Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.13 – De drie-eenheid 1.13.29 – De kerkvaders zijn het allemaal eens over de drie-eenheid

1.13.29 – De kerkvaders zijn het allemaal eens over de drie-eenheid

En ieder die ijverig de geschriften van de kerkvaders met elkaar vergelijkt, zal bij Ireneüs echt niets anders vinden dan wat van anderen na hem is overgeleverd. Justinus is een van de oudsten. Maar hij is het in alles met mij eens. Mijn tegenstanders mogen daartegen inbrengen dat zowel door hem als door anderen de Vader van Christus de enige God genoemd wordt. Hilarius leert dat ook. Hij zegt het zelfs nog scherper. Hij zegt dat de eeuwigheid in de Vader is. Wil hij daarmee de Zoon Gods wezen ontnemen? Nee. Hij doet alleen zijn uiterste best om het geloof te verdedigen waar ik mij ook door laat leiden. En toch schamen mijn tegenstanders zich er niet voor om aan de hand van uit hun verband gerukte citaten aannemelijk te maken dat Hilarius hun dwaling steunt.

Ze spannen ook Ignatius1 voor hun karretje. Maar als ze willen dat we daar enige waarde aan hechten, dan moeten ze eerst bewijzen dat de apostelen geboden hebben om te vasten in de veertigdagentijd en meer van dat soort verdorvenheden. Niets is zo weerzinwekkend als de onzin die onder de naam van Ignatius is gepubliceerd. Dat zij zo onbeschaamd zijn om onder een dergelijk mom hun bedrog te willen plegen, maakt het dus nog onverdraaglijker.

Verder blijkt duidelijk dat de kerkvaders het allemaal met elkaar eens zijn omdat Arius zich op het concilie van Nicea (325) niet durfde verschuilen achter het gezag van een erkende schrijver. En van de Grieks- of Latijn-sprekende leden van het concilie hoefde niemand zich te verantwoorden omdat hij het niet eens zou zijn met de opvattingen uit het verleden.

Het is niet nodig om te vermelden hoe ijverig Augustinus, aan wie die blaaskaken een flinke hekel hebben, de geschriften van alle kerkvaders onderzocht heeft. En hij heeft ze allemaal vol eerbied aanvaard. En als hij het ook maar op een heel klein puntje met hen oneens is, vindt hij het nodig om aan te tonen waarom. Ook wat betreft het onderwerp van de drie-eenheid zwijgt hij niet als hij bij anderen iets discutabels of onduidelijks gelezen heeft. Maar bij de leer die deze mensen bestrijden, gaat hij ervan uit dat iedereen weet dat die leer vanaf het eerste begin zonder discussie aanvaard is. Toch weet hij heel goed wat anderen vóór hem geleerd hebben. Dat blijkt alleen al hieruit, dat hij in het eerste boek Over de christelijke leer2 zegt dat in de Vader de eenheid is. Wat kletsen ze nu dat hij zich daar versproken heeft? Ergens anders zuivert hij zich van die laster. Want dan noemt hij de Vader het begin van het hele God zijn, omdat de Vader uit niemand anders voortkomt. Ook komt hij dan tot het wijze oordeel dat de naam ‘God’ in het bijzonder aan de Vader wordt toegeschreven, omdat de absolute eenheid van God alleen maar begrepen kan worden als het begin in de Vader ligt.

Satan heeft tot nu toe zijn best gedaan om het geloof in de zuivere leer te bederven of in vergetelheid te brengen. Maar ik hoop dat de vrome lezer zal toegeven dat ik hiermee alle laster uit de weg geruimd heb. Ten slotte vertrouw ik erop dat ik de kern van deze leer volledig en betrouwbaar heb uitgelegd. Maar dan moeten de lezers wel paal en perk stellen aan hun nieuwsgierigheid. Ze moeten zich geen gekunstelde of ingewikkelde redeneringen op de hals halen omdat ze meer willen weten dan hen past. Want ik zie het absoluut niet als mijn taak om mensen tevreden te stellen die zich graag laten leiden door een tomeloze begeerte tot speculatie. Ik heb zeker niet stiekem iets overgeslagen omdat ik dacht dat het met mijn opvatting strijdt. Maar omdat mijn doel de opbouw van de kerk is, vond ik het verstandiger om niet te veel te behandelen. Want dat zou weinig zin hebben en het zou het de lezer alleen maar lastig maken. Want wat heeft het voor zin om een discussie te houden over de vraag of de Vader voortdurend de Zoon en de Geest voortbrengt? Het is duidelijk dat er van eeuwigheid drie personen in God geweest zijn. Dus dan is het dwaas om te verzinnen dat het voortbrengen nog steeds voortduurt.

1Ignatius ( ca. 115), bisschop van Antiochië.

2Augustinus, De doctrina christiana.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.