Christenen en de wet: een heikel onderwerp waarbij soms zeer tegengestelde standpunten worden ingenomen.

Aan de ene kant heb je christenen die ervoor pleiten dat we ons weer net als de joden aan de wet van Mozes gaan houden. Dat we weer een strikte sabbatsrust in acht nemen op zaterdag en zelfs andere joodse feesten gaan vieren.

Aan de andere kant zijn er christenen die zeggen dat we helemaal geen wet meer nodig hebben. We worden immers geleid door de Geest, zodat we als vanzelf het goede doen. Natuurlijk, we zijn nog niet volmaakt en doen ook nog zonde. Maar die zijn vergeven en daar hoeven we dus niet meer bij stil te staan.

De ene groep beroept zich op Jezus’ eigen woorden: Hij is niet gekomen om de wet af te schaffen. Zo lang de wereld bestaat, zal zelfs geen punt of komma van de wet verloren gaan (Mattheüs 5:17-20).

De andere groep beroept zich op Paulus: als christenen staan we niet meer onder de wet maar onder de genade (Romeinen 6:14), we zijn van de wet ontslagen (Romeinen 7:6) en we mogen ons door de wet geen slavenjuk meer laten opleggen (Galaten 5:1).

Hoe kan het dat er zulke tegenstrijdige dingen in de Bijbel staan? Jezus zegt dat de wet nooit afgeschaft wordt. Maar Paulus zegt eigenlijk dat hij wel is afgeschaft!

Onderscheid

Het lastige is dat in de Bijbel met het woord ‘wet’ niet altijd hetzelfde bedoeld wordt. Een rijtje van hoe je het woord ‘wet’ zou kunnen opvatten:

  • De Thora: de vijf boeken van Mozes (Genesis t/m Deuteronomium).
  • Het Oude Testament, vaak aangeduid als ‘De wet en de profeten’.
  • Het Woord van God in het algemeen. Zie bijvoorbeeld Psalm 119 waar de woorden ‘wet’, ‘gebod’ en ‘woord’ door elkaar gebruikt worden zonder duidelijk onderscheid.
  • De straf of vloek van de wet: als je je volmaakt aan de wet houdt, verdien je eeuwig leven, maar als je ook maar één gebod overtreedt, ga je voor eeuwig verloren.
  • De wet in eigenlijke zin: alle geboden van God die her en der in de Bijbel staan.

Natuurlijk hangen al deze betekenissen wel met elkaar samen. Immers, Gods geboden staan vooral in de boeken van Mozes. De ‘wet van Mozes’ vormt de basis van het Oude Testament. Tegelijk is heel Gods Woord openbaring van Gods wil en daarmee in zekere zin een wet. En de straf of vloek van de wet is natuurlijk nauw verbonden met de wet zelf.

Maar als je wilt achterhalen wat de bedoeling is van een bepaalde tekst in het Nieuwe Testament over de betekenis van de wet, moet je goed beseffen dat er dus vele betekenisnuances zitten in het woord ‘wet’.

Bovendien, zelfs als je het woord ‘wet’ opvat in de eigenlijke betekenis van Gods geboden, valt er nog steeds een belangrijk onderscheid te maken. Er staan ruwweg twee soorten geboden in het Oude Testament:

  • De rituele of ceremoniële wet. Dat zijn de geboden die betrekking hebben op de tempeldienst, de joodse feesten, de reinigingswetten, de spijswetten enzovoort. Al deze dingen waren schaduwen die vooruitwezen naar een toekomstige werkelijkheid: Christus en zijn offer, zijn verlossingswerk.
  • De morele wet. Dat zijn de geboden die onderscheid maken tussen goed en kwaad, tussen rechtvaardig en onrechtvaardig.

Ook dit onderscheid is heel belangrijk, juist als het gaat om de vraag of de wet nog geldt voor christenen in het Nieuwe Testament.

