1.13.15 – Bewijzen uit de Schrift dat de Geest God is

0
302

Maar ook als de Schrift over de Geest spreekt, laat zij niet na om Hem God te noemen. Paulus concludeert dat wij een tempel van God zijn, omdat zijn Geest in ons woont. 1 Korinthiërs 3:16-17; 6:19; 2 Korinthiërs 6:16 Dat kunnen we niet zomaar negeren. God belooft vaak dat Hij ons zal uitkiezen tot zijn tempel. En de enige manier waarop die belofte vervuld wordt, is doordat zijn Geest in ons woont. Augustinus zegt het echt heel treffend: ‘Als God ons zou bevelen om een tempel van hout en steen te bouwen voor de Geest, dan zou dat een duidelijk bewijs zijn dat Hij God is. Want die eer komt alleen God toe. Is het dan niet een nog veel duidelijker bewijs dat we geen tempel voor Hem moeten bouwen, maar dat we zelf een tempel moeten zijn?’1 En de apostel schrijft de ene keer dat we een tempel van God zijn en dan weer dat we een tempel van de Heilige Geest zijn. En dan bedoelt hij steeds hetzelfde.

Petrus bestrafte Ananias omdat Hij tegen de Heilige Geest gelogen had. Hij zei toen dat Ananias niet tegen mensen gelogen had, maar tegen God. Handelingen 5:3-4 En als Jesaja de HEER van de legermachten citeert, dan is het volgens Paulus de Heilige Geest die spreekt. Jesaja 6:9; Handelingen 28:25-26 Ja, de profeten zeggen steeds dat hun woorden afkomstig zijn van de HEER van de legermachten, maar Christus en de apostelen schrijven die woorden toe aan de Heilige Geest. Dat betekent dus dat Hij echt Jehova zelf is, de oorspronkelijke auteur van de profetieën.

En als God klaagt dat de koppigheid van het volk Hem boos maakt, dan zegt Jesaja niet dat God bedroefd is, maar de Heilige Geest. Jesaja 63:10

Ten slotte, als je de Geest lastert, dan wordt dat je niet vergeven, niet in dit leven en niet in het toekomstige leven. Terwijl je wel vergeving krijgt als je de Zoon lastert. Mattheüs 12:31-32; Marcus 3:29; Lucas 12:10 Dit bewijst duidelijk de goddelijke majesteit van de Geest. Als je die krenkt, dan is dat een onvergeeflijke zonde.

Ik sla bewust veel bewijzen over die de kerkvaders wel gebruikt hebben. Zij vonden het een goed idee om deze woorden van David aan te halen: ‘Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt en door de geest van zijn mond heel het hemelleger.’ Psalm 33:6 Volgens hen was dat een bewijs dat de wereld evengoed het werk is van de Heilige Geest als van de Zoon. Maar het is in de Psalmen normaal dat hetzelfde nog een keer gezegd wordt. En bij Jesaja betekent de ‘geest van zijn mond’ hetzelfde als ‘woord’. Jesaja 11:4 Daarom is dit een zwak argument. Ik heb me dus beperkt, want ik wilde alleen bewijzen aanvoeren waar mensen met een vroom hart veilig op kunnen steunen.

1Augustinus, Ad Maximinum, brief 66.

Bestellen?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in