2.10.15 – David hoopte op eeuwig leven

We zijn nog niet verder gekomen dan Mozes. Over hem zeggen mijn tegenstanders dat hij alleen maar als taak had om het vleselijke volk ertoe te brengen dat ze God gingen dienen, door de vruchtbaarheid van het land en door de overvloed van alle dingen. Maar als je het licht dat vanzelf op je afkomt niet wilt ontvluchten, is meteen duidelijk dat daarin een geestelijk verbond wordt afgekondigd.

Dan komen we bij de profeten. Daar schittert het eeuwige leven en het koninkrijk van Christus volledig. Om te beginnen bij David. Hij leefde qua tijd eerder dan de andere profeten. Daarom heeft hij volgens de volgorde van Gods uitdeling de hemelse mysteries minder duidelijk getekend dan zij. Maar toch, hoe duidelijk en hoe zeker is alles wat hij zegt gericht op dat doel!

Hoe hij het wonen op aarde taxeert, blijkt uit deze uitspraak: ‘Hier ben ik een gast en een vreemdeling, net als al mijn voorvaders. Elk mens die leeft, is maar een zucht. Ieder wandelt als een schaduw. Wat verwacht ik dan, Heer? Ik hoop op U!’ Psalm 39:13; 39:6-8 Echt, wie erkent dat er op aarde niets zeker of blijvend is en toch zijn hoop op God gevestigd houdt, ziet het vast zo dat voor hem ergens anders geluk klaarligt. Telkens als hij de gelovigen echt wil troosten, wijst hij hen erop dat ze het zo moeten zien. Want ergens anders heeft hij het er eerst over hoe kort, kwetsbaar en vergankelijk het leven van de mens is. En dan vervolgt hij met: ‘Maar voor wie Hem vrezen, is de HEER voor eeuwig barmhartig.’ Psalm 103:17

En hetzelfde staat ook in Psalm 102: ‘In het begin, HEER, hebt u het fundament gelegd voor de aarde en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, maar U blijft staan. Zij raken verweerd als een kleed en U verwisselt ze als een gewaad. Maar zelf blijft U dezelfde en er komt geen eind aan uw jaren. De kinderen van uw dienaren zullen wonen en hun nageslacht blijft altijd voor uw ogen.’ Psalm 102:26-29 Als de vromen ondanks hun ondergang toch altijd voor Gods ogen blijven, betekent dat dat hun behoud verbonden is met Gods eeuwigheid.

Maar die hoop kan alleen maar bestaan als die gebaseerd is op de belofte die bij Jesaja gegeven wordt. ‘De hemel,’ zegt de Heer, ‘vervluchtigt als een damp en de aarde raakt verweerd als een kleed en haar inwoners sterven, net als zij. Maar mijn behoud is voor eeuwig en mijn rechtvaardigheid verdwijnt nooit.’ Jesaja 51:6 Daar worden rechtvaardigheid en het behoud eeuwig genoemd. Niet zoals ze in God huizen, maar zoals de mensen ze ervaren.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.