Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.7 – Het gezag van de Schrift 1.7.5 – Het getuigenis van de Heilige Geest biedt meer zekerheid dan welk argument ook

1.7.5 – Het getuigenis van de Heilige Geest biedt meer zekerheid dan welk argument ook

Dit moet dus voor altijd vaststaan: wie in zijn hart door de Heilige Geest onderwezen is, vindt volledig rust in de Schrift. De betrouwbaarheid van de Schrift is gebaseerd op de Schrift zelf. Daarom kan zij niet onderworpen worden aan rationele argumenten of redeneringen. Dat we aan de Schrift toch niet hoeven te twijfelen, komt door het getuigenis van de Geest. De Schrift is zo verheven dat we vanzelf wel eerbied voor haar krijgen. Maar we worden pas echt door de Schrift gegrepen als de Geest haar in ons hart bekrachtigt.

Als de Geest ons verlicht, geloven we niet meer op grond van ons eigen oordeel, of op grond van het oordeel van anderen, dat de Schrift van God komt. Dan concluderen we dat het absoluut zeker is dat de Schrift – door de dienst van mensen – uit Gods eigen mond naar ons toe gekomen is. Het is alsof we in haar Gods eigen majesteit kunnen zien. Dan zoeken we niet naar bewijzen of naar plausibele verklaringen, waarop we ons oordeel kunnen baseren. We onderwerpen ons oordeel en inzicht aan de Schrift, omdat die zich aan al ons giswerk onttrekt.

En dan doen we niet zoals sommige mensen soms een onbekende zaak omarmen en zich er dan later – als ze doorkrijgen hoe het werkelijk zit – weer van afkeren. Want wij zijn ons er heel goed van bewust dat we de onoverwinnelijke waarheid kennen. We doen ook niet zoals de ongelukkige mensen die hun verstand uitleveren aan bijgeloof. Want we merken dat in de Schrift Gods kracht leeft en ademt. Die is niet vatbaar voor twijfel. Met ons verstand en onze wil worden wij door die kracht getrokken en aangestoken. Ja, onze wil en ons verstand worden door die kracht vuriger en effectiever bezield dan de menselijke wil en het menselijk verstand zelf hadden gekund.

Volledig terecht roept God daarom via Jesaja dat de profeten met heel het volk zijn getuigen zijn. Jesaja 43:10 Want zij wisten zeker dat God gesproken had, zonder leugen of dubbelzinnigheid. Daar hoefden ze niet aan te twijfelen, want dat hadden ze geleerd uit Gods voorzeggingen. Zo gaat het dus als je ergens zo van overtuigd bent, dat je geen rationele argumenten nodig hebt. Zo gaat het dus als je iets zo zeker weet, dat je zelfs met het beste verstand daarop durft bouwen. Immers, in dit geloof vindt het verstand meer rust en een steviger fundament dan in welk rationeel argument ook. Ten slotte, zo gaat het als je iets zo diep beseft, dat het je wel uit de hemel geopenbaard moet zijn.

Wat ik zeg, merkt iedere gelovige bij zichzelf. Alleen schieten mijn woorden ernstig tekort om dit te kunnen uitleggen zoals het hoort. Meer zeg ik er nu niet over, omdat ik ergens anders opnieuw de gelegenheid zal krijgen om dit onderwerp te behandelen.

Nu hoeven we alleen te weten dat geloof pas echt geloof is, als Gods Geest het in ons hart bekrachtigt. Een bescheiden en ontvankelijke lezer zal tevreden zijn met dit ene argument: Jesaja belooft dat alle kinderen van de vernieuwde kerk leerlingen van God zullen zijn. Jesaja 54:13 Dat is een bijzonder voorrecht, dat God alleen waard keurt aan de uitverkorenen, die Hij van heel het menselijk geslacht apart zet. Immers, hoe begint de ware leer anders, dan met onze hunkerende begeerte om Gods stem te horen? Maar God eist – via de mond van Mozes – dat wij naar Hem luisteren. Want er staat geschreven: ‘Zeg niet in je hart: wie zal opstijgen naar de hemel, of wie zal afdalen in de afgrond? Kijk, het woord is in je mond.’ Deuteronomium 30:12-14

Als God deze schat aan kennis heeft willen reserveren voor zijn kinderen, dan is het niet verwonderlijk of vreemd als de grote massa van de mensen zo onwetend en dom blijkt te zijn. Tot de grote massa reken ik ook de meest vooraanstaande mensen, zolang ze niet ingelijfd zijn in het lichaam van de kerk. Daar komt nog bij dat Jesaja vermeldt dat niet alleen buitenstaanders de leer van de profeet moeilijk konden geloven. De Joden zagen zichzelf als Gods kinderen. Maar ook voor hen was het moeilijk. En dan voert Jesaja daar als reden voor aan dat niet aan iedereen de arm van God geopenbaard zal worden. Jesaja 53:1 Elke keer als we ons in verwarring gebracht voelen omdat er zo weinig gelovigen zijn, moeten we dus bedenken dat niemand Gods mysteries begrijpt. Alleen degenen aan wie het gegeven is – zij begrijpen die.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.