1.5.4 – De ondankbaarheid van de mens

Maar hier wordt zichtbaar hoe vreselijk ondankbaar mensen zijn. Ze hebben een werkplaats in zich waar God ontzaglijk veel werk kan verrichten. En ook een magazijn propvol schatten. Ze zouden moeten uitbreken in lof, maar in plaats daarvan blazen ze zich alleen maar op in zelfvoldane verwaandheid.

Ze voelen hoe wonderlijk God in hen werkt. Hoeveel verschillende gaven ze uit zijn milde hand gekregen hebben, leren ze door die te gebruiken. Ze moeten weten dat dit tekenen van zijn dat God bestaat, of ze willen of niet. Toch verdringen ze die wetenschap. Ze hoeven niet eens verder te kijken dan zichzelf. Als ze in hun zelfingenomenheid maar niet in de aarde begroeven wat ze uit de hemel gekregen hebben om hun geest te verlichten en God duidelijk te zien. Ja, er lopen tegenwoordig monsterlijke wezens rond op aarde. Ze aarzelen niet om heel de kiem van goddelijkheid die in de menselijke natuur gezaaid is, te gebruiken om Gods naam juist te verduisteren.

Nu vraag ik je, is het niet afschuwelijk en waanzinnig dat de mens in zijn eigen lichaam en ziel God honderdmaal kan vinden en dan juist onder het voorwendsel dat hij zelf zo geweldig is, het bestaan van God ontkent?

Ze zullen niet beweren dat het zomaar toevallig is dat ze anders zijn dan de redeloze dieren. Maar ze stoppen God weg achter het gordijn van de natuur. Volgens hen is dat de kunstenaar die alles gemaakt heeft.

Ze zien een prachtig kunstwerk in al hun ledematen, van hun gezicht en ogen tot de nagels van hun voeten toe. Maar ook hier geven ze de natuur de plaats van God.

De soepelheid van de geest, de schitterende talenten en de zeldzame gaven van de ziel laten de goddelijkheid echter duidelijk zien. Die laat zich niet zo gemakkelijk verbergen. Maar de epicureeërs zien dat als een uitvalsbasis vanwaaruit ze als cyclopen nog overmoediger de strijd kunnen aanbinden met God.

Zouden werkelijk alle schatten van de hemelse wijsheid te hulp snellen om een wormpje van anderhalve meter te besturen? En zou het geheel van het universum dat voorrecht missen?

Je kunt wel beweren dat de ziel een of ander instrument heeft dat correspondeert met de afzonderlijke lichaamsdelen. Maar dat helpt slechts heel weinig om Gods glorie te verduisteren. Die laat je er juist nog beter door uitkomen! Laat Epicurus maar eens uitleggen hoe een botsing van atomen eten en drinken kan laten verteren en een deel kan omzetten in ontlasting en een ander deel in bloed. Of hoe de ledematen ieder afzonderlijk ijverig hun plicht kunnen doen, alsof ze elk een eigen ziel hebben, die toch samen volgens een gemeenschappelijk plan één lichaam besturen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.