Willem de Clercq – 1831 – Universiteit van Amsterdam, Universiteitsbibliotheek, Réveil-Archief, Verzameling De Clercq, Particuliere aantekeningen 1831

Willem de Clercq

Onderstaande tekst is afkomstig uit de persoonlijke aantekeningen van Willem de Clercq (1795-1844). De Clercq was één van de voormannen van het protestantse Réveil in Nederland, een opwekkingsbeweging die zich keerde tegen het heersende geloof van die dagen dat de mens in eigen kracht een deugdzaam en zelfs volmaakt leven zou kunnen leiden. De mannen en vrouwen van het Réveil wilden terug naar het oude gereformeerde geloof dat de mens uit zichzelf niets goeds kan doen en alleen door Gods genade gered kan worden.

Die overtuiging bepaalde ook de manier waarop zij hun kinderen opvoedden. Daarover gaat deze tekst. De Clercq beschrijft daarin enkele dagelijkse gebeurtenissen uit de opvoeding van zijn zoons Gerrit, Daniël, Stephanus en Gideon.

Het gezin De Clercq woonde in 1831 in Den Haag, waar De Clercq secretaris was van de door koning Willem I opgerichte Nederlandsche Handelsmaatschappij.

De tekst is letterlijk overgenomen uit het origineel. Ook aan de leestekens is niets veranderd. Alleen de data-aanduidingen heb ik gestandaardiseerd en hier en daar heb ik enkele woorden tussen [] toegevoegd ter verduidelijking.

De brontekst

Gerrit heeft veel goeds, doch kan geen bevelen of knorren dulden, mort spoedig, is eigenzinnig, jaloers en wil heerschen over de anderen.
Daan is huilerig en kwastig, doch veel liever dan voor eenigen tyd; hij is byzonder oplettend en als men zich met hem bezig houdt kan men veel van hem gedaan krygen.
Steven is allerliefst, doch kruidje roer me niet, opvliegend eer men ’t weet en dan byzonder zwart kykende.
Gideon wordt ook wel eens driftig, maar anders een allerliefst & goedig kind.

11 februari
De lessen begonnen. Gerrit had een zware bui. Daan had hem geslagen. Hy sloeg weêrom en wilde toch dat Caroline [De Clercqs vrouw] Daan strafte. Hij was allerkinderachtigst; ik zond hem naar boven, doch hy kwam echter spoedig terug.

14 februari
Steph. is minder zoet; hij & Gideon beginnen elkander veel meer te plagen dan voor heen.

23 februari
Gerrit had een opstel over Erasmus gemaakt. Hy onderhield my over deze van het tolhek tot half Schev. [Scheveningen] toe. Zyn inzicht en geheugen zijn groot; maar de indrukken van de eeuw kan men niet weg nemen. Erasmus zeide hy was zoo veel gematigder dan Luther

27 februari
Gerrit was twee keer ter kerk, niet uit eenig aanraden of byzondere goedkeuring van myn kant maar uit liefhebbery. Hy wist er byzonder veel van te vertellen en was regt zoet behalve nu en dan dat ongelukkige bemoeien en disputeeren; ’s avonds spraken wy met hem regt aangenaam over al ’t gehoorde en dit in eenvoudigheid.

2 maart
Budding [de onderwijzer] schreef over de Jongens. Met Daan heeft hy veel op. Deszelfs aanmerkingen zyn al zeer ter snede en memorie byzonder groot. Jammer is het dat G in het schryven zoo slordig is. Belangryk sprak ik ’s avonds met hem over Napoleon Oldenbarneveld etc. Voor de leesziekte ben ik by G bang. Men moet toch eenig voedsel geven. Buiten de litteratuur kan ik hem niet houden. Hy declameert nu de Hoeken & Kabel[jauwen] v Tollens.

3 maart
Grote instorting by G & D. Bitterheid, slaan van elkander, grote drift, sarren; ik wist haast niet hoe de zaak in orde te brengen.

9 maart
Daan minder zoet, weder de oude kuren, doch hy is ook verkouden.
Met Gerrit regt goed; hoe hy lust kan hebben zulk een heel lange preek van Mol. [ds. Molenaar] te horen begryp ik niet.
Gideon zeide heden tegen Car. Als je me opsluit dan zal ik zoo hard schreeuwen dat je hoofdpyn krygt.

17 maart
De gedurige driften van Daan & het sarren van Gerrit hinderden my ontzettend. De eerste na een half uur gehuild te hebben, kwam my echter aan het bureau opzoeken om Excuses te vragen.

18 maart
De luiheid & gedurige excessen van Gerrit maken my wel eens wrevelig dat is niet goed. Hij komt waarlyk goed vooruit en doet zyn best om fransch te spreken.

