2.10.15 – David hoopte op eeuwig leven

0
76

We zijn nog niet verder gekomen dan Mozes. Over hem zeggen mijn tegenstanders dat hij alleen maar als taak had om het vleselijke volk ertoe te brengen dat ze God gingen dienen, door de vruchtbaarheid van het land en door de overvloed van alle dingen. Maar als je het licht dat vanzelf op je afkomt niet wilt ontvluchten, is meteen duidelijk dat daarin een geestelijk verbond wordt afgekondigd.

Dan komen we bij de profeten. Daar schittert het eeuwige leven en het koninkrijk van Christus volledig. Om te beginnen bij David. Hij leefde qua tijd eerder dan de andere profeten. Daarom heeft hij volgens de orde van Gods uitdeling de hemelse mysteries minder duidelijk getekend dan zij. Maar toch, hoe duidelijk en hoe zeker is alles wat hij zegt gericht op dat doel!

Hoe hij het wonen op aarde taxeert, blijkt uit deze uitspraak: ‘Hier ben ik een gast en een vreemdeling, net als al mijn voorvaders. Elk mens die leeft, is maar een zucht. Ieder wandelt als een schaduw. Wat verwacht ik dan, Heer? Ik hoop op U!’1 Echt, wie erkent dat er op aarde niets zeker of blijvend is en toch zijn hoop op God gevestigd houdt, ziet het vast zo dat voor hem ergens anders geluk klaar ligt. Telkens als hij de gelovigen echt wil troosten, wijst hij hen erop dat ze het zo moeten zien. Want ergens anders heeft hij het er eerst over hoe kort, kwetsbaar en vergankelijk het leven van de mens is. En dan vervolgt hij met: ‘Maar voor wie Hem vrezen, is de HEER voor eeuwig barmhartig.’2

En hetzelfde staat ook in Psalm 102: ‘In het begin, HEER, hebt u het fundament gelegd voor de aarde en de hemel is het werk van uw handen. Zij zullen vergaan, maar U blijft staan. Zij raken verweerd als een kleed en U verwisselt ze als een gewaad. Maar zelf blijft U dezelfde en er komt geen eind aan uw jaren. De kinderen van uw dienaren zullen wonen en hun nageslacht blijft altijd voor uw ogen.’3 Als de vromen ondanks hun ondergang toch altijd voor Gods ogen blijven, betekent dat dat hun behoud verbonden is met Gods eeuwigheid.

Maar die hoop kan alleen maar bestaan als die gebaseerd is op de belofte die bij Jesaja gegeven wordt. ‘De hemel,’ zegt de Heer, ‘vervluchtigt als een damp en de aarde raakt verweerd als een kleed en haar inwoners sterven, net als zij. Maar mijn behoud is voor eeuwig en mijn rechtvaardigheid verdwijnt nooit.’4 Daar worden de rechtvaardigheid en het behoud eeuwig genoemd. Niet zoals ze in God huizen, maar zoals de mensen ze ervaren.

1Psalm 39:13; Psalm 39:6-8

2Psalm 103:17

3Psalm 102:26-29

4Jesaja 51:6

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in