Als Paulus zegt dat christenen vrij zijn van de wet, bedoelt hij dat op twee manieren:

  • De rituele wet is in Christus vervuld. De echte verlossing door het offer van Christus is werkelijkheid geworden en dus zijn de schaduwen die ernaar verwezen niet meer nodig.
  • Doordat Christus de vloek van de wet gedragen heeft, zijn christenen nu vrij van deze vloek. Ze hoeven zich daarom niet meer volmaakt aan de wet te houden. Ze krijgen vergeving voor hun zonden.

Vrij zijn van de wet heeft bij Paulus dus twee specifieke betekenissen: vrij van de rituele wet en vrij van de vloek van de wet.

Vloek

Die vrijheid van de vloek noemt Paulus expliciet in Galaten 3:

Want allen die uit de werken van de wet zijn, zijn onder de vloek. Er staat immers geschreven: Vervloekt is ieder die niet blijft bij alles wat geschreven staat in het boek van de wet, om dat te doen. En dat door de wet niemand gerechtvaardigd wordt voor God, is duidelijk, want de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Maar voor de wet is het niet: uit geloof, maar: De mens die deze dingen doet, zal daardoor leven. Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons een vloek te worden, want er staat geschreven: Vervloekt is ieder die aan een hout hangt, opdat de zegen van Abraham in Christus Jezus tot de heidenen zou komen, en opdat wij de belofte van de Geest zouden ontvangen door het geloof. (Galaten 3:10-14 HSV)

Paulus’ redenering is hier als volgt: als je eeuwig leven wil verdienen, moet je je volmaakt aan de wet houden. Dan moet je alles doen wat de wet je oplegt. Maar niemand kan dat. En dus ligt iedereen onder de vloek van de wet. Immers, ieder die niet alles doet wat er geschreven staat in de wet, is vervloekt! Maar die vloek heeft Christus gedragen. Hij hing immers als een vervloekte aan het hout. En nu krijgen we dus geen eeuwig leven meer door ons volmaakt aan de wet te houden, maar door geloof.

Daarom zijn we nu geen slaven meer van de zonde en de wet, maar vrije kinderen van God (Galaten 3:4-7). Maar daarom moet je dus ook niet meer proberen om zelf eeuwig leven te verdienen. Dat zegt Paulus in Galaten 5:

Sta dan vast in de vrijheid waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij belasten. Zie, ik, Paulus, zeg u dat, als u zich laat besnijden, Christus u van geen nut zal zijn. En nogmaals betuig ik aan ieder mens die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden. U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen. Want wij verwachten door de Geest, uit het geloof, de gerechtigheid waarop wij hopen. (Galaten 5:1-5 HSV)

Deze passage is lastig, omdat hier beide betekenissen, vrijheid van de vloek en vrijheid van de rituele wet, door elkaar lopen. Ze hebben ook alles met elkaar te maken. De functie van de rituele wet was namelijk om bij de joden het besef levend te houden dat hun een vloek boven het hoofd hing die afgewend moest worden. Nu de vloek is afgewend, zijn daarmee de rituelen overbodig geworden.

Een van die rituelen is de besnijdenis. Waarom zou je je nog besnijden? Nou, blijkbaar omdat je de vrijheid van de wet niet ziet. Als je wilt vasthouden aan de rituelen, dan wil je blijkbaar het eeuwige leven weer zelf verdienen. Dan misken je het offer van Christus.

Maar pas op! zegt Paulus. Dan moet je je wel volmaakt aan de wet houden, anders heeft het geen zin. En dat kun je niet. Dus dan kom je weer terecht onder de vloek. Dat slavenjuk moet je je niet weer laten opleggen!

Schaduwen

Explicieter noemt Paulus de rituele wet in Kolossenzen 2:

Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus. (Kolossenzen 2:16-17 HSV)

Hier gebruikt Paulus dus het woord ‘schaduw’ voor de voorschriften uit de rituele wet. Die dingen wezen vooruit naar het ‘lichaam’ van Christus. En nu we die tastbare werkelijkheid hebben, wat voor waarde hebben dan de schaduwen nog?

