De eerste activiteit die door Christus na zijn verhoging aan de rechterhand van de Vader wordt uitgeoefend, bestaat uit het zenden van de Heilige Geest. Bij die verhoging nam Hij zelf de in het Oude Testament beloofde Heilige Geest van zijn Vader in ontvangst en daarom kan Hij Hem nu, overeenkomstig zijn eigen belofte, aan zijn leerlingen op aarde meedelen. Hand. 2:33 De Geest die Hij schenkt, gaat uit van de Vader, wordt door Hem van de Vader ontvangen en wordt vervolgens door Hemzelf aan zijn gemeente uitgedeeld. Luk. 24:49, Joh. 15:26 Het is de Vader zelf die de Heilige Geest zendt in Jezus’ naam. Joh. 14:26

Deze zending van de Heilige Geest die op de Pinksterdag plaatsvond, is een uniek feit in de geschiedenis van de kerk van Christus. Net als de schepping en de menswording heeft die slechts eenmaal plaatsgevonden. Ze werd niet voorafgegaan door enige uitdeling van de Geest die in betekenis daarmee gelijkstond en kan ook nooit meer herhaald worden. Zoals Christus in zijn ontvangenis de menselijke natuur aannam om die nooit meer af te leggen, zo heeft de Heilige Geest op de Pinksterdag de gemeente als zijn woning en tempel uitgekozen om nooit meer van haar gescheiden te worden. De Schrift wijst deze geheel unieke betekenis van de gebeurtenis op de Pinksterdag duidelijk aan, als ze erover spreekt als over een uitstorten of uitgieten van de Heilige Geest. Hand. 2:17-18, 2:33, 10:45, Tit. 3:6
Wel wordt hierdoor niet uitgesloten dat er ook vóór de Pinksterdag sprake is van allerlei activiteit en gave van de Heilige Geest. We hebben eerder (blz. e.v.) al gezien dat Hij met de Vader en de Zoon de Schepper van alle dingen is en dat Hij op het gebied van de herschepping de Werkmeester is van alle leven en heil, van elke gave en bekwaamheid. Maar er is toch tussen de activiteit en de uitdeling van de Heilige Geest in de dagen van het Oude en in die van het Nieuwe Testament een belangrijk en wezenlijk verschil. Dit blijkt in de eerste plaats doordat de oude bedeling nog altijd uitzag naar de verschijning van de Knecht van de Heer op wie de Geest van de Heer in al zijn volheid zou rusten, als de Geest van de wijsheid en van het verstand, de Geest van de raad en van de sterkte, de Geest van de kennis en van de vrees voor de Heer. Jes. 11:2 En in de tweede plaats voorspelt het Oude Testament zelf dat, al was er ook toen al enige uitdeling en activiteit van de Heilige Geest, die toch pas in het laatste van de dagen over alle vlees, over zonen en dochters, ouden en jongen, dienaren en dienaressen zou worden uitgegoten. Jes. 44:3, Ezech. 39:29, Joël 2:28 e.v.
Beide beloften worden in het Nieuwe Testament vervuld. Jezus is de Christus, de Gezalfde van God bij uitstek. Hij werd niet alleen van de Heilige Geest ontvangen in Maria’s schoot en bij de doop met die Geest zonder mate gezalfd. Hij heeft ook voortdurend door die Geest geleefd en gearbeid. Door die Geest werd Hij in de woestijn geleid, Luk. 4:1 keerde Hij terug naar Galilea, Luk. 4:14 predikte Hij het evangelie, genas Hij de zieken, wierp Hij de demonen uit, Mat. 12:28, Luk. 4:18-19 gaf Hij zich over in de dood Heb. 9:14 en werd Hij opgewekt en als Gods Zoon geopenbaard in kracht. Rom. 1:3
In de veertig dagen die verliepen tussen zijn opstanding en hemelvaart gaf Hij bevelen aan zijn leerlingen door de Heilige Geest. Hand. 1:3, vg. Joh. 20:21-22 En bij de hemelvaart, waarin Hij alle vijanden aan zich onderwierp en alle engelen, machten en krachten aan zich onderdanig maakte, Ef. 4:8, 1 Pet. 3:22 heeft Hij ten volle aan de Heilige Geest met al zijn gaven deel gekregen. Toen Hij opvoer in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangengenomen, heeft Hij aan de mensen gaven gegeven en is Hij boven al de hemelen verheven, opdat Hij alle dingen zou vervullen. Ef. 4:8-10
Dit in bezit nemen van de Heilige Geest door Christus is zo absoluut dat de apostel Paulus kan zeggen, dat de Heer (namelijk Christus als de verhoogde Heer) de Geest is. 2 Kor. 3:17 Natuurlijk wil Paulus daarmee het onderscheid tussen beiden niet uitwissen, want in het volgende vers spreekt hij meteen weer over de Geest van de Heer (of volgens een andere vertaling, over de Heer van de Geest). Maar de Heilige Geest is volledig het eigendom van Christus geworden en als het ware door Christus in zichzelf opgenomen. Door opstanding en hemelvaart is Christus een levendmakende Geest geworden. 1 Kor. 15:45 Hij bezit nu de zeven Geesten (de Geest in al zijn volheid), zoals Hij de zeven sterren heeft. Op. 3:1 De Geest van God, de Vader, is de Geest van de Zoon geworden, de Geest van Christus, die niet alleen in het goddelijk wezen, maar in overeenkomstig daarmee ook in de bedeling van het heil van Vader en Zoon beiden uitgaat en evengoed door de Zoon als door de Vader gezonden wordt. Joh. 14:26, 15:26, 16:7
Op grond van zijn volmaakte gehoorzaamheid heeft Christus de volle, vrije beschikking gekregen over de Heilige Geest en over al zijn gaven en krachten. Hij kan Hem nu uitdelen, hoe en in de mate en aan wie Hij dat wil, niet in strijd natuurlijk maar geheel in overeenstemming met de wil van de Vader en de Geest zelf, want de Zoon zendt de Geest van de Vader. Joh. 15:26 De Vader zendt Hem zelf in de naam van Christus. Joh. 14:26 En de Heilige Geest zal niet uit en van zichzelf spreken, maar Hij zal spreken wat Hij gehoord zal hebben. Zoals Christus zelf op aarde steeds de Vader verheerlijkt heeft, zo zal de Geest op zijn beurt Christus verheerlijken, alles uit Hem nemen en het daarna aan zijn leerlingen verkondigen. Joh. 16:13-14 De Heilige Geest stelt zich dus vrijwillig in dienst van Christus. En in en door Hem deelt Christus zichzelf en al zijn weldaden aan de gemeente uit.
Niet door kracht of geweld regeert Christus dus in het koninkrijk dat Hem door de Vader geschonken is. Hij deed dit niet in zijn vernedering en Hij doet het evenmin in zijn verhoging. Heel zijn profetische, priesterlijke en koninklijke activiteit blijft Hij vanuit de hemel uitoefenen op geestelijke wijze. Hij strijdt alleen met geestelijke wapens. Hij is een koning van de genade en een koning van de macht, maar in beide zinnen voert Hij zijn regering uit door de Heilige Geest, die zich daarbij bedient van het Woord als een genademiddel. Door die Geest onderwijst, troost en leidt Hij zijn gemeente en woont Hij zelf in haar. En door diezelfde Geest overtuigt Hij de wereld van zonde, gerechtigheid en oordeel. Joh. 16:8-11 De uiteindelijke overwinning die Christus over al zijn vijanden zal behalen, zal een triomf zijn van de Heilige Geest.

















