2.10.8 – Als God Israëls God was, gaf Hij hun daarmee eeuwig leven

Maar misschien lijkt dit nog een beetje ingewikkeld. Laat ik dan nu verdergaan met de verbondsformule zelf. Dat zal niet alleen welwillende mensen tevreden stellen. Het zal ook volledig aantonen hoe onwetend je bent als je hier nog tegen in wilt gaan.

De Heer is steeds met deze woorden het verbond aangegaan met wie Hem dienen: ‘Ik zal jullie God zijn en jullie zullen mijn volk zijn.’ Leviticus 26:12 Deze woorden bevatten het leven, het behoud en het toppunt van geluk. Dat hebben de profeten steeds zo uitgelegd. Want niet voor niets zegt David meer dan eens dat het volk gelukkig is dat de HEER als God heeft, Psalm 144:15 dat het volk gelukkig is dat Hij heeft uitgekozen als zijn eigendom. Psalm 33:12 Dat is niet vanwege aards geluk, maar omdat Hij het volk dat Hij uitgekozen heeft, verlost van de dood, voor eeuwig bewaart en voor eeuwig barmhartig is. Dat kun je ook bij andere profeten lezen: ‘U bent onze God, wij zullen niet sterven.’ Habakuk 1:12 ‘De HEER is onze koning, onze wetgever, Hij zal ons redden.’ Jesaja 33:22 ‘Gelukkig ben je, Israël, want je wordt gered in de HEER God. Deuteronomium 33:29

Maar om niet te veel moeite te doen voor een overbodige kwestie, steeds wordt bij de profeten deze waarschuwing herhaald: er ontbreekt niets aan de overvloed van al het goede, zelfs niet aan de zekerheid van het behoud, als de Heer onze God maar is. En terecht. Want zodra zijn gelaat straalt, is dat de meest zekere waarborg van ons behoud. Hoe zou God zich aan een mens kunnen manifesteren zonder dat Hij voor hem ook de schatten van het behoud opent? Want Hij is onze God op deze manier: Hij woont in ons midden. Dat heeft Hij verklaard via Mozes. Leviticus 26:11 Maar Hij kan onmogelijk zo bij je zijn zonder dat je ook het leven hebt.

En zelfs al werd er verder niets gezegd, dan nog werd de Joden het geestelijke leven duidelijk genoeg beloofd in deze woorden: ‘Ik ben jullie God.’ Exodus 6:6 (6:7) Want Hij verkondigt dat Hij niet hun God zou zijn alleen voor hun lichaam, maar vooral voor hun ziel. Maar de ziel blijft dood en van God vervreemd als de ziel niet door rechtvaardigheid met God verbonden wordt. Echter, als die eenheid er is, dan komt het eeuwige behoud ook mee.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.