Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.8 – De betrouwbaarheid van de Schrift 1.8.10 – De wet en de profeten hebben allerlei moeilijkheden overleefd

1.8.10 – De wet en de profeten hebben allerlei moeilijkheden overleefd

Om aan de betrouwbaarheid van de Schrift afbreuk te doen, voeren sommigen ook wel een passage aan uit de geschiedenis van de Makkabeeën. Echter, die passage is juist heel geschikt om de betrouwbaarheid van de Schrift te versterken. Maar laten we eerst de kleur die zij aan de zaak geven verwijderen. Daarna zullen we het geschut dat ze tegen ons in stelling brengen, omkeren tegen hen.

Antiochus1 liet alle boeken verbranden, zeggen ze. 1 Makkabeeën 1:56-57 Waar komen dan de exemplaren vandaan die wij nu hebben? Maar op mijn beurt vraag ik hen: hoe zouden die zo snel nagemaakt kunnen zijn? Want het staat vast dat ze tevoorschijn kwamen zodra de vervolging voorbij was. En ze werden zonder tegenspraak erkend door alle vromen die in de leer van die boeken opgevoed en ermee vertrouwd waren. Alle goddelozen lijken wel samen te spannen om de Joden te beledigen. En toch heeft zelfs van hen niemand de Joden ervan durven beschuldigen dat ze hun boeken stiekem vervalst hadden. Want wat ze ook van de Joodse godsdienst vinden, ze erkennen toch dat Mozes die gesticht heeft.

Verraden deze mensen met hun geleuter niet alleen maar hoe hondsbrutaal ze zijn, als ze liegen dat de boeken vervalst zijn? Alle geschiedverhalen stemmen op dit punt overeen en bewijzen daarmee de heilige ouderdom van die boeken!

Maar het heeft geen zin om nog meer moeite te doen om hun walgelijke laster te weerleggen. We kunnen beter bedenken dat hieruit blijkt hoe goed de Heer voor zijn Woord gezorgd heeft. Tegen alle verwachting in heeft Hij het Woord gered uit handen van een wrede tiran, alsof Hij het weggerukt heeft uit een hevige brand. Hij maakte vrome priesters en anderen zo standvastig dat ze niet aarzelden om desnoods met hun leven te betalen voor deze schat. Als ze die maar konden doorgeven aan hun nakomelingen. Ook liet de Heer het strenge onderzoek van zoveel landvoogden en hun handlangers op niets uitlopen.

Wie zou niet erkennen hoe opmerkelijk en wonderlijk Gods werk is? De goddelozen waren ervan overtuigd dat de heilige gedenkboeken volledig vernietigd waren. Maar toch kregen ze direct hun oude positie weer terug. Ze kwamen zelfs nog meer in aanzien te staan dan daarvoor. Want er kwam een vertaling in het Grieks, waardoor ze over de hele wereld verspreid werden.

Dat God de tafels van zijn verbond redde uit de bloeddorstige bevelen van Antiochus was niet het enige wonder. Ze bleven ook behouden bij de vele rampen die het Joodse volk herhaaldelijk teisterden, verwoestten en op de rand van de totale ondergang brachten. En de Hebreeuwse taal had niet alleen weinig aanzien, ze was vrijwel onbekend. Als God niet voor de godsdienst had willen zorgen, was het Hebreeuws ongetwijfeld helemaal uitgestorven. Want toen de Joden terugkwamen uit de ballingschap, gebruikten ze hun moedertaal weinig meer. Dat blijkt uit de profeten uit die tijd. Het is trouwens goed om dat op te merken, want door de oudere en de nieuwere profeten met elkaar te vergelijken, blijkt nog duidelijker hoe oud de wet en de profeten zijn. En wie heeft God gebruikt om de leer van het behoud, die in de wet en de profeten verteld wordt, voor ons te bewaren, om als de tijd gekomen was, Christus bekend te maken? Hij heeft juist Christus’ grootste vijanden gebruikt: de Joden. Terecht noemt Augustinus hen de kopiisten van de christelijke kerk. Want zij hebben ons de boeken geleverd waar ze zelf geen gebruik van maken.

1Antiochus IV Epifanes († 164 v. Chr.), koning van het rijk van de Seleuciden.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.