Er zijn van die preken die je je decennia later nog steeds kunt herinneren. Omdat ze zoveel indruk maakten. Meestal is dat omdat je er veel van geleerd hebt. Omdat zo’n preek je tot een nieuw inzicht bracht. Soms is het simpelweg omdat de predikant een bijzondere manier van preken had. Dan maakte de vorm meer indruk dan de inhoud.

Maar soms blijft een preek je bij omdat je je eraan geërgerd hebt. Daarvan ken ik zelf een duidelijk voorbeeld. Het was in de tijd dat de eerste liturgische vernieuwingen hun intrede deden in de GKV. Dat leidde tot spanningen in de gemeente. En toen was er een dominee die die spanningen wilde bezweren door een beroep te doen op Paulus’ woorden over sterken en zwakken in het geloof.

Ik weet niet meer hoe concreet deze dominee dat maakte. Maar in elk geval wekte hij de indruk dat de zwakken in het geloof degenen waren die tegen veranderingen waren. De voorstanders van veranderingen waren de sterken. De sterken moesten rekening houden met de zwakken, door niet te veel veranderingen in één keer te eisen. En de zwakken? Die moesten zien dat ze een sterker geloof kregen, zodat ze ook voor veranderingen konden zijn.

Vast en zeker schets ik nu een karikatuur van die preek, omdat mijn herinnering natuurlijk vertekend is door mijn ergernis. Niet dat ik destijds tegen veranderingen was. Maar ik ben van nature conservatief en sta wel altijd kritisch tegenover veranderingen. Conservatisme op een meewarige manier gelijkstellen aan een zwak geloof voelde voor mij als een onterechte veroordeling.

Nu kun je tegenwoordig dit gebruik van het onderscheid tussen sterk en zwak nog steeds veel tegenkomen.

Er speelt immers nog steeds van alles in de kerk. Er wordt gepleit voor vrijheid, voor het loslaten van starre regels en van oude overtuigingen.

Maar helaas, er zijn zwakken in het geloof. Dat zijn mensen die krampachtig vasthouden aan allerlei regeltjes. Dit mag niet en dat mag niet.

Daarnaast heb je ook sterken in het geloof. Die zijn al een stukje verder gekomen en beseffen dat al die regeltjes er niet toe doen. Alles mag. Zolang je er in je eigen geweten maar van overtuigd bent dat het mag.

Natuurlijk, de sterken moeten van Paulus rekening houden met de zwakken. En dus doen we dat als sterken. Maar soms proef je iets van: het zou eigenlijk andersom moeten zijn. Want die zwakken vormen een belemmering voor onze vrijheid. En dat is lastig. Want individuele vrijheid is in onze tijd zo’n beetje het hoogste goed. Als ík maar kan doen wat ik wil.

Een beroep op het onderscheid tussen sterken en zwakken wordt dan zomaar gebruikt als argument om ruimte te creëren voor eigen afwijkende opvattingen.

Je ziet dit soort argumenten en emoties bijvoorbeeld opduiken bij een kwestie als de vrouw in het ambt. De zwakken zijn dan de mensen die nog willen vasthouden aan de oude opvatting dat kerkelijke ambten alleen voor mannen zijn. De zwakken lezen de Bijbel nog zoals men dat vroeger deed. De sterken zijn dan de mensen die ruimte zien voor de vrouw in het ambt. Want zij hebben de moed om de Bijbel uit te leggen volgens nieuwe leesregels. En daar moet toch ruimte voor zijn?

Alleen, is het wel terecht om bij dit soort kwesties een beroep te doen op het onderscheid tussen sterken en zwakken?

Ik denk het niet.

Als Paulus onderscheid maakt tussen sterken en zwakken in het geloof en oproept tot verdraagzaamheid tegenover zwakken, beperkt hij dat volgens mij tot een specifieke categorie gevallen: de zogenaamde adiafora.

Adiafora zijn ‘onverschillige’ dingen. Dingen die geen verschil maken. Die er niet toe doen. Dingen dus waar je over van mening mág verschillen.

Maar niet alle dingen zijn adiafora.

In Romeinen 14 geeft Paulus een aantal voorbeelden van dingen waarbij sterken rekening moeten houden met zwakken. Mag je vlees eten, of alleen plantaardig voedsel? Mag je wijn drinken? Zijn alle dagen gelijk, of moet je bepaalde dagen op een speciale manier in ere houden?

Nu was het in het Oude Testament inderdaad zo dat er verschil was tussen rein en onrein vlees. Het een mocht je eten en het andere niet. En er was verschil tussen de sabbat en de rest van de week en er waren bijzondere feestdagen waarop speciale regels golden. Maar in het Nieuwe Testament is dat anders.

