Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.18 – God en het kwaad 1.18.1 – God laat het kwaad niet alleen maar toe, maar doet het zelf

1.18.1 – God laat het kwaad niet alleen maar toe, maar doet het zelf

Op andere plaatsen in de Schrift wordt gezegd dat God Satan zelf en alle verworpenen naar eigen goeddunken buigt of trekt. Dat werpt een vraag op die lastiger te beantwoorden is. Want als God handelt door middel van Satan en alle verworpenen, raakt Hij toch niet besmet door hun misdaden. Als Hij samen met hen iets onderneemt, treft Hem toch geen enkele blaam. Hoe dat kan, is voor het menselijk verstand nauwelijks te bevatten.

Vandaar dat men een onderscheid bedacht heeft tussen doen en toelaten. Want velen vinden het een onoplosbaar probleem als Satan en alle goddelozen onderworpen zijn aan Gods macht en gezag op een manier die zou inhouden dat God hun kwaad dirigeert naar welk doel Hij maar goed vindt en hun misdaden gebruikt om zijn oordelen uit te voeren. En misschien zou dat van sommigen nog te verontschuldigen zijn, omdat ze uit bescheidenheid terugschrikken voor iets wat absurd lijkt. Alleen, het is verkeerd van hen dat ze Gods rechtvaardigheid door middel van een leugen van elke blaam willen zuiveren.

Het lijkt absurd dat een mens verblind wordt omdat God dat wil en het beveelt en dat die mens vervolgens voor zijn blindheid gestraft wordt. Dus wringen ze zich in allerlei bochten en komen dan met de uitvlucht dat dit alleen gebeurt omdat God het toelaat, niet omdat Hij het ook wil. Maar God spreekt zelf openlijk uit dat Hij het doet. Zo snijdt Hij deze uitvlucht af.

Er zijn echter in de Schrift talloze duidelijke bewijzen dat mensen niets kunnen beginnen buiten de verborgen wil van God om. Ze kunnen geen enkel plan uitvoeren waar God niet zelf al toe besloten heeft en dat Hij niet zelf door zijn verborgen leiding vastgesteld heeft. Ik heb hiervóór uit Psalm 115 aangehaald dat God alles doet wat Hem behaagt. Psalm 115:3 Dat slaat vast en zeker op alles wat mensen doen. Daar wordt gezegd dat God echt degene is die oorlog en vrede beschikt en dat zonder enige uitzondering. Wie zal dan durven beweren dat mensen zomaar worden voortgedreven door een blinde beweging, zonder dat God het weet of zich ermee bemoeit?

Maar specifieke voorbeelden kunnen hier meer licht op werpen. Uit Job 1 weten we dat Satan voor God gaat staan om zijn bevelen te krijgen. Job 1:6 Hij doet dat net zo goed als de engelen, die vrijwillig gehoorzamen, maar wel op een andere manier en met een andere bedoeling. Toch is het duidelijk dat hij niets kan beginnen zonder dat God het wil. Er lijkt dan alleen maar gezegd te worden dat God toelaat dat Satan de heilige man aanpakt. Maar Job zegt: ‘De HEER heeft gegeven, de HEER heeft genomen. Zoals het de HEER behaagd heeft, zo is het gebeurd.’ Job 1:21 Als deze woorden waar zijn, dan kunnen we daaruit concluderen dat Satan en de misdadige rovers bij deze test slechts dienaren geweest zijn, maar dat God die bewerkt heeft. Satan doet zijn best om de heilige man tot wanhoop en razernij te brengen. De Sabeeërs plegen een overval om andermans bezittingen te roven. Maar Job erkent dat hij door God beroofd is van al zijn rijkdommen en dat hij arm geworden is omdat God dat wilde. Dus wat mensen ook doen, of Satan zelf, God houdt toch het roer in handen. Hij draait hun pogingen zo dat ze zijn oordelen uitvoeren.

God wil dat de ontrouwe koning Achab bedrogen wordt. De duivel biedt daarvoor zijn diensten aan. Hij wordt gezonden met een vastomlijnde opdracht: hij moet een leugengeest zijn in de mond van alle profeten. 1 Koningen 22:20-23 Als het Gods oordeel is dat Achab verblind wordt en zijn verstand verliest, dan blijft er niets over van het verzinsel dat God het kwaad alleen maar toelaat. Want het zou belachelijk zijn als een rechter alleen maar toelaat wat hij wil dat er gebeurt en niet ook het besluit neemt en zijn dienaren opdracht geeft om het uit te voeren.

De Joden hebben zich voorgenomen om Christus om te brengen. Pilatus en zijn soldaten geven hun in hun dolle drift hun zin. En toch erkennen Christus’ leerlingen in een plechtig gebed dat al die goddelozen alleen maar gedaan hebben wat God in zijn plan besloten had dat Hij zou doen. Handelingen 4:28 Petrus had eerder al hetzelfde gepredikt: Christus was volgens het vastgestelde plan en de voorkennis van God overgeleverd om gedood te worden. Handelingen 2:23 Alsof hij zei dat voor God vanaf het begin niets verborgen was en dat Hij willens en wetens vastgesteld had wat de Joden hebben uitgevoerd. Dat herhaalt hij ook ergens anders: ‘God heeft via al zijn profeten van tevoren aangekondigd dat de Christus zou lijden en zo heeft Hij het vervuld.’ Handelingen 3:18

Absalom pleegt incest, een afschuwelijke schanddaad waarmee hij het bed van zijn vader besmeurt. 2 Samuël 16:22 Maar toch verklaart God dat dit zijn werk is. Want Hij heeft het volgende gezegd: ‘Jij hebt het in het geheim gedaan, maar ik zal het openlijk doen, in het volle licht.’ 2 Samuël 12:12

Jeremia verklaart dat al de wreedheid die de Chaldeeën in Juda begaan, Gods werk is. Jeremia 50:25 Daarom noemt hij Nebukadnezar Gods dienaar. Jeremia 25:9 Op verschillende plaatsen in de Schrift roept God uit dat goddelozen tot oorlog worden aangezet door zijn gefluit, Jesaja 5:26; 7:18 door de klank van zijn bazuin Hosea 8:1 en door zijn gezag en bevel. De Assyriër noemt Hij de roede van zijn woede en de bijl waar zijn hand mee zwaait. Jesaja 10:5 De val van de heilige stad en de verwoesting van de tempel noemt Hij zijn werk.

David gaat niet tegen God tekeer, maar erkent dat Hij een rechtvaardige rechter is. Toch erkent hij ook dat de vervloekingen van Simeï voortkomen uit Gods bevel. 2 Samuël 16:10 Hij zegt: ‘De HEER heeft hem opgedragen om mij te vervloeken.’

Meerdere keren komen we in de heilige geschiedenis tegen dat alles wat er gebeurt bij God vandaan komt. Bijvoorbeeld de afscheiding van de tien stammen, de dood van de zonen van Eli en nog veel meer van zulke dingen. Wie een beetje thuis is in de Schrift, ziet wel dat ik uit vele voorbeelden er maar enkele aanhaal. Ik wil het beknopt houden. Maar uit deze paar voorbeelden blijkt toch duidelijk genoeg dat het dwaas geklets is als je het idee dat God het kwaad alleen maar toelaat de plaats laat innemen van Gods voorzienigheid. Alsof Hij op een uitkijkpost de toevallige afloop zit af te wachten. Dan zouden mensen het laatste woord hebben over zijn oordelen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.