2.11.14 – God heeft het volste recht om te doen wat Hij wil

Maar, zeggen mijn tegenstanders, waar komt die verscheidenheid vandaan? Die is er toch omdat God dat zo gewild heeft? Had Hij vanaf het begin niet evengoed als na Christus’ komst met duidelijke woorden, zonder afbeeldingen, het eeuwige leven kunnen openbaren, de zijnen met enkele heldere sacramenten kunnen onderwijzen, de Heilige Geest kunnen geven en zijn genade over heel de wereld kunnen uitgieten?

Maar dat is hetzelfde als met God in discussie gaan omdat Hij de wereld zo laat geschapen heeft, terwijl Hij dat ook meteen had kunnen doen. Of omdat Hij gewild heeft dat winter en zomer, en dag en nacht elkaar zouden afwisselen. Echter, alle vromen moeten beseffen dat alles wat God doet, wijs en rechtvaardig is. Daar moeten we niet aan twijfelen, ook al weten wij niet waarom het zo moest gebeuren. Want als we God niet zouden toestaan om voor zijn plannen redenen te hebben die voor ons verborgen zijn, dan zou dat betekenen dat we ons veel te veel aanmatigen.

Maar, zeggen mijn tegenstanders, het is vreemd dat God nu de dierenoffers en heel het systeem van de Levitische priesters afwijst en verafschuwt, terwijl Hij daar vroeger blij mee was. Alsof die uiterlijke en vergankelijke dingen God genot konden geven of op een of andere manier indruk op Hem konden maken! Ik heb al gezegd dat Hij geen van die dingen omwille van zichzelf gedaan heeft, maar dat Hij ze allemaal bepaald heeft om de mensen te redden.

Als een arts een jongeman op een heel goede manier van een ziekte geneest en later op dezelfde man, als hij oud geworden is, een andere geneeswijze toepast, dan zeggen we toch ook niet dat hij nu de geneeswijze afwijst die hij eerder goedkeurde? Nee, hij blijft die geneeswijze toepassen, maar hij houdt rekening met de leeftijd. Zo waren er ook andere tekenen nodig om Christus te verkondigen als afwezig en op komst. En nu zijn er andere tekenen nodig om Hem te presenteren als verschenen.

En dat Gods roeping sinds de komst van Christus breder verspreid is onder de volken dan daarvoor en dat de genadegaven van de Geest overvloediger uitgestort zijn – wie, vraag ik je, zou ontkennen dat het billijk is dat God in zijn macht en oordeel vrij is om zijn genadegaven uit te delen en om de volken te verlichten die Hij wil? Om de prediking van zijn Woord te planten op de plaatsen die Hij wil? Om de groei en voortgang van zijn leer te geven op de manier die Hij wil en zoveel als Hij wil? Om, vanwege de ondankbaarheid van de wereld, de kennis van zijn naam uit de wereld weg te nemen in de tijden die Hij wil? En om die kennis door zijn barmhartigheid weer te herstellen als Hij dat wil?

We zien dus dat goddeloze lieden in deze kwestie door een zeer onterechte laster het hart van eenvoudige mensen verontrusten. Op die manier willen ze bereiken dat zulke mensen óf Gods rechtvaardigheid, óf de betrouwbaarheid van de Schrift in twijfel gaan trekken.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.