Nu is Paulus bepaald niet de enige in het Nieuwe Testament die zulke dingen zegt. Een groot deel van de brief aan de Hebreeën gaat over de relatie tussen het offer van Christus en de offerdienst in de tempel. En ook daar komt de tegenstelling tussen schaduwen en werkelijkheid ter sprake:

Want de wet, die slechts een schaduw heeft van de toekomstige heilsgoederen en niet het wezen van de dingen zelf, kan nooit met dezelfde offers, die zij jaar in jaar uit ononderbroken brengen, hen die naderen tot volmaaktheid brengen. (Hebreeën 10:1 HSV)

De schrijver van deze brief legt uit dat de offers in de tempel steeds herhaald moesten worden omdat ze niet echt verlossing brachten. Maar het enige echte offer van Christus bracht wel echt verlossing. Daarom was dat offer eenmalig en maakte het al die offers uit de rituele wet dus overbodig. Vandaar dat het voorhangsel in de tempel scheurde op het moment dat Jezus aan het kruis stierf (Mattheüs 27:51).

Verder hebben we het visioen van Petrus, waarin God hem vertelde dat het onderscheid uit de rituele wet tussen rein en onrein was opgeheven (Handelingen 10:15). Daarom besloten de apostelen in Jeruzalem om de christenen uit de heidenen niet lastig te vallen met de rituele voorschriften uit de wet van Mozes (Handelingen 15).

Kortom, vrijheid van de wet betekent voor christenen concreet dus twee dingen:

  • We hoeven de rituele voorschriften uit de wet van Mozes helemaal niet meer uit te voeren.
  • We hoeven de morele voorschriften uit de Bijbel niet meer volmaakt uit te voeren.

Maar dat wil dus niet zeggen dat we ons helemaal niet meer aan de morele wet hoeven te houden! Daarover een volgende keer.

2 REACTIES

  1. Geachte Heer Veldman,
    Naar aanleiding van wat ik overdacht tijdens mijn stille tijd, uit Jer. 18 las ik uw artikel over de Pottenbakker (waarmee ik instem) en daardoor kwam ik op uw site. Interessant, doordacht en evenwichtig.
    Ik ben betrokken geraakt bij de Messiaanse Beweging en las, aangetrokken door de titel, ook “Zijn Christenen vrij van de wet?” Ik herken er veel in. Kent u het boekje van Esther Noordermeer, “Vrij van de wet”? Ook zij onderkent de diverse betekenissen van het woord wet. U maakt in uw art. nog niet duidelijk of de Hoogtijden des Heren, slechts ceremoniële feesten zijn en of het sabbatsgebod werkelijk is afgeschaft. Wellicht kent u ook het vrij recent boek “Wake Up”.
    Ik hoor graag meer van u.
    Met vriendelijke, broederlijke, groet,
    Bram van den Berg

    • Bedankt voor uw reactie! De boeken die u noemt, ken ik niet. Wat betreft uw vraag: ik denk inderdaad dat de feestdagen uit het Oude Testament niet meer gevierd hoeven te worden. Nergens in het Nieuwe Testament wordt christenen bevolen die feesten wel te vieren. Integendeel. Wat betreft de sabbat ligt het iets anders, omdat het ritme van elke week één dag rust een scheppingsgegeven is. Maar we zitten als christenen niet meer vast aan een bepaalde dag (zaterdag) die we volgens strikte regels moeten heiligen. Rusten op zondag ligt gezien het Nieuwe Testament zeer voor de hand. Argumenten geef ik nu even niet in deze korte reactie. Ik volsta nu maar even met een verwijzing naar Calvijns visie op het vierde gebod: http://www.gerritveldman.nl/2-8-28-het-vierde-gebod/ (Institutie 2.8.28-34). Opvallend is dat Calvijn wel voor zondagsrust is, maar zondagsheiliging bijgeloof noemt.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in