Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.14 – De schepping 1.14.12 – Engelen mogen ons niet van God afleiden

1.14.12 – Engelen mogen ons niet van God afleiden

Laten we daarom alles wat over het dienen van engelen gezegd wordt, gebruiken om ons gebrek aan vertrouwen te overwinnen en onze hoop nog sterker te vestigen op God. De Heer heeft ons deze beschermers geschonken. Wij hoeven niet te schrikken van het grote aantal van onze vijanden. Zij kunnen niets beginnen tegen Gods hulp. Wij mogen onze toevlucht nemen in de uitspraak van Elisa dat er meer vóór ons dan tegen ons zijn.

Wat is het dan verkeerd als we ons door engelen van God laten afleiden! Ze zijn juist bestemd om ons te bewijzen dat Hij met zijn hulp dichter bij ons is dan we denken! Maar ze leiden ons van God af als ze ons niet aan de hand nemen en rechtstreeks naar Hem leiden. Hem alleen moeten we zien als onze helper. Hem alleen moeten we aanroepen en loven. Engelen leiden ons van God af als we hen niet beschouwen als zijn handen. Ze beginnen nergens aan als Hij ze niet bestuurt. Ze leiden ons af als ze ons niet houden bij de ene middelaar Christus. Van Hem alleen moeten we afhankelijk zijn, op Hem alleen moeten we steunen, in Hem alleen moeten we onze toevlucht zoeken en bij Hem alleen moeten we tot rust komen.

In ons hart moet gegrift staan wat beschreven wordt in het visioen van Jacob. Engelen dalen af naar de aarde en de mensen klimmen omhoog naar de hemel, langs een ladder waarop de Heer van de legermachten zit. Genesis 28:12-13 Dat geeft aan dat het alleen maar mogelijk is dat engelen ook ons dienen, omdat Christus tussenbeide gekomen is. Dat verzekert Hij zelf: ‘Van nu af zullen jullie zien dat de hemel open is en dat engelen neerdalen op de mensenzoon.’ Johannes 1:52

Daarom roept de knecht van Abraham niet de engel aan, aan wiens bescherming hij was toevertrouwd. Hij vraagt niet of de engel hem nabij wil zijn. Maar omdat hij erop vertrouwt dat hem die bescherming is toegezegd, stort hij zijn gebeden uit voor de Heer. Hem vraagt hij of Hij zijn barmhartigheid wil bewijzen tegenover Abraham. Genesis 24:7-12

Want dat God engelen aanstelt om zijn macht en goedheid te bedienen, doet Hij niet met de bedoeling om zijn eer met hen te delen. En dat Hij ons belooft ons te helpen door de dienst van engelen, doet Hij dus ook niet met de bedoeling dat wij ons vertrouwen zouden verdelen over Hem en de engelen. De filosofie van Plato moeten we dus loslaten. Plato leert dat we via engelen toegang tot God moeten vragen en dat we hen moeten dienen om God vriendelijker te stemmen tegenover ons.1 Van begin af aan hebben bijgelovige en nieuwsgierige mensen geprobeerd deze filosofie ook in onze godsdienst in te voeren. En tot op de dag van vandaag gaan ze daarmee door.

1Plato, Epinomis.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.