Insitutie 1.4.1 – Bijgeloof komt voort uit hoogmoed

1.4.1 – Bijgeloof komt voort uit hoogmoed

Array

We weten dus uit ervaring dat God in ons allemaal een zaad van godsdienst gezaaid heeft. Toch kunnen we op honderd mensen er nauwelijks een vinden die het in zijn hart koestert en niemand in wie het opgroeit, laat staan dat het vrucht draagt als het daarvoor tijd is. Sommigen verliezen zich in bijgeloof en anderen komen in hun slechtheid doelbewust in opstand tegen God. Als het op het kennen van God aankomt, is ieder zo verdorven, dat nergens ter wereld echte vroomheid gevonden wordt.

Als ik zeg dat sommigen tot bijgeloof vervallen, wil ik daarmee niet beweren dat hun naïviteit hen vrijpleit van schuld. Want de blindheid waaronder zij gebukt gaan, gaat vrijwel altijd vergezeld van ijdele trots en hooghartigheid. Als ellendige mensen God zoeken, blijkt dat ze ijdel en trots zijn, omdat ze niet hoger kijken dan zichzelf. In plaats daarvan meten ze God af aan hun eigen vleselijke dwaasheid. Ze laten na om goed onderzoek te doen, maar haasten zich om hun nieuwsgierigheid te bevredigen met zinloze speculaties. Daardoor zien ze God niet zoals Hij zich laat zien, maar verzinnen ze in hun brutaliteit een beeld van Hem.

Is die afgrond eenmaal geopend, dan kunnen ze geen stap meer zetten zonder halsoverkop hun ondergang tegemoet te gaan. Want wat ze vervolgens ook zouden willen proberen om God te dienen of te gehoorzamen, het heeft geen enkele waarde voor Hem. Ze aanbidden immers Hem niet, maar een zelf verzonnen fantasie.

Deze fout beschrijft Paulus, als hij zegt dat de mensen dwaas zijn terwijl ze beweren dat ze wijs zijn. Romeinen 1:22 Hij had eerst gezegd dat ze in hun overwegingen dwaas gemáákt waren. Maar voor het geval iemand zou denken dat hen geen blaam zou treffen, voegt hij er vervolgens aan toe dat ze het verdienen om verblind te worden. Want ze zijn er niet mee tevreden om zich te beheersen, maar in hun arrogantie halen ze uit eigen beweging de duisternis over zich. Ja, ze brengen zichzelf het hoofd op hol met hun ijdele en perverse hoogmoed.

Vandaar dat hun dwaasheid niet te verontschuldigen is. Want zij is niet alleen het resultaat van ijdele nieuwsgierigheid. Ze komt ook voort uit een ongegrond zelfvertrouwen. Daardoor willen ze meer weten dan hun toekomt.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.