2.1.8 – Een definitie van de erfzonde

Laat ik nu een definitie geven van de erfzonde. Dan weten we tenminste precies waar we het over hebben. Maar ik ben niet van plan om een voor een de definities te bespreken die door verschillende schrijvers gegeven zijn. Ik neem gewoon één definitie, die volgens mij het meest in overeenstemming is met de waarheid.

Welnu, waarschijnlijk is de erfzonde een erfelijke slechtheid en bederf in onze aard. Dit heeft zich verspreid over alle delen van de ziel. Daardoor staan we in de eerste plaats schuldig tegenover God. En in de tweede plaats ontstaan hierdoor in ons de daden die de Schrift de daden van het vlees noemt. Galaten 5:19-21 En wat Paulus meer dan eens zonde noemt, is eigenlijk erfzonde. Daarom noemt hij de daden die eruit voortkomen – bijvoorbeeld overspel, ontucht, diefstal, moord en drankmisbruik – vruchten van de zonde, ook al worden ze op veel plaatsen in de Schrift, ook door Paulus zelf, ook zonde genoemd.

We moeten deze twee dingen dus goed van elkaar onderscheiden. In de eerste plaats zijn wij in onze aard zo verpest en bedorven dat we alleen daarom al terecht schuldig en veroordeeld voor Gods ogen staan. Want voor Hem zijn alleen rechtvaardigheid, onschuld en zuiverheid acceptabel. En dat betekent niet dat we de schuld dragen van wat iemand anders verkeerd gedaan heeft. Want als er gezegd wordt dat we voor Gods oordeel schuldig staan door de zonde van Adam, dan moeten we dat niet opvatten alsof we zelf onschuldig zijn en vrijuit gaan, maar toch moeten betalen voor wat Adam verkeerd gedaan heeft. Door Adams overtreding zijn we verstrikt geraakt in de vloek en daarom wordt er gezegd dat we schuldig staan door Adam. Het is niet alleen de straf die van hem op ons is overgegaan. We zijn door hem ook besmet geraakt. En het is terecht dat wij voor die besmetting gestraft moeten worden.

Augustinus noemt de erfzonde vaak de zonde van een ander. Zo wil hij extra duidelijk laten zien dat de erfzonde via de voortplanting bij ons terechtkomt. Maar toch verzekert hij ook dat het ieders eigen zonde is.1 En de apostel Paulus zelf verklaart heel nadrukkelijk dat de dood over alle mensen gekomen is, omdat alle mensen gezondigd hebben. Romeinen 5:12 Dat wil zeggen: omdat alle mensen verstrikt zitten in de erfzonde en daardoor besmet zijn. Zelfs kleine kinderen zijn daarom niet schuldig door de zonde van iemand anders, maar door hun eigen zonde. Want van de moederschoot af dragen ze hun eigen veroordeling met zich mee. Ze hebben de vruchten van hun zondigheid nog niet voortgebracht. Maar het zaad zit toch al in hen. Heel hun aard is zelfs een soort zaad van zonde. Daarom moeten ze in Gods ogen wel weerzinwekkend en verwerpelijk zijn. En dat betekent dat God hun dat aanrekent als de eigenlijke zonde. Want niemand wordt in staat van beschuldiging gesteld zonder dat hij schuldig is.

Dan het tweede punt: deze slechtheid in ons houdt nooit op. Er komen continu nieuwe vruchten uit voort. Dat zijn de daden van het vlees die ik hiervóór genoemd heb. Het is net als bij een brandende oven waaruit vuur en vonken oplaaien of bij een bron waaruit voortdurend water opborrelt.

Er zijn mensen die de erfzonde definiëren als het missen van de oorspronkelijke rechtvaardigheid die we zouden moeten hebben. Daarmee hebben ze de complete inhoud van de erfzonde te pakken. Maar zo’n definitie maakt niet genoeg duidelijk hoe groot het effect van de erfzonde is. Want onze aard is niet alleen beroofd en ontdaan van het goede. Onze aard brengt nu ook een overvloed aan alle mogelijke slechte vruchten voort. Onze aard kan daarom niet neutraal zijn. Er zijn mensen die zeggen dat de erfzonde een hartstochtelijke begeerte is. Dat is geen totaal ongeschikte manier om het te zeggen, maar dan moeten ze er wel bij zeggen dat heel de mens, van het verstand tot de wil, van de ziel tot het lichaam, met deze begeerte besmet is en er vol van is. Kortom: dat de mens uit zichzelf een en al hartstochtelijke begeerte is. Maar dat willen de meesten absoluut niet toegeven.

1Augustinus, De peccatorum meritis et remissione et de baptismo parvulorum III, 8.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.