Dus zegt Paulus:

Ik weet en ben ervan overtuigd in de Heere Jezus dat niets in zichzelf onrein is. Alleen voor hem die van mening is dat iets onrein is, voor die is het onrein. (Romeinen 14:14 HSV)

Paulus kan dit zeggen omdat God zelf heeft gezegd dat het onderscheid tussen rein en onrein is opgeheven (Handelingen 10:15).

En Paulus heeft het hier niet over bepaalde opvattingen of gedragingen, alsof elke mening of elke daad goed is. Nee, hij heeft het over dingen, zoals vlees en wijn. Die dingen zijn op zichzelf niet onrein. Je mag ze gebruiken.

Maar dat wil nog niet zeggen dat je ze mag gebruiken zoals je maar wil. Hij zegt niet dat elk gebruik van die dingen geoorloofd is. Bijvoorbeeld: dat wijn niet onrein is, betekent niet dat dronkenschap is toegestaan.

Ook in 1 Korinthiërs 8 heeft Paulus het over sterken en zwakken. En ook daar een concreet voorbeeld: het eten van offervlees van afgoden. Afgoden bestaan niet. Dus het eten van offervlees is op zichzelf niet verkeerd. Alleen, je moet natuurlijk geen speciale waarde hechten aan vlees dat aan afgoden is gewijd.

Kortom, als Paulus onderscheid maakt tussen sterken en zwakken, gaat het altijd om dingen die op zichzelf niet goed of fout zijn. Het maakt niet uit of je er gebruik van maakt.

Maar het maakt wel uit hoe je er gebruik van maakt.

En daarin zit het verschil tussen sterken en zwakken.

Het verschil tussen sterken en zwakken is niet dat de zwakken zich aan regels houden en de sterken niet. Nee, het punt is dat de zwakken teveel gewicht toekennen aan de dingen op zich. Ze kunnen offervlees niet los zien van de afgoden. Ze kunnen wijn niet los zien van dronkenschap. Ze kunnen geen onderscheid maken tussen goed en verkeerd gebruik van op zichzelf goede dingen.

En dáár moeten de sterken rekening mee houden. Paulus wil niet dat de sterken zich aan de regels van de zwakken blijven houden omdat die zwakken dat nu eenmaal zo graag willen. Nee, Paulus wil dat de sterken de op zichzelf reine dingen gebruiken op een manier die voorkomt dat zwakken ze verkeerd gaan gebruiken.

Sterken mogen zwakken niet ergeren of aanstoot geven, staat er. We vatten dat gemakkelijk zo op: sterken mogen bij zwakken geen irritatie wekken. Maar daar gaat het niet om. Sterken mogen geen struikelblok vormen voor de zwakken. Zij mogen er niet de oorzaak van zijn dat een zwakke ten val komt en zondigt. Dáár gaat het om (Romeinen 14:13 en 1 Korinthiërs 8:13).

Concreet: als een sterke veel wijn drinkt, omdat hij weet dat dronkenschap voor hem geen risico vormt, moet hij er wel rekening mee houden dat een zwakke misschien zijn voorbeeld volgt en wel dronken wordt. Dus kan hij beter toch wat minder of helemaal geen wijn drinken.

Of als een sterke gerust afgodenvlees eet, omdat hij weet dat dat gewoon vlees is en meer niet, moet hij er wel rekening mee houden dat een zwakke misschien zijn voorbeeld volgt en wel op die afgod gaat vertrouwen. Dus kan hij dat vlees toch maar beter niet eten.

Ik denk dat het niet zo moeilijk is om eigentijdse voorbeelden te noemen. Er zijn christenen die heel terughoudend zijn in het gebruik van moderne media. Sommigen gaan zo ver dat ze tv, film en internet als inherent zondig beschouwen. Maar anderen maken er volop en soms kritiekloos gebruik van. En je ziet dat dat vaak leidt tot een levensstijl die steeds meer gaat afwijken van wat de Bijbel leert. Met andere woorden: het zou bepaald niet verkeerd zijn als sterken hun mediagebruik zouden matigen, om te voorkomen dat zwakken door hun voorbeeld in zonde vallen.

Trouwens, wie zijn die sterken eigenlijk? Geldt voor ons allemaal niet: juist wie denkt dat hij sterk staat, moet uitkijken dat hij niet valt (1 Korinthiërs 10:12)?

Nu terug naar de kwestie van de vrouw in het ambt. Is dat ook een voorbeeld van zo’n adiaforon?

Is dat ook een kwestie waar je over van mening kunt verschillen als christen? Natuurlijk, voorstanders van de vrouw in het ambt zeggen graag van wel. Maar wat is het criterium?

