De koraalbewerking over Christ lag in Todes Banden (BWV 695) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Christ lag in Todes Banden
Für unsre Sünd gegeben,
Er ist wieder erstanden
Und hat uns bracht das Leben;
Des wir sollen fröhlich sein,
Gott loben und ihm dankbar sein
Und singen halleluja,
Halleluja!

Als je alleen naar de titelregel kijkt, kun je gemakkelijk op het verkeerde been gezet worden: is dit een lied voor Goede Vrijdag of Stille Zaterdag? Ik heb wel eens een organist een bewerking over dit lied horen spelen op een lijdenszondag, met een zachte, donkere registratie…

Maar nee, vanaf regel drie is het onmiskenbaar: dit is een uitbundig Paaslied. De banden van de dood zijn verleden tijd, Christus is opgestaan!

Deze fantasie van Bach over dit Paaslied is een van mijn lievelingsstukken van Bach. De opzet lijkt vrij eenvoudig, maar dat is schijn. De uitwerking is geniaal en het is nog vrij lastig te spelen. Het is een manualiter stuk, driestemmig met de melodie in de middenstem. De beide buitenstemmen zorgen voor de feestelijke sfeer. In een vrijwel ononderbroken zestiendenbeweging zitten ze elkaar achterna in een driedelig ritme dat haast aandoet als een dans. Om de beurt laten ze het begin van de eerste en de vijfde regel horen als thema’s, waardoor het stuk een beetje het karakter van een fuga krijgt.

Na de fantasie volgt nog een koraalzetting.

Registratie:
Hoofdwerk: Praestant 8′, Roerfluit 8′, Octaav 4′, Superoctaav 2′
Bovenpositief: Praestant 8′, Holpijp 8′, Octaav 4′
Hoofdwerk+Bovenpositief

Koraal:
Hoofdwerk: Praestant 8′, Roerfluit 8′, Octaav 4′, Superoctaav 2′
Bovenpositief: Praestant 8′, Holpijp 8′, Octaav 4′
Pedaal: Praestant 16′
Hoofdwerk+Bovenpositief, Pedaal+Hoofdwerk

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in