Insitutie Vooraf Aan Frans I, koning van Frankrijk 1 – De ware leer wordt in Frankrijk onterecht bestreden

1 – De ware leer wordt in Frankrijk onterecht bestreden

Johannes Calvijn wenst zijn vorst, de zeer machtige en zeer luisterrijke monarch, Frans,1 de zeer christelijke koning van de Fransen, vrede en heil in Christus.

Toen ik aan dit boek begon te werken, roemruchte koning, had ik er absoluut geen idee van dat wat ik schreef later aan u zou worden aangeboden. Ik wilde alleen maar de belangrijkste punten opschrijven van de godsdienst, zodat degenen die daarin geïnteresseerd zijn, de echte vroomheid konden leren kennen. Ik deed dat werk vooral voor onze Franse landgenoten. Want ik merkte dat er velen waren die hunkerden naar Christus. Maar ik zag dat er maar weinig waren die beschikten over ook maar een beetje behoorlijke kennis over Hem. Dat dit mijn bedoeling was, blijkt uit het boek zelf. Want het is eenvoudig geschreven, voor ongeschoolde lezers.

Maar toen vernam ik dat in uw koninkrijk sommige slechte mensen met zoveel razernij tekeergingen, dat er voor de gezonde leer helemaal geen plaats meer is. Daarom dacht ik dat het de moeite waard zou zijn als ik, tegelijk met mijn onderwijs aan onze landgenoten, ook u mijn belijdenis onder ogen zou brengen. Dan zou u kunnen leren wat nu eigenlijk de leer is waartegen die mensen in hun waanzinnige woede ontbranden en waarvoor ze met vuur en zwaard onrust over uw koninkrijk brengen. Ik aarzel niet om te erkennen dat ik in dit boek juist van die leer de kern heb weergegeven. Die leer waarvan zij luid roepen dat die bestraft moet worden met gevangenschap, verbanning, vogelvrijverklaring en verbranding. Die leer die zij te land en ter zee willen uitroeien.

Ik weet heel goed met wat voor gruwelijke beschuldigingen zij uw oren en uw hart hebben vervuld, om onze zaak bij u zo gehaat mogelijk te maken. Maar overweegt u in uw welwillendheid eens dat een aanklacht alleen nooit voldoende kan zijn. Anders zou er immers nooit iemand onschuldig zijn, ook al zou hij niets verkeerds gezegd of gedaan hebben.

Natuurlijk willen onze tegenstanders deze leer, die ik u probeer uit te leggen, verdacht maken door te zeggen dat alle standenvergaderingen deze leer met hun stem veroordeeld hebben en dat ook veel rechtbanken deze leer in hun vonnissen hebben afgekeurd. Maar daarmee zeggen ze alleen maar dat de samengebalde macht van haar tegenstanders deze leer met geweld, leugens, sluwe streken, verraad en bedrog onderdrukt. Geweld is het dat er tegen deze leer zonder vorm van proces bloedige vonnissen geveld worden. Bedrog is het dat deze leer beticht wordt van opstandige misdaden.

Laat niemand denken dat wij hier onterecht over klagen. Uzelf, hoogedele koning, kunt voor ons getuigen met hoeveel laster over deze leer onze tegenstanders elke dag bij u aankomen. Onze bedoeling zou zijn om de koningen hun scepter uit handen te rukken, de rechtbanken en alle rechtspraak uit de weg te ruimen, alle standenvergaderingen en burgerlijke overheden omver te werpen, de vrede en rust van het volk te verstoren, alle wetten af te schaffen, eigendommen en bezittingen te verwoesten, kortom, om alles op z’n kop te zetten.

En dan hoort u nog maar een heel klein gedeelte. Want onder het volk worden afschuwelijke geruchten verspreid. Als die waar zouden zijn, zou de hele wereld terecht vinden dat deze leer en degenen die deze leer verbreiden duizend vuren en kruisen verdienen. Als aan die onterechte beschuldigingen geloof gehecht wordt, dan is het toch geen wonder dat de publieke opinie ontbrand is in haat tegen ons?

Ziet u, dat is de reden dat alle standenvergaderingen het erover eens zijn dat wij en onze leer veroordeeld moeten worden en dat ze samenspannen om dat te bereiken. Degenen die zitting hebben in een rechtbank zetten onder invloed van deze stemming hun van huis meegebrachte vooroordelen om in vonnissen. En ze denken dat ze hun taak naar behoren vervuld hebben als ze niemand ter dood laten brengen die niet zelf bekend heeft of wiens schuld niet door betrouwbare getuigen aangetoond is.

Maar aan welke misdaad is zo iemand dan schuldig? Aan de misdaad van de veroordeelde leer, zeggen ze. Maar met welk recht is die leer veroordeeld?

We kunnen ons niet verdedigen door de leer zelf te verloochenen. We kunnen alleen maar volhouden dat deze leer waar is. Maar ons wordt totaal geen gelegenheid gegeven om hierover ook maar iets te zeggen.

1Frans I (1494-1547), koning van Frankrijk.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.