1.9.1 – Woord en Geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden

0
670

Er zijn ook mensen die de Schrift verwerpen en zich inbeelden dat er een ik weet niet wat voor andere weg is om bij God te komen. Zulke mensen zijn niet zomaar gegrepen door een dwaling. Nee, ze worden gedreven door waanzin. Zo zijn er onlangs enkele leeghoofden opgedoken die hooghartig het onderwijs van de Geest gebruiken als voorwendsel om totaal af te zien van het lezen van de Schrift. Ze bespotten zelfs de simpele mensen die nog wel – zoals zij dat noemen – de dode en dodende letter volgen.

Maar ik zou van hen wel eens willen weten wat voor geest dat dan is, die hen er toe inspireert om zich zo hoog te verheffen, dat ze de leer van de Schrift durven minachten als kinderlijk en zonder betekenis. Want als ze antwoorden dat het de Geest van Christus is, dan is het wel heel belachelijk dat ze daar zo zeker van zijn. Want volgens mij moeten ze toch toegeven dat Christus’ apostelen en de andere gelovigen door diezelfde Geest verlicht zijn. En toch heeft niemand van hen van die Geest geleerd om Gods Woord te minachten. Ze zijn juist allemaal door Hem vervuld met een grote eerbied voor het Woord. Hun geschriften bewijzen dat heel duidelijk.

Dat is zo ook via de mond van Jesaja voorzegd. Jesaja 59:21 Hij zegt: ‘Mijn Geest is op jullie en mijn woorden heb Ik in jullie mond gelegd en in de mond van jullie nakomelingen. En die zullen voor eeuwig niet wijken.’ Daarmee bindt hij het oude volk niet aan de uiterlijke leer, alsof ze het abc nog moesten leren. Nee, hij bedoelt juist dat de nieuwe kerk onder het koningschap van Christus pas echt en volmaakt gelukkig zal zijn, omdat het Woord van God en de Geest beiden de kerk regeren. Daaruit maken we op dat die losbollen een afschuwelijke heiligschennis plegen. Want ze halen uit elkaar wat volgens de profeet onlosmakelijk bij elkaar hoort.

Daar komt bij dat Paulus niet ophield om te blijven studeren op de wet en de profeten. Zelfs al was hij tot in de derde hemel opgenomen geweest. 2 Korinthiërs 12:2 Daarom raadt hij ook Timotheüs aan om vol te houden met lezen, ook al was Timotheüs al een bijzonder goede leraar. 1 Timotheüs 4:13 Het is ook het vermelden waard hoe Paulus de lof bezingt op de Schrift. Hij zegt dat de Schrift nuttig is om te onderwijzen, te vermanen en te weerleggen, om een dienaar van God volmaakt te laten worden. 2 Timotheüs 3:16-17 Wat een duivelse waanzin is het dan om te beweren dat het gebruik van de Schrift vluchtig of tijdelijk is! Gods kinderen worden tot het eind van hun leven door de Schrift geleid.

Verder zou ik ook graag willen dat ze mij eens antwoord gaven op de vraag of zij soms een andere geest ingedronken hebben dan de Geest die de Heer aan zijn leerlingen beloofde. Ze worden weliswaar door een enorme waanzin gekweld, maar ik denk toch niet dat ze zich er zo door laten meeslepen dat ze dit zouden durven beweren. Maar wat voor Geest beloofde Christus eigenlijk? Toch een die niet over zichzelf zou spreken, maar in hun hart zou uitstorten wat Christus zelf door zijn Woord verkondigd had? Johannes 16:13 De Geest die ons beloofd is, heeft dus niet als taak om nieuwe openbaringen te verzinnen, die we nog niet eerder gehoord hebben. Of om een nieuw soort leer te fabriceren, die ons zou kunnen afleiden van de leer van het evangelie die ons gegeven is. Zijn taak is juist om de leer die ons door middel van het evangelie wordt aangeprezen, in ons hart te bekrachtigen.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in