Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.14 – De schepping 1.14.17 – Satan kan alleen maar doen wat God hem toestaat

1.14.17 – Satan kan alleen maar doen wat God hem toestaat

Maar wat betreft de ruzie en de strijd die Satan volgens mij voert met God: we moeten dat zo opvatten dat tegelijk overeind blijft dat hij niets kan doen zonder dat God het wil en het toestaat. Want in het verhaal over Job lezen we dat Satan voor God gaat staan om bevelen te ontvangen. Hij durft niet tot actie overgaan zonder dat hij daar toestemming voor gekregen heeft. Job 1:6-12; 2:1-6

Zo gaat het ook als Achab bedrogen moet worden. Satan neemt het dan op zich om een leugengeest te worden in de mond van alle profeten. De Heer zendt hem en hij doet het. 1 Koningen 22:20-23 Ook de geest die Saul kwelde, wordt een slechte geest van de Heer genoemd, omdat door hem als door een gesel de zonden van de goddeloze koning bestraft werden. 1 Samuël 16:14; 18:10 En ergens anders staat dat God de plagen over de Egyptenaren bracht door middel van slechte engelen. Psalm 78:49

Met deze specifieke voorbeelden stemt overeen dat Paulus in het algemeen verklaart dat het Gods werk is dat de ongelovigen verblind worden. Terwijl hij het net daarvoor nog het werk van Satan had genoemd. 2 Thessalonicenzen 2:9-12 Dus staat vast dat Satan onder Gods macht valt. Hij wordt bestuurd door de wil van God en is daarom gedwongen Hem te gehoorzamen.

Toch zeg ik dat Satan zich verzet tegen God en dat wat hij doet in strijd is met wat God doet. Maar ik beweer tegelijk ook dat dit verzet en deze strijd afhankelijk zijn van wat God toelaat. Ik heb het dan niet over de wil van de duivel en ook niet over wat hij probeert. Ik heb het alleen over wat hij voor elkaar krijgt. Want de duivel is slecht van aard en daarom is hij absoluut niet geneigd om Gods wil te gehoorzamen. Hij wordt gedreven door koppigheid en opstandigheid. Uit zichzelf is hij slecht en daarom is het zijn verlangen en zijn vooropgezet plan om zich tegen God te verzetten. Die slechtheid prikkelt hem om juist dat te proberen waarvan hij denkt dat het het meest tegen God ingaat. Maar God houdt hem door de teugel van zijn macht aangelijnd en ingesnoerd. En daarom kan hij alleen maar voor elkaar krijgen wat God hem toestaat. Op die manier gehoorzaamt hij zijn schepper, of hij dat nu wil of niet. Want hij wordt gedwongen God te dienen, telkens als God hem daartoe aanzet.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.