22 maart
De kinderen waren beter. Gerrit was nogal wel tegen my, doch tegen Caroline weder wat norsch en knorrig. Nauw scheelt hem iets of hy is boven mate zacht. Car. zeide hem dan ook dat dit daaruit voortkwam dat zoodra hy zich ziek gevoelde hij bang was te sterven, en dan wel gevoelde dat hy niet goed handelde.
Daan is liever met de twee kleinen doch Gerrit hindert dit nog al dat zij drieën het zonder hem in hun spelen kunnen stellen.

7 april
De harten van de kinderen zyn harder als men denkt. De ziekte van de poes maakte levendiger indruk dan de myne van den vorige dag by de twee kleintjes.

11 april
Hoe moeilyk is het liefderyk in alles te blyven, en toch zoo duizenden kleine dingen aan de kinderen te herinneren en hunne van orde steeds afwykende wil, telkens daartoe te brengen.
Gerrit verslindt Bunjan. Het is hem een voedsel dat hy in een oogenblik verteert. Moge het eens geestelyk voedsel voor hem zyn. Er blyft toch steeds wat van over.

12 april
Ik heb niet genoeg wysheid, niet genoeg zachtheid met de kinderen. Hunne gedurige twisten verbitteren my, en dit is niet goed. Ik let niet genoeg op hen op.

20 april
Op Daan was ik gisteren wat al te hard. Henriëtte heeft gelyk om de liefde van de kinderen te winnen moet men tonen dat men veel voor hen opofferen wil.
Hoeveel heb ik te leeren! – welk een pligt is er niet in de opvoeding.

22 april
Gerrit was my tot veel verdriet door sarachtigheid en luiheid. Hy wil vooral Dominé worden en dit prikkelt hem zeer. Heden begon hy beter. Mogt ik hem nu door liefde ondersteunen en winnen. Ik ben nog zo egoistisch.

6 mei
Die Steven is allerliefst. Gister hoorde Caroline hem zoo in eenvoudigheid tegen Gideon zeggen, Neen ik ben niet bang om te sterven want dan kom ik in den Hemel en dat met Engelachtige eenvoudigheid en die doordringende toon die hy dan heeft.

23 mei
In de laatste dagen maakten de kinderen het zeer slecht. Wy betreurden dat zy zoo veel minder gehoorzaam als de Westendorpjes zyn. De Vacantie is verre van probatum voor Gerrit. Naauw waren de logé’s weg, of hy was weder een geheel ander kind.

12 juli
Een allerbedroefdste dag met Gerrit. Sedert eenige dagen ja sedert ongeveer 14 dagen zyn de buien weder zeer erg geworden en op school hoewel hy wel kan oppassen is hy gedurig aan het ravotten en spelen en verbittert ook zyn meester die hem gedurig school houdt dat echter niet baat. Ontzettend despoticq als hy met andere kinderen speelt, is hy daarentegen allerongehoorzaamst of liever te zeggen, hy wordt boos als hem iets geboden of verboden wordt. Dit begint ’s ochtends met de ontevredenheid over zyn kleding daar hy, zonder laarzen das of rok beneden komt; dan is het uur van het school gaan het welk hy gedurig zoekt te overschryden. Eindelyk zyn er de gedurige dispuuten met de andere kinderen vooral met Willem Westendorp. In de verleden week kwam hy na den eeten te huis, en ten gevolge van eene vorige dreiging moest hy het met aardappelen voorlief nemen en daarna na zyn kamer gaan.- Doch dit alles verbitterde en verstokte. Ik zag er niet anders op als om het nog in liefde te beproeven nam hem mede om te wandelen en trachtte zyn hart te winnen; er kwam een straal van licht die door de opkomende duisternis verstikt wierd. Vrydag had hy veel plezier en ging met ons na Scheveningen. Toen kwam er iets van dankbaarheid in zyn hart waardoor het Zaturdag & Zondag beter ging. Doch heden morgen stormde het weder los begon met die ongelukkige laarzen en er kwam zoo veel brutaliteit dat ik genoodzaakt was hem van het lezen uittesluiten. ‘S middags sprak ik in alle liefde & kalmte met hem, doch zonder indruk. ‘S avonds weder halstarigheid en nu moest ik toegrypen en met schrik regeeren, doch ook dit verstokte en hy zeide naderhand grievende dingen. Diep was ik ter neder geslagen.- Het zwaard des geestes ging diep door myn hart en toonde my ook myne Zonden jegens myne ouders die echter dit weet God nimmer langer dan tot de avond duurden. Toen hy my weenen zag kwam hy ook by en hoe gaarne ik ook nog meer had gezien, moest ik hiermede voor lief nemen. Het was ten minste iets, meer dan ik nog de gehele dag had gezien. Wat moet ik doen. God leere my in myne zwakheid door zyne wysheid. Wordt onze ziele geschokt het is tot zegen. Het is my een diepe vernedering dat ik niet meer orde en rust onder myne kinderen kan bewaren. Zy zyn zoo ontzettend levendig en driftig, alle de Jongens geen uitgezonderd. En nu Heere wees my, wees myn kind om Jezus wil genadig. Amen.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in