van klein tot groot.’ Jeremia 31:31-34

Deze woorden waren voor de apostel Paulus aanleiding om de wet tegenover het evangelie te zetten. De wet noemde hij een schriftelijke leer en het evangelie een geestelijke leer. De eerste leer stond in stenen tafels gegraveerd, maar de laatste is in het hart geschreven. De wet verkondigt de dood, maar het evangelie verkondigt rechtvaardigheid. De wet gaat verloren, maar het evangelie blijft. 2 Korinthiërs 3:6-11

De apostel wilde hiermee uitleggen wat de profeet bedoelde. Daarom hoeven we maar van één van hen de woorden te overwegen, om van beiden te ontdekken wat ze bedoelden. Al is er wel een klein verschil. Want de apostel spreekt negatiever over de wet dan de profeet. Dat doet hij niet om de wet zelf, maar omdat er sommige sukkels waren met een misplaatste ijver voor de wet. Onterecht deden zij hun best voor de rituelen en zo verduisterden ze de helderheid van het evangelie. Met het oog op hun dwaling en dwaze ideeën legt hij uit wat de aard van de wet is. Op die specifieke situatie moet je bij Paulus letten.

Maar voor beiden geldt: ze zetten het Oude en het Nieuwe Testament tegenover elkaar. En daarom zien ze de wet slechts als wat alleen eigen is aan de wet. Bijvoorbeeld: de wet bevat allerlei beloften van barmhartigheid. Maar die horen eigenlijk ergens anders bij. Daarom worden ze niet tot de wet gerekend als het gaat over de aard van de wet zelf. Alleen dit rekenen ze tot de wet: de wet schrijft voor wat juist is, de wet verbiedt de zonden, de wet belooft een beloning voor wie rechtvaardigheid dient en de wet dreigt overtreders met straf. Maar ondertussen verandert of corrigeert de wet niet de slechtheid van het hart die van nature in alle mensen aanwezig is.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.