2.1.9 – De mens is door de zonde volledig bedorven

0
824

Daarom heb ik gezegd dat de zonde alle delen van de ziel in bezit genomen heeft sinds Adam zich losmaakte van de bron van rechtvaardigheid. Hij is immers niet verleid door een begeerte van ondergeschikt belang. De vesting van zijn ziel werd in bezit genomen door schandelijke goddeloosheid. De hoogmoed drong door tot in het diepst van zijn hart. Daarom is het flauw en dom om het bederf dat daaruit is voortgekomen te beperken tot zogenaamde zinnelijke gemoedsbewegingen. Of om het licht ontvlambaar materiaal te noemen dat alleen het deel van de zogenaamde zinnelijkheid tot zonde zou verleiden, prikkelen en trekken.

Petrus Lombardus1 heeft hiermee laten zien hoe vreselijk onwetend hij is. Hij zocht naar de plek waar dit bederf huist en op basis van wat Paulus verklaart, zegt hij dan dat dit bederf in het lichaam zit. Weliswaar is het niet beperkt tot het lichaam, maar in het lichaam is het volgens hem het duidelijkst zichtbaar.2 Alsof Paulus slechts een deel van de ziel bedoelde en niet de hele menselijke natuur! Paulus stelt de natuurlijke aanleg van de mens tegenover de bovennatuurlijke genade. En hij maakt aan alle twijfel een eind door te leren dat het bederf niet in slechts één deel huist, maar dat er niets vrij of schoon blijft van de dodelijke besmetting. Want als hij het heeft over onze zondige aard, veroordeelt hij niet alleen de bandeloze begeerten die zichtbaar zijn. Hij beweert vooral dat het verstand gebukt gaat onder blindheid en het hart onder slechtheid.

Romeinen 3 is niets anders dan een beschrijving van de erfzonde. Uit de vernieuwing blijkt de erfzonde nog duidelijker. De geest wordt geplaatst tegenover de oude mens en het vlees. Dat duidt niet op een genade die alleen het minder belangrijke, zinnelijke deel van de ziel corrigeert. Het omvat een volledige herstel van alle delen van de ziel. En daarom beveelt Paulus ons dat niet alleen onze minderwaardige begeerten tot niets gereduceerd moeten worden. Hij beveelt ook dat onze geest en ons denken vernieuwd moeten worden. Efeziërs 4:22-23 Ook ergens anders beveelt hij ons dat we veranderd moeten worden door een vernieuwing van ons denken. Romeinen 12:2

Dat betekent dus dat het deel waarin het geweldige en edele van de ziel het meest schittert niet slechts aangetast, maar bedorven is. Het moet niet alleen maar genezen, het moet een bijna volledig nieuwe aard aantrekken.

We zullen straks zien in hoeverre de zonde het verstand en het hart in bezit houdt. Hier heb ik alleen maar kort willen aanstippen dat heel de mens van het hoofd tot de voeten als het ware door een zondvloed overstroomd is. Er is geen enkel stukje van de mens vrij van zonde. Alles wat er uit hem voortkomt, moet hem daarom als zonde worden aangerekend. Daarom zegt Paulus dat alle begeerten of gedachten van het vlees vijandschap zijn tegen God en daarom de dood betekenen. Romeinen 8:6-7

1Petrus Lombardus ( 1160), scholastisch theoloog in Parijs.

2Petrus Lombardus, Sententiae II, 31.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in