Insitutie Boek 1 – God als schepper 1.11 – Beeldendienst 1.11.3 – Zichtbare tekenen van God zijn geen afbeeldingen van Hem

1.11.3 – Zichtbare tekenen van God zijn geen afbeeldingen van Hem

Soms heeft God door middel van bepaalde tekenen laten zien dat Hij met zijn goddelijke majesteit aanwezig was. Dan werd er gezegd dat je oog in oog met Hem stond. Maar alle tekenen die Hij ooit heeft laten zien, waren precies geschikt voor wat Hij ermee wilde leren. Tegelijk herinnerden ze de mensen er duidelijk aan dat God in wezen niet te begrijpen is. De wolk, de rook en het vuur waren symbolen van Gods glorie. Maar als een teugel toomden ze de mensen in, om te voorkomen dat ze zouden proberen dieper tot Hem door te dringen. Deuteronomium 4:11

Daarom heeft zelfs Mozes met zijn gebeden niet voor elkaar kunnen krijgen dat Hij God mocht zien. Ook al had God zich aan hem toch op een veel intiemere manier geopenbaard dan aan anderen. Ja, hij kreeg zelfs als antwoord dat een mens niet in staat is zo’n heldere glans te verdragen. Exodus 33:11-20

De Heilige Geest is verschenen in de gedaante van een duif. Mattheüs 3:16 Maar die verdween meteen weer. Het symbool duurde maar een ogenblik. Iedereen ziet dus dat de gelovigen hierdoor worden aangespoord om te geloven dat de Geest onzichtbaar is. Ze moeten tevreden zijn met zijn kracht en genade en niet naar een uiterlijke verschijningsvorm zoeken.

Soms is God verschenen in de gedaante van een mens. Maar dat was een voorspel op de toekomstige openbaring van Christus. Daarom mochten de Joden dit absoluut niet als voorwendsel gebruiken om een beeld van een mens op te richten als symbool voor God.

Onder de wet liet God vanaf het verzoendeksel zien dat Hij met zijn macht aanwezig was. Ook dat was zo gemaakt dat het aangaf dat je God het beste kunt zien als je hart vol bewondering boven zichzelf uitgetild wordt. Want het verzoendeksel werd bedekt door de uitgespreide vleugels van de cherubs. Het ging schuil achter het voorhangsel. Het zat verstopt op een goed verborgen plek. Exodus 25:17-21 Dat maakt toch wel heel duidelijk dat je heel dwaas bezig bent als je afbeeldingen van God en van de heiligen probeert goed te praten door te wijzen op het voorbeeld van de cherubs. Want nu vraag ik je: wat betekenden die beeldjes van de cherubs? Toch alleen maar dat beelden niet geschikt zijn om Gods mysteries weer te geven? Want ze waren zo vormgegeven dat hun vleugels het verzoendeksel bedekten. Daarmee weerhielden ze de mensen er niet alleen van om met hun ogen God te zien, maar ook om Hem op een andere manier zintuiglijk waar te nemen. Zo wezen ze de mensen terecht in hun roekeloosheid.

Daar komt nog bij dat de profeten de serafs, die zij in een visioen te zien kregen, voor ons beschrijven met bedekt gelaat. Jesaja 6:2 Dat betekent dat Gods glorie zo helder glanst dat ook de engelen die niet rechtstreeks mogen zien. En de kleine vonken van die glans die in de engelen schitteren, worden voor onze ogen afgeschermd.

Trouwens, de cherubs over wie ik het nu heb, hoorden bij het oude onderwijs van de wet. Dat erkent iedereen die juist oordeelt. Daarom is het absurd om hen aan te halen als een voorbeeld voor onze tijd. Want die kindertijd – zeg maar – waarvoor dat basisonderwijs bestemd was, is voorbij. Galaten 4:3

We moeten ons er dan ook voor schamen dat heidense schrijvers de wet van God beter uitleggen dan de pausgezinden. Juvenalis1 verwijt de Joden spottend dat ze de ijle wolken en de goddelijke majesteit van de hemel aanbidden.2 Dat is natuurlijk onjuist en goddeloos. Maar hij zegt dat de Joden geen afbeelding van God hadden. En dat is meer in overeenstemming met de waarheid dan wat de pausgezinden kletsen. Want die beweren dat er wel een of andere zichtbare afbeelding van God is geweest.

Nu zijn de Joden keer op keer driftig bezig geweest om afgoden voor zichzelf te zoeken, zoals water met enorme kracht opborrelt uit een bron. Maar laten we daaruit vooral leren hoe sterk ons verstand geneigd is tot afgoderij. We zijn daar allemaal schuldig aan. Laten we dat dus niet afschuiven op de Joden, want dan laten we ons door de loze verleidingen van de zonde in een dodelijke slaap sussen.

1Decimus Junius Juvenalis (ca. 100), Romeinse satiredichter.

2Juvenalis, Satires V, 14,97.

Deze moderne vertaling van de Institutie van Johannes Calvijn heb ik tussen 2013 en 2018 paragraaf voor paragraaf op deze website geplaatst. In 2019 heb ik bovendien een gedrukte versie en een e-bookversie uitgegeven.

Gerrit Veldman

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in

Johannes Calvijnhttp://institutie.gerritveldman.nl
De reformator Johannes Calvijn leefde van 1509 tot 1564. In 1536 verscheen de eerste versie van zijn Institutie, oftewel Onderwijs in de christelijke godsdienst. Vervolgens breidde hij het boek een aantal keer fors uit, tot in 1559 de definitieve versie verscheen.

Als je deze website bezoekt, worden er cookies op je apparaat geplaatst. Cookies die nodig zijn om deze site goed te laten werken of om anonieme statistieken bij te houden, worden altijd geplaatst. Maar voor cookies die gebruikt worden om jouw surfgedrag te registreren, moet je eerst toestemming geven. Meer informatie.