1.13.22 – De dwaalleer van Servet

Ik zou een opsomming kunnen geven van de dwalingen waarmee in het verleden de zuiverheid van het geloof is aangevallen. Maar dat zou te lang duren en onnodig saai worden. En de meeste ketters die met hun waanzin de volle glorie van God probeerden te verduisteren, vonden het voldoende om ongeschoolde mensen aan het wankelen en in verwarring te brengen. Uit weinig mensen zijn dan ook direct veel sekten opgeborreld. Sommige van die sekten scheurden Gods wezen uit elkaar. Andere wisten het onderscheid uit dat er tussen de personen bestaat. Maar ik heb hiervóór uit de Schrift voldoende aangetoond dat het wezen van de ene God, dat betrekking heeft op de Vader, de Zoon en de Geest, enkelvoudig en ondeelbaar is. Ook heb ik aangetoond dat de Vader door een bepaalde eigenheid onderscheiden is van de Zoon en de Zoon van de Geest. Als we daaraan vasthouden, dan is de deur niet alleen gesloten voor Arius en Sabellius, maar ook voor anderen die in het verleden dwalingen uitgedacht hebben.

Maar in onze tijd zijn er enkele krankzinnigen opgestaan. Servet bijvoorbeeld en anderen zoals hij. Zij hebben met hun goocheltrucs alles in een nieuw jasje gestoken. Daarom is het de moeite waard met enkele woorden op hun bedrog in te gaan.

Servet had een grote hekel aan de term drie-eenheid. Ja, hij had daar een afschuw van. Daarom zei hij dat alle trinitariërs, zoals hij ze noemde, atheïsten waren. Ik sla nu maar over welke smakeloze namen hij bedacht om hen te lasteren. Maar de kern van zijn speculaties was dat je je God voorstelt in drie delen, als je zegt dat zijn wezen bestaat uit drie personen. En dat die drie delen alleen bestaan in je verbeelding, omdat ze in strijd zijn met Gods eenheid.

Ondertussen beweerde hij wel dat de personen uiterlijke vormen waren. Ze bestonden niet echt in Gods wezen, maar vormden voor ons een afbeelding van God, soms in deze vorm, dan in die vorm. In het begin was er in God geen enkele vorm van onderscheid. Want vroeger was het Woord hetzelfde als de Geest. Maar sinds Christus verschenen is als God uit God, is ook de Geest uit Hem voortgekomen als een andere God.

Soms kleurt hij zijn praatjes met beeldspraak. Zo zegt hij bijvoorbeeld dat het eeuwige Woord van God de Geest van Christus is geweest bij God. En dat zou een reflectie zijn van een idee. Ook zegt hij dat de Geest een schaduw van God geweest is. Maar later ontkent hij dat Christus en de Geest God zijn. Hij beweert namelijk dat zowel in de Zoon als in de Geest een stukje van God is, bij wijze van uitdeling. Zo is dezelfde Geest met zijn wezen ook een stukje van God in ons en zelfs in hout en steen.

Wat hij leutert over de persoon van de middelaar, zullen we zien als we daaraan toekomen. Maar zijn monsterlijke verzinsel dat de middelaar alleen maar een zichtbare vorm is van Gods glorie, kan ik kort weerleggen. Want Johannes maakt een groot onderscheid tussen het Woord en de vorm. Hij zegt dat het Woord al God was toen de wereld nog niet geschapen was. Johannes 1:1 Maar als het Woord ook toen al en in alle eeuwigheid God was, bij de Vader was en bij de Vader door zijn eigen glorie gekenmerkt werd, Johannes 17:5 dan kon Hij geen uiterlijke vorm zijn van Gods glans. En dan kan het niet anders, of Hij was toen een persoon die binnen God bestond.

De Geest wordt alleen genoemd in het verhaal over de schepping van de wereld. Maar de Geest wordt daar niet voorgesteld als een schaduw, maar als het wezen van Gods kracht. Want Mozes vertelt dat de vormloze massa door Hem gedragen werd. Genesis 1:2 Toen bleek dus dat Hij een eeuwige Geest was. Hij is altijd in God geweest, want Hij zorgde voor de vormloze materie van de hemel en de aarde, voordat daar schoonheid en regelmaat in kwam. En dus kon Hij toen echt nog geen afbeelding of zichtbare vorm van God zijn, zoals Servet fantaseert.

Maar ergens anders wordt hij gedwongen openlijk te laten zien hoe goddeloos hij is. Hij zegt dat God in zijn eeuwige plan bepaalde dat Hij een zichtbare Zoon zou hebben. In die Zoon zou God zichzelf hebben laten zien. Als dit waar zou zijn, zou Christus alleen nog maar God zijn voor zover Hij door het eeuwige besluit van God als Zoon is aangesteld. Daar komt nog bij dat hij de personen vervangt door vervormde schimmen. Daarbij aarzelt hij niet om te beweren dat er van buitenaf nieuwe dingen in God gekomen zijn.

Maar het ergst van alles is wel dat hij zowel de Zoon van God als de Geest zonder onderscheid vermengt met alle schepselen. Want hij beweert openlijk dat Gods wezen gedeeld is en verdeeld wordt. En de delen zouden allemaal God zijn. Het komt erop neer dat hij beweert dat de geesten van de gelovigen net als God eeuwig zijn en van hetzelfde wezen zijn als God. En ergens anders kent hij Gods wezen niet alleen toe aan de ziel van de mens, maar ook aan andere geschapen dingen.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. Een verbeterde versie van deze vertaling is verkrijgbaar in druk en als e-book. Het zal nog even duren voor alle laatste correcties ook op de website doorgevoerd zijn.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.