Vaak wordt dan een beroep gedaan op het geweten. Als ik er in mijn geweten vast van overtuigd ben dat iets goed is, dan is het goed. Natuurlijk, die overtuiging moet gebaseerd zijn op de Bijbel. Maar als we die nu verschillend uitleggen? Wat geeft dan de doorslag? Het geweten dus.

Dat lijkt heel logisch en aanvaardbaar. Maar dat is het niet! Want op deze manier komt het geweten boven de Bijbel te staan. En op deze manier kun je uiteindelijk van alles adiafora maken. Bijbeluitleg wordt dan onderworpen aan willekeur.

Volgens mij kun je alleen dingen als adiafora beschouwen waar de Bijbel over zwijgt of die door de Bijbel zelf als adiafora bestempeld worden. Een voorbeeld van het eerste is het gebruik van moderne media. Een voorbeeld van het tweede is het drinken van wijn.

En in de tweede plaats moet het gaan over ‘dingen’. Dingen die op zichzelf niet goed op fout zijn, maar die je op een goede of verkeerde manier kunt gebruiken. Dat geldt voor moderne media en voor wijn. Bij zulke dingen kan het eigen geweten de doorslag geven of je ze gebruikt of niet, omdat de Bijbel zelf die vrijheid geeft.

Maar ‘de vrouw in het ambt’ is geen ding, maar een overtuiging. Het is een opvatting over hoe je het ding ‘ambt’ mag of moet gebruiken. Bovendien doet de Bijbel over dit gebruik wel degelijk duidelijke uitspraken: het mag niet. En dus is de vrouw in het ambt geen kwestie waar je over van mening kunt verschillen. Hier kan het geweten niet de doorslag geven, omdat de Bijbel dat al gedaan heeft.

Natuurlijk, voorstanders van de vrouw in het ambt zullen dat niet toegeven. Zij zeggen juist dat de Bijbel niet duidelijk is op dit punt. Maar komt dat niet doordat ze de Bijbel anders zijn gaan lezen? Ze kennen zoveel gewicht toe aan de culturele context van toen en de tegenstelling met nu, dat de bijbelse boodschap problematisch wordt. Ze erkennen de duidelijkheid van de Bijbel niet meer. Want de Bijbel kan iets wel duidelijk zeggen, maar daarmee is volgens hen de bedoeling voor nu nog niet duidelijk.

Maar dat is stof voor een ander artikel.

2 REACTIES

  1. Gerrit, dit is al een oud artikel, maar kom het nu pas tegen.
    Dit artikel spreek over hoe jij en vele gelovigen de Bijbel lezen en anders denken meteen afserveren, omdat het woord bewijst dat jij het aan het goede eind hebt.
    Helaas werkt dat zo niet met de Bijbel. Het is Gods Woordt, God spreekt tot ons, nog dagelijks, want het zijn geen dode letters, die je zomaar kan claimen.
    God inspireerde de schrijvers, soms liet Hij ze letterlijk dingen opschrijven, maar vaak spraken de schrijvers van uit hun hart en geweten vanuit hun culturelen en omgevings kader. Het is niet verkeerd om de schrijvers in de Bijbel te leren kennen. We weten allemaal wat Paulus was voor zijn bekering. Al is hij 100% omgedraait, van een Jezus hater naar Jezus volger, hij neemt nog wel een stuk verleden met zich mee. Ook Paulus moest dealen met zijn verleden. Maar hij heeft zo’n geweldige grote draai gemaakt, dat noemen ze op nieuw geboren worden, dat hij opnieuw moest leren lopen. Ieder kind dat leert lopen, valt wel eens. Zo ook Paulus, waar hij het heeft over de lange haren van de vrouw en dat mannen geen bedekking mogen dragen. Dat vrouwen moeten zwijgen en geen onderwijs aan de man mag geven.
    Als goed Christen zouden wij dan alle vrouwelijke hoogleraren en politica moeten verafschuwen?
    Wat is de huidige kerk anders dan de maatschappij waarin wij leven? Waarom andere normen en waarde hanteren?
    Is de ware kerk van Christus niet een kerk van boven? Een geestelijke kerk, waar een Katholieke -, Pinkster – en GKV gelovige samen het avondmaal vieren?
    Gerrit, de Bijbel is geen dode letter, het leeft en de H. Geest laat de schrijvers leven, zodat wij Godsboodschap beter kunnen begrijpen.
    Als een vrouw door God geroepen is en ons iets te vertellen heeft, als boodschapper van God, wie zijn wij dan om haar het zwijgen op te leggen.
    Mannen worden afgerekend op het woord wat zij spreken, zo ook de vrouw. We hoeven ons niets te laten gezeggen. Wij toetsen alles aan Gods Woord. Wat kan er fout gaan? Als God met ons is hoeven wij niet te vrezen.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in