‘Jezus houdt van jou!’ Een kreet die je zomaar op straat kunt tegenkomen. Op een bord, een spandoek, een gevel. Soms wordt je aangesproken door iemand die het tegen je zegt. Het is tegenwoordig een populaire manier van evangelisatie: tegen mensen zeggen dat God of Jezus van ze houdt. Dat is immers een veel aantrekkelijker boodschap dan: ‘Je bent een zondaar en als je je niet bekeert, ga je voor eeuwig verloren!’

Maar kun je wel tegen elke willekeurige voorbijganger zeggen dat God van hem of haar houdt? Want is het wel waar dat God van alle mensen houdt?

‘Ja,’ zeggen veel christenen zonder aarzelen. ‘God houdt van alle mensen.’ En dan verwijzen ze naar de bekendste Bijbeltekst, het evangelie in een notendop:

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. (Johannes 3:16 HSV)

God heeft de wereld liefgehad, staat daar. Duidelijk toch? Alomvattender kan het niet. Dat moet wel over alle mensen gaan.

Maar er staat wel een voorwaarde bij. Er staat niet dat God zijn Zoon gestuurd heeft, opdat er niemand verloren gaat, maar iedereen eeuwig leven heeft. Nee, de redding geldt blijkbaar alleen voor wie gelooft.

Hoe kan dat? Als God van alle mensen houdt? Waarom redt Hij dan niet iedereen? Waarom laat Hij dan toch mensen verloren gaan? Houdt Hij dan wel echt van alle mensen?

Ik heb de indruk dat er drie veel voorkomende manieren zijn waarop geprobeerd wordt deze vragen te beantwoorden:

  • Men ontkent simpelweg dat er mensen verloren gaan.
  • Men beweert dat God het niet helpen kan dat er mensen verloren gaan.
  • Men beperkt het woord ‘wereld’ tot alleen de mensen die gered worden: de uitverkorenen.

Ik zal deze drie oplossingen nu een voor een langslopen.

1Gaat er niemand verloren?

Het lijkt heel simpel: óf God redt alle mensen, óf God houdt niet van alle mensen. En als er in Johannes 3:16 staat dat God van de wereld houdt, dan kan het dus niet anders, of alle mensen worden door Hem gered.

Maar als je het zo wilt zien, hoe zit het dan met die voorwaarde van geloof? En lees eens wat er op dit vers volgt:

Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God. (Johannes 3:17-18 HSV)

Je ziet dat God de wereld wil redden. God heeft zijn Zoon niet gezonden om te oordelen. Maar tegelijk staat er ook iets anders: wie niet gelooft, wordt toch veroordeeld. Sterker nog: die is al veroordeeld.

Nu zeggen sommige christenen dat je dat oordeel niet moet opvatten als een voor eeuwig verloren gaan. Zij zeggen: als God boos is op mensen, is dat juist omdat Hij van ze houdt. Net zoals ouders ook wel eens boos zijn op hun kinderen. Juist omdat ze het goede voor hen willen, worden ze boos als kinderen verkeerde en gevaarlijke dingen doen. Ze willen hen juist beschermen. En zo is het ook met God. Als God oordeelt, is dat om ze uiteindelijk toch te kunnen redden.

En inderdaad, God is een Vader voor zijn kinderen. Maar zijn alle mensen Gods kinderen? Volgens mij leert de Bijbel het heel anders. Alle mensen zijn van nature Gods vijanden (Romeinen 5:10). Alleen wie geloven, zijn zijn kinderen, kinderen van de gehoorzaamheid, kinderen van het licht. Wie niet tot geloof komen, zijn kinderen van de ongehoorzaamheid, kinderen van de toorn, kinderen van de duisternis, kinderen van de duivel (Efeziërs 2:2-3; 1 Johannes 3:10).

Dat betekent dus dat Gods vaderliefde niet geldt voor ongelovigen. Je kunt Gods toorn tegenover hen dan ook niet vergelijken met de boosheid van ouders tegenover hun kinderen. Je moet Gods toorn tegenover ongelovigen op een andere manier verbinden met zijn vaderliefde: omdat God van zijn kinderen houdt, wil Hij hen beschermen tegen het kwaad van wie niet zijn kinderen zijn. En daarom vernietigt Hij die uiteindelijk.

Als het om Gods toorn gaat, moet je dus altijd onderscheid maken tussen Gods toorn tegenover zijn kinderen en tegenover ongelovigen. De eerste is liefdevolle tucht om hen bij de zonde weg te houden, niet om hun zonden te wreken. De tweede is onverbiddelijke wraak, om de zonde te wreken en zijn kinderen tegen hen te beschermen. De eerste is tijdelijk, alleen in dit leven. De tweede begint al in dit leven, maar komt pas in volle hevigheid na dit leven en duurt voor eeuwig.

Als die tweede vorm van Gods toorn je treft, dan ga je dus voor eeuwig verloren. Dan is er geen redding.

2Kan God het niet helpen dat er mensen verloren gaan?

Maar als God niet alle mensen redt, hoe kan God dan de wereld liefhebben? Is het dan soms zo dat God wel wil dat alle mensen gered worden, maar dat Hij het niet kan helpen als het niet gebeurt? Moeten mensen er zelf voor kiezen om gered te worden? Is God dus afhankelijk van de mens? Ja, zeggen veel christenen.

Maar klopt dit wel? Als we nog verder lezen in Johannes 3, zien we een vers dat deze visie lijkt te ondersteunen:

En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht. (Johannes 3:19 HSV)

Op het eerste gezicht lijkt hier te staan dat de mensen veroordeeld worden omdat ze het licht (Jezus dus) afwijzen. Maar dat staat er niet. Ze worden niet veroordeeld omdat ze Jezus afwijzen. Nee, hun afwijzing is het oordeel!

Wat betekent dat? Volgens mij wil dit zeggen dat God zelf bepaalt dat sommige mensen Jezus afwijzen. Deze mensen zijn al veroordeeld. Ze worden veroordeeld omdat ze zondaars zijn. Zeker. Maar tegelijk geldt ook: ze blijven zondaars omdat God hen veroordeeld heeft.

En dat zie je vaker in de Bijbel: God verhardt het hart van de farao (Exodus 9:12; Romeinen 9:17). God zelf geeft zondaren over aan hun slechte begeerten (Romeinen 1:24) en zorgt ervoor dat zij dwalingen en leugens geloven (2 Thessalonicenzen 2:11). Zo zorgt God ervoor dat deze mensen niet tot bekering komen en verloren gaan!

Bovendien staat heel het evangelie van Johannes vol met teksten die laten zien dat niemand gered wordt als God het niet wil en dat iedereen gered wordt van wie God het wil. Een paar voorbeelden:

Want zoals de Vader de doden opwekt en levend maakt, zo maakt ook de Zoon levend wie Hij wil. (Johannes 5:21 HSV)

Alles wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en wie tot Mij komt, zal Ik beslist niet uitwerpen. … En dit is de wil van de Vader, Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verloren laat gaan, maar het doe opstaan op de laatste dag. … Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt. … Ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij. (Johannes 6:37, 39, 44, 45 HSV)

Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is. (Johannes 6:65 HSV)

Je kunt er dus niet omheen: God zelf bepaalt wie wel en niet gered worden. Er zijn geen mensen van wie God wel wil dat ze gered worden, maar bij wie het toch niet gebeurt.

Kortom, het idee dat God moet afwachten of mensen er wel zelf voor kiezen om gered te worden, is absoluut onbijbels.

3Houdt God alleen van de uitverkorenen?

Als God zelf uitkiest wie er gered worden en ieder die Hij uitkiest gered wordt, is het dan een oplossing om het woord ‘wereld’ in Johannes 3:16 te beperken tot de uitverkorenen? Immers, als God alleen de uitverkorenen liefheeft, is het logisch dat alleen zij gered worden.

Maar mag je het woord ‘wereld’ zo beperken? Ik denk dat dat toch echt te kort door de bocht is. Het woord ‘wereld’ – kosmos in het Grieks – duidt echt het geheel van Gods schepping en heel het menselijk geslacht aan. Het is ronduit onzinnig om dat te beperken tot een deel van de mensen.

Bovendien komt dit woord in het evangelie van Johannes veel vaker voor en regelmatig in een context waarin het juist niet op de uitverkorenen kan slaan. Een voorbeeld:

Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen.Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. … Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. (Johannes 17: 6, 9, 14 HSV)

Zomaar een paar verzen uit het zogenaamde hogepriesterlijk gebed van Christus in Gethsemané, voordat Hij gevangen genomen werd. Hier lees je juist een tegenstelling tussen de wereld aan de ene kant en de uitverkorenen aan de andere kant. De uitverkorenen zijn dus niet de wereld, maar komen uit die wereld. Ze zijn uit de wereld apart gezet en horen er nu niet meer bij. En sterker nog: Jezus zegt hier expliciet dat hij niet voor de wereld bidt, maar alleen voor zijn uitverkorenen.

Nu kun je natuurlijk zeggen dat het woord ‘wereld’ hier gewoon op een andere manier gebruikt wordt dan in Johannes 3:16. Maar dat geloof ik niet. Johannes gebruikt in zijn evangelie een aantal kernwoorden, die steeds terugkomen. Woorden als ‘woord’, ‘waarheid’, ‘licht’, ‘leven’. ‘Wereld’ is ook zo’n woord. Het lijkt me daarom logisch dat Johannes dat woord juist steeds in dezelfde betekenis gebruikt.

Hoe zit het dan? Ik denk dat je onderscheid moet maken tussen uitverkiezing en roeping. Slechts een beperkt aantal mensen is uitverkoren, ‘uit de wereld’. Maar de hele wereld is geroepen. Het bevel om te geloven geldt voor iedereen. Het aanbod van redding door Jezus Christus is voor iedereen. Niemand kan zeggen: het is niet voor mij.

En niemand kan zeggen: het aanbod is niet echt als je niet bent uitverkoren. Het aanbod is voor iedereen echt gemeend (Dordtse Leerregels III/IV artikel 8). Van harte. Oprecht. Liefdevol.

Ik geef toe, er zit voor ons gevoel iets dubbels in. Gods liefde voor zijn kinderen is niet hetzelfde als zijn liefde voor alle mensen. God houdt van alle mensen, maar vooral van zijn kinderen (1 Timotheüs 4:10). Zondaars die zich bekeren, heeft Hij lief. Maar zondaars die in hun zonde volharden, haat Hij (Psalm 5:6; Psalm 11:5). En toch wil Hij niet dat ze in hun zonde volharden. Hij heeft daar geen plezier in. Hij wil dat ze zich bekeren!

Daar doet God zelfs een eed op:

Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft! (Ezechiël 33:11 HSV)

Dit is Gods liefde voor de wereld, voor alle mensen. Waarom redt Hij dan niet alle mensen? Waarom bidt Jezus uiteindelijk alleen voor zijn uitverkorenen en niet voor de wereld?

Daar krijgen we nooit een bevredigend antwoord op. Wij kunnen alleen maar zeggen: omdat God het zo wil. Wij zijn God niet. Wij kunnen in dit mysterie niet verder doordringen. We moeten tevreden zijn met wat de Bijbel leert: God heeft er geen plezier in als er mensen verloren gaan. Toch heeft Hij besloten niet alle mensen te redden. En omdat God goed is, is het zo goed.

Maar kun je nu tegen elke willekeurige voorbijganger zeggen dat Jezus van hem of haar houdt? Ik durf niet zeggen dat het niet kan. Maar zo’n uitspraak mag nooit op zichzelf blijven staan. Want als er niet op volgt dat zondaars zonder geloof voor eeuwig verloren gaan, is zo’n uitspraak een halve waarheid en daarom een gevaarlijke leugen.

Bron foto: https://www.flickr.com/photos/32029534@N00/8376312803

4 REACTIES

  1. Mooi geschreven en uitgezocht. Maar is de uitspraak van de Heere Jezus zo absoluut als hij in deze Bijbeltekst lijkt te zijn? Aan het kruis zei Hij: “Vader, vergeef het hen.” Was dit ook niet een gebed voor de wereld? Hij zei erbij: Zij weten niet wat ze doen.”

    Ik denk zelf dat het in Johannes 17: 6, 9, 14 gaat om het wel of niet (er)kennen van Hem als de verwachte Messias. En niet om Gods verwerping. F. Godet zegt heel karakteristiek dat de Heere Jezus dit zei ( dat Hij niet voor de wereld bad) na het vaststellen van haar verzet tegen God en het volharden in het verwerpen van de Messias. (F. Godet, DD). Tegelijk zijn daar later ook Zijn tranen om het verwerpen van Hem als de Messias, toen Hij huilde om Jeruzalem.

    • Dank je voor je reactie!
      Je hebt gelijk dat Jezus’ uitspraak dat Hij niet voor de wereld bidt niet zo absoluut is dat Hij nooit voor de wereld bidt. Daar ging het mij bij dit citaat ook niet om. Maar Jezus maakt hier een tegenstelling tussen degenen die de Vader Hem gegeven heeft (de uitverkorenen dus) en de wereld. Hij bidt hier dus specifiek voor de uitverkorenen. En dus denk ik dat je kunt stellen dat er verschil is tussen Gods liefde voor de wereld als geheel (alle mensen) en voor de uitverkorenen.
      En het niet erkennen van Jezus als Messias, dat heeft natuurlijk alles te maken met Gods verwerping. Immers, wie Jezus wel erkent als Messias, doet dat doordat God hem zelf dat geloof gegeven heeft.

  2. De wereld staat voor alle mensen, dat er mensen onderling verschillen is een feit. God wil dat alle mensen behouden worden, daarom houdt God van alle mensen, de hele wereld. Ten slotte is het Zijn eigen schepping.
    Maar om voor Zijn Troon te verschijnen, moet je door een deur heen. Die deur Jezus Christus, wordt niet door iedereen geliefd. Zij die door die deur naar binnen gaan zijn de uitverkorenen, zij die geen vertrouwen hebben in Jezus zullen een andere weg gaan volgen, zij komen dus niet in de Troonzaal.
    Toch houd God van hen die dreigen te verdwalen in de duisternis, zolang de deur nog op een kier staat kunnen zij zich omkeren en alsnog de weg naar het licht opgaan om zich bij de stroom van uitverkorenen te voegen. Dat Jezus even alleen voor zijn volgelingen bid is begrijpelijk, want zij komen onder grote druk te staan, vervolging, heftige tegenstand, maar ook de verleidingen die juist ook heden te dagen zich opdringen. Satan gaat rond als een briesende leeuw. Daarom heeft Jezus ons niet alleen gelaten en ons de Heilige Geest na gelaten. Want alleen kunnen wij de druk van de wereld niet aan. In deze context heeft de wereld een andere betekenis, de wereld wordt ook vertaald als het aardse leven waar satan regeerd. Dus die twee werelden moeten wel gescheiden worden in betekenis.

    • Bedankt voor je reactie.
      Ik ben het met je eens dat in Johannes 17 het woord wereld in een andere context staat. Inderdaad is het daar de wereld vol zonde waar de satan regeert, de wereld waar de uitverkorenen geen deel meer van uitmaken. Maar tegelijk geloof ik dat dat dezelfde wereld is waarvan in Johannes 3 gezegd wordt dat God die liefheeft. Het evangelie komt naar iedereen in die wereld, juist omdat die wereld vol zonde is en de satan er regeert. Kortom, in Johannes 3 is het de wereld waaruit de uitverkorenen gered worden, in Johannes 17 de wereld waaruit zij gered zijn. Andere context, zelfde wereld.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in