De koraalbewerking over Allein Gott in der Höh sei Ehr (BWV 716) van Johann Sebastian Bach, gespeeld op het orgel van de Grote of Sint-Michaëlskerk in Zwolle (via Hauptwerk).

Allein Gott in der Höh’ sei Ehr’
Und Dank für seine Gnade,
Darum daß nun und nimmermehr
Uns rühren kann kein Schade.
Ein Wohlgefall’n Gott an uns hat,
Nun ist groß’ Fried’ ohn’ Unterlaß,
All’ Fehd’ hat nun ein Ende.

Deze bewerking bestaat uit een simpele driestemmige fuga over de eerste melodieregel. Tegen het eind klinken de eerste twee melodieregels in lange noten in de bas.

Natuurlijk verwijzen de driestemmigheid en de 3/2-maatsoort naar de drie-eenheid.

Of deze fuga wel echt van Bach is, is twijfelachtig. Het is ook niet bepaald een geniaal stuk.

Registratie:
Hoofdwerk: Octaav 8′
Bovenpositief: Praestant 8′, Octaav 4′
Borstwerk: Fluitgedekt 8′, Praestant 4′
Pedaal: Subbas 16′, Octaav 8′, Superoctaav 4′
Hoofdwerk+Bovenpositef, Hoofdwerk+Borstwerk

Maat 70:
Pedaal: – Subbas 16′, + Praestant 16′

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in