Debora.

Een van de richters of rechters. Eén vrouw in een rijtje van elf mannen. Uitzondering of niet, er was in het Oude Testament dan toch maar een vrouw die met Gods goedkeuring de leiding had over Israël. Blijkbaar kan dat dus, dat een vrouw met gezag de leiding neemt over Gods volk. Ook over de mannen. En daarom is het niet zo vreemd dat zij genoemd wordt als argument om vrouwen toe te laten tot de ambten in de kerk. Ook in de gronden onder het besluit van de GKV-synode om vrouwen toe te laten als ouderling.

Maar staat er wel in de Bijbel dat Debora over Israël regeerde?

Volgens mij niet.

Er staan in Richteren 4 wel twee andere dingen. Ze was een profetes. En ze sprak recht.

Dat eerste wordt verder niet omschreven. Er wordt alleen een voorbeeld van gegeven als ze Barak ontbiedt en hem een bevel van de Heer overbrengt. Dat Debora profetes was, hield blijkbaar in dat ze fungeerde als een soort doorgeefluik van Gods woorden. In elk geval kun je op basis van Richteren 4 niet aannemen dat het in haar geval meer inhield dan dat.

Wat haar rechtspreken inhield, dat wordt wel omschreven. Ze trok niet rond door Israël. Ze bleef op een vaste plek, onder een palmboom die naar haar genoemd was. En wie een geschil had dat beslecht moest worden, kwam naar haar toe. Op mij maakt dat de indruk van een soort vrijwillige mediation. De partijen onderwierpen zich uit eigen beweging aan haar beslissingen. Omdat ze wisten dat zij een wijze vrouw was met profetische gaven. Mogelijk dat men een oordeel van haar accepteerde als een oordeel van God, juist omdat men wist dat ze profetes was.

In elk geval vind ik dit heel goed passen bij een tijd waarin Israël nog geen koning had en ieder deed wat goed was in eigen ogen. In zo’n tijd waren de richters gelegenheidsleiders. Verlegenheidsleiders. Richters hadden geen duidelijke functie. Elke richter vervulde die rol op zijn eigen manier. Voor sommigen betekende dat dat ze als een soort pseudo-koning regeerden (Gideon en zijn zoon Abimelech). Anderen deden eigenlijk niet meer dan op eigen houtje de confrontatie zoeken met de vijand (Samgar en Simson).

Eigenlijk hadden de richters maar één ding gemeen: ze verlosten het volk van vijanden (Richteren 2:16).

Maar juist op dat punt is Debora de grote uitzondering. Van haar wordt nergens verteld dat ze optrad leider voor heel het volk. Nergens wordt verteld dat zij gezag had over het volk. Dat ze het volk regeerde of aanvoerde. Nee, die ene keer dat er een leider voor heel het volk nodig is, roept ze Barak bij zich. En dan niet op eigen gezag of initiatief. Niet omdat zij hem iets te zeggen heeft. Nee, omdat ze een bevel van God voor hem heeft.

Barak moet Israël aanvoeren. Hij moet doen wat al die andere richters ook deden, maar Debora als enige in het rijtje niet doet. Hij moet Israël verlossen van de vijand.

Maar Barak durft niet. Niet alleen. Hij wil dat Debora mee gaat. Dat is natuurlijk ongeloof. Hij heeft te weinig vertrouwen. En daar wordt Barak voor gestraft. Maar die straf krijgt een speciale vorm. De strijd zal gewonnen worden. Maar de eer van de overwinning zal aan Baraks neus voorbij gaan. Dat niet alleen. Die eer zal gaan naar een vrouw.

Wat zegt dat? Maakt dat niet duidelijk dat Baraks man zijn hier een essentieel punt is? Barak wordt gestraft specifiek in zijn man zijn. Dan ligt het voor de hand om aan te nemen dat zijn zonde juist lag in zijn man zijn.

Baraks gebrek aan vertrouwen was niet zomaar een gebrek aan vertrouwen op de goede afloop. Nee, het was een gebrek aan vertrouwen op de goede afloop zonder Debora. Door zijn ongeloof meende Barak dat hij een vrouw nodig had om te kunnen winnen. Alleen met Debora durfde hij het aan. Alleen samen met haar durfde hij Israël de strijd in te leiden.

Maar dan ziet hij over het hoofd dat de taak die God hem geeft een mannentaak is. Geen vrouwentaak. Hij verzaakt zijn verantwoordelijkheid als man. Hij schuift die af op een vrouw.

Uit ongeloof weigert hij dus niet alleen maar een enkel bevel van de Heer. Het gaat verder. Hij weigert te zijn wie hij van de Heer moet zijn. Hij weigert heel zijn levensroeping. Hij zet Gods scheppingsorde op zijn kop. Zoals Adam deed toen hij Eva volgde in haar zonde.

En daarom gaat de eer van de overwinning niet zomaar naar een ander, maar juist naar een vrouw.

En dan niet doordat een vrouw de leiding neemt. Niet