Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.13 – De drie-eenheid 1.13.8 – Het Woord van God is eeuwig

1.13.8 – Het Woord van God is eeuwig

Sommige honden gaan hiertegen tekeer. Zij durven het Woord niet openlijk te beroven van zijn God zijn. Daarom ontdoen ze Hem stiekem van zijn eeuwigheid. Want ze zeggen dat Hij pas voor het eerst het Woord werd, toen God bij de schepping zijn heilige mond opendeed. Maar dat is wel heel ondoordacht van hen. Want daarmee verzinnen ze dus dat Gods wezen op een bepaalde manier vernieuwd werd!

De namen van God hebben betrekking op iets dat Hij buiten zichzelf gedaan heeft. Die namen zijn Hem voor het eerst toegekend nadat Hij gedaan had waar die namen betrekking op hebben. Op die manier wordt Hij bijvoorbeeld de schepper van hemel en aarde genoemd. Maar als je vroom wilt zijn, kun je God geen enkele naam geven die zou aanduiden dat God binnen zichzelf iets nieuws overkomen is. Want dan zou er van buitenaf iets in Hem gekomen moeten zijn. En dat zou in strijd zijn met wat Jacobus zegt: elk volmaakt geschenk komt van boven. Het is allemaal afkomstig van de Vader van de lichten. Bij Hem is geen verandering, zelfs geen zweem van een ommekeer. Jacobus 1:17 Je kunt dus onmogelijk accepteren dat iemand beweert dat het Woord een begin zou hebben als het altijd bij God geweest is en later de wereld gemaakt heeft.

Heel listig komt zo iemand dan met het argument dat Mozes, als hij vertelt dat God bij de schepping voor het eerst gesproken heeft, daarmee tegelijk aangeeft dat er voor die tijd in God geen Woord geweest is. Je kunt je geen grotere onzin voorstellen! Immers, als iets op een bepaald moment zichtbaar wordt, wil dat nog niet zeggen dat het er voor die tijd nooit geweest is.

Ik trek zelf een heel andere conclusie. Op hetzelfde ogenblik dat God zei: ‘Er moet licht zijn,’ Genesis 1:3 kwam de kracht van het Woord tevoorschijn. Op dat moment werd zichtbaar dat het Woord zelf er lang van tevoren geweest is. Maar als iemand wil nazoeken hoe lang, dan zal hij geen begin vinden. Want Christus zelf geeft immers geen begrensde tijdsperiode aan als Hij zegt: ‘Vader, geef uw Zoon de glorie die Ik bij U had voordat de wereld er was.’ Johannes 17:5 En dat is Johannes niet ontgaan. Want voordat Johannes de schepping van de wereld noemt, zegt hij dat het Woord vanaf het begin bij God was. Johannes 1:1-3 Opnieuw stellen we dus vast dat het Woord voor het begin van de tijd door God is voortgebracht en dat het altijd bij God geweest is. Dat bewijst duidelijk dat het Woord eeuwig is en echt God is.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.