Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.13 – De drie-eenheid 1.13.1 – God is oneindig en geestelijk

1.13.1 – God is oneindig en geestelijk

De Schriften leren ons dat God een oneindig en geestelijk wezen is. Dat moet genoeg zijn om zowel de dwaasheden van de grote massa als de spitsvondigheden van de heidense filosofen te weerleggen. Een van die oude filosofen vond het van zichzelf heel verstandig dat hij zei dat God alles is wat we kunnen zien én alles wat we niet kunnen zien. Daarom stelde hij zich voor dat er iets goddelijks is uitgestort in elk stukje van de wereld.

God vertelt niet vaak over zijn wezen. Hij wil dat we nuchter blijven. Maar door de twee aanduidingen die ik genoemd heb, ontneemt Hij ons onze fantasie en onderdrukt Hij onze overmoed. Dat God oneindig is, moet ons ongetwijfeld afschrikken, zodat we niet proberen Hem te beperken tot wat wij ons kunnen voorstellen. En dat God geestelijk is, verbiedt ons om aards of vleselijk over Hem te denken. Dat is ook de reden dat God regelmatig verzekert dat Hij in de hemel woont. Omdat Hij oneindig is, is ook de aarde zelf vol van Hem. Maar omdat Hij ziet dat we traag zijn van begrip en met onze gedachten op de aarde blijven hangen, trekt Hij ons boven de wereld uit. Zo wil Hij onze sloomheid en laksheid van ons afschudden.

Daarmee wordt de dwaling van de manicheeërs ontzenuwd. Zij stellen dat er twee gelijkwaardige principes zijn – goed en kwaad. Daarmee maken ze de duivel vrijwel gelijk aan God. Zo wordt de eenheid van God vast en zeker verbroken en zijn oneindigheid beperkt. Ze hebben misbruik durven maken van sommige bewijzen uit de Schrift, omdat ze vreselijk onwetend waren. Hun dwaling was het resultaat van een afschuwelijke dwaasheid.

Ook de opvatting van de antropomorfieten is gemakkelijk te weerleggen. Zij stelden zich voor dat God een lichaam had, omdat de Schrift Hem vaak een mond, oren, ogen, handen en voeten toeschrijft. Maar je hoeft maar een klein beetje verstand te hebben om te begrijpen dat God zo, zeg maar, tegen ons brabbelt, zoals voedsters altijd doen tegen kleine kinderen. Een dergelijke manier van spreken drukt daarom niet precies uit wie God is. We leren Hem er alleen door kennen op een manier die aangepast is aan onze beperkingen. Want wij kunnen Hem alleen leren kennen als Hij vanuit zijn hoogheid een heel eind naar ons afdaalt.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.