Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.14 – De schepping 1.14.19 – Ook demonen zijn echt bestaande geesten

1.14.19 – Ook demonen zijn echt bestaande geesten

Hierboven heb ik het filosofisch geklets weerlegd waarin beweerd wordt dat heilige engelen slechts inblazingen of gemoedsbewegingen zijn die God in de mensen opwekt. Daarom moet ik hier nu ook het geklets weerleggen dat demonen slechts verkeerde begeerten of hartstochten zijn die ons vlees in ons opwekt. Ik kan dat heel beknopt doen, want er bestaan hiertegen veel bewijzen in de Schrift die duidelijk genoeg zijn.

In de eerste plaats worden demonen onreine geesten en gevallen engelen genoemd, Mattheüs 12:43 die ontaard zijn van hun hun oorspronkelijke toestand. Judas 1:6 Deze benamingen drukken duidelijk genoeg uit dat demonen geen gemoedsbewegingen of begeerten zijn. Ze zijn eerder wat je noemt karakters of geesten voorzien van een bewustzijn en verstand.

Bovendien zetten zowel Christus als Johannes Gods kinderen tegenover de kinderen van de duivel. Johannes 8:44; 1 Johannes 3:10 Zou dat geen dwaze tegenstelling zijn als de term ‘duivel’ alleen maar duidde op verkeerde inblazingen? Trouwens, Johannes zegt er iets bij dat het nog duidelijker maakt: de duivel zondigt vanaf het begin. 1 Johannes 3:8

En Judas vertelt dat de aartsengel Michaël met de duivel streed. Judas 1:9 Ongetwijfeld plaatst hij dan een slechte en afvallige engel tegenover een goede engel. Dat stemt overeen met wat je leest in het verhaal over Job. Daar verschijnt Satan met de heilige engelen voor God. Job 1:6; 2:1

Maar het duidelijkst van allemaal zijn de passages waar verteld wordt over de straf die de demonen door het oordeel van God beginnen te ervaren en die ze vooral zullen ervaren bij de opstanding. ‘Zoon van David, waarom bent U gekomen om ons te pijnigen voordat het tijd is?’ Mattheüs 8:29 En: ‘Ga weg van Mij, jullie vervloekten, in het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen.’ Mattheüs 25:41 En: ‘Als Hij zijn eigen engelen niet gespaard heeft, maar geketend in de duisternis geworpen heeft om tot het eeuwige oordeel te bewaren …’ 2 Petrus 2:4 Wat een dwaze uitspraken zouden dat zijn – dat de demonen bestemd zijn voor het eeuwig oordeel, dat er vuur voor hen bestemd is, dat ze nu al gepijnigd en gekweld worden door Christus’ glorie – als er helemaal geen demonen bestaan!

Maar ik hoef deze kwestie helemaal niet uit te leggen voor hen die Gods Woord geloven. En bij die speculerende nietsnutten bereik je toch maar weinig met bewijzen uit de Schrift. Want hun bevalt niets wat niet nieuw is. Daarom vind ik dat ik klaar ben met wat ik van plan was. Ik heb vrome mensen geleerd wat ze moeten weten tegen zulke waanzin, waarmee rusteloze mensen zichzelf en anderen, die eenvoudiger zijn, in verwarring brengen. Toch was het de moeite waard ook deze kwestie even aan te stippen. Anders zouden sommigen misschien in die dwaling verstrikt raken en denken dat de vijand niet echt is. Dan zouden ze zomaar kunnen verslappen in hun verzet en onvoorzichtig kunnen worden.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.