1.12.3 – Alleen God mag gediend en geëerd worden

0
204

Maar ik laat deze spitsvondigheden rusten. Laten we eens naar de inhoud kijken. Paulus herinnert de Galaten eraan hoe ze eraan toe waren voordat ze verlicht waren door het kennen van God. Hij zegt dan dat ze vroeger dulia bewezen aan hen die van nature geen goden waren.1 Hij noemt de latria niet. Valt hun bijgeloof daarom te verontschuldigen? Paulus zelf noemt dat verkeerde bijgeloof dan wel dulia, maar toch veroordeelt hij het net zo sterk als wanneer hij het latria genoemd zou hebben.

En Christus weerde de aanval van de satan af door als schild te gebruiken dat er geschreven staat: ‘De Heer uw God moet je aanbidden.’ Toen ging het niet om iets dat latria genoemd kon worden. Want de satan eiste slechts dat Christus voor hem zou knielen.

En Johannes wordt door de engel terechtgewezen omdat hij voor hem op de knieën gevallen was.2 We moeten dat niet opvatten alsof Johannes niet goed bij zijn hoofd was en de eer waar alleen God recht op heeft, aan de engel wilde geven. Maar hier was dit eerbewijs zo sterk verbonden met de godsdienst, dat het iets goddelijks in zich had. Daarom kon Johannes niet voor de engel op de knieën vallen zonder God in zijn eer tekort te doen. We lezen wel vaak dat mensen vereerd werden. Maar dat was, zeg maar, een maatschappelijk eerbetoon. Als het om de godsdienst gaat, staan de zaken heel anders. Zodra godsdienst en eerbetoon samen gaan, is het gevolg dat Gods eer ontheiligt wordt.

Dat zie je ook bij Cornelius. Hij had immers niet zo weinig vroomheid geleerd dat hij niet alleen aan God de hoogste eer toekende. Als hij dus voor Petrus neerknielt,3 doet hij dat ongetwijfeld niet met de bedoeling om Petrus te aanbidden in plaats van God. Toch verbiedt Petrus het hem ernstig. En waarom? Omdat mensen nooit zo precies onderscheid maken tussen het vereren van God en het vereren van schepselen. Ze halen het gemakkelijk door elkaar en dan geven ze aan een schepsel waar God alleen recht op heeft. Willen we echt maar één God hebben, dan moeten we bedenken dat we nog niet het kleinste stukje van Gods eer mogen afdoen. We moeten Hem alles geven waar Hij recht op heeft.

Zacharia predikt over het herstel van de kerk. Hij zegt dan nadrukkelijk dat er niet alleen maar één God zal zijn. Hij zegt ook dat alleen Hij zo zal heten.4 Blijkbaar met de bedoeling dat Hij in niets zal lijken op de afgoden.

Hoe God eist dat Hij geëerd wordt, zullen we zien als ik daaraan toekom. Want in de wet heeft God de mensen willen voorschrijven wat de juiste manier is. Hij heeft hen willen binden aan een vaste norm, zodat niet iedereen de vrijheid zou nemen voor zichzelf een manier te verzinnen om God te eren. Maar het heeft geen zin om het mijn lezers lastig te maken door allerlei onderwerpen door elkaar te halen. Daarom ga ik het daar nu nog nog niet over hebben. Het moet genoeg zijn om te weten dat geen enkele uiting van vroomheid die niet gericht is op de enige God, vrij is van heiligschennis.

Eerst hebben de mensen uit bijgeloof goddelijke eer bewezen aan de zon en andere hemellichamen, of aan de afgoden. Daarna gingen ze uit eerzucht schepselen bekleden met de eer die ze van God geroofd hadden. Ze waagden het om alles wat heilig was te ontheiligen. Weliswaar bleef het principe overeind dat je de hoogste God moest eren. Maar toch werd het een gewoonte om offers te brengen aan van alles en nog wat: aan geesten en lagere goden, of aan gestorven helden. De mensen glijden zo gemakkelijk af tot deze zonde, dat ze een grote menigte laten delen in de eer die God heel beslist alleen voor zichzelf opeist.

1Galaten 4:8

2Openbaring 19:10; Openbaring 22:8-9

3Handelingen 10:25

4Zacharia 14:9

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in