1.13.2 – God is één, maar bestaat uit drie personen

0
412

God duidt zichzelf ook nog met een ander kenmerk aan. Daardoor kunnen we Hem nog beter leren kennen. Want Hij verklaart dat Hij één is, maar dan wel zo dat Hij zich openbaart als drie personen die we van elkaar moeten onderscheiden. Als we dat niet begrijpen, dan fladdert er slechts een lege naam van God rond in ons brein, zonder enige betekenis. Dan kennen we de echte God niet.

1.13.2 – God is één, maar bestaat uit drie personen

Maar niemand moet zich inbeelden dat God drievoudig is, of denken dat het enkelvoudige wezen van God in drie personen uit elkaar valt. Daarom moeten we zoeken naar een korte en simpele definitie die ons tegen elke dwaling beschermt. Maar sommigen verwerpen het woord ‘persoon’. Ze hekelen het als een menselijke uitvinding. Daarom moeten we eerst nagaan of dat terecht is.

Als de apostel zegt dat in de Zoon van God de hypostasis – ‘zelfstandigheid’ – van de Vader is afgedrukt, Hebreeën 1:3 dan betekent dat natuurlijk dat hij daarmee de Vader een of andere zelfstandigheid toeschrijft en dat de Vader daarin dus verschilt van de Zoon. Sommige uitleggers nemen aan dat het woord hypostatis ‘wezen’ betekent. Alsof Christus het wezen van de Vader zichtbaar maakt, als was waarin een zegel gedrukt is. Maar dat zou niet alleen geforceerd zijn, het zou ook absurd zijn. Want Gods wezen is enkelvoudig en ondeelbaar. Christus heeft niet een deel van dat wezen in zich of iets dat ervan is afgeleid, maar heel dat wezen, ongeschonden en volmaakt. Daarom zou het onjuist, of beter gezegd, dwaas zijn om te zeggen dat Hij een afdruk is van dat wezen. De Vader onderscheidt zich weliswaar in zijn eigenheid van de Zoon. Maar toch heeft Hij zich in zijn geheel in de Zoon uitgedrukt. Daarom is het volkomen terecht dat gezegd wordt dat de Vader in de Zoon zijn zelfstandigheid zichtbaar gemaakt heeft. En daar past heel goed bij dat er meteen aan toegevoegd wordt dat van Christus de glorie van de Vader afstraalt.

Uit de woorden van de apostel moeten we dus vast en zeker concluderen dat de Vader een eigen zelfstandigheid heeft, die schittert in de Zoon. En daaruit kunnen we ook gemakkelijk afleiden dat de Zoon ook een eigen zelfstandigheid heeft, die Hem van de Vader onderscheidt. Met de Heilige Geest zit het net zo. Ik zal zo meteen bewijzen dat ook de Geest God is en als iemand anders beschouwd moet worden dan de Vader. Maar dit onderscheid gaat niet over het wezen. Want we mogen dat wezen niet meervoudig maken.

Als we het getuigenis van de apostel geloven, betekent dat dus dat er in God drie hypostases – ‘zelfstandigheden’ – zijn. In het Latijn werd dit weergegeven met het woord persona – ‘persoon’. Daarom is het weerzinwekkend als mensen zo koppig zijn dat ze over zo’n duidelijke zaak in discussie willen gaan. Wil je hypostasis vanuit het Grieks letterlijk vertalen in het Latijn, dan moet je het vertalen met subsistentia – ‘zelfstandigheid’. Velen gebruiken het Latijnse woord substantia in dezelfde betekenis. Maar daarvoor werd dus ook het woord persona gebruikt. En dat gebeurde niet alleen in het Latijn. Ook de Grieken leerden dat er drie prosopa – ‘personen’ – zijn. Dat deden ze vast om te laten zien dat ze het met de Latijnse woordkeus eens waren. Maar of zij die Grieks en zij die Latijn spraken nu in hun woordgebruik van elkaar verschilden of niet, inhoudelijk waren ze het volledig met elkaar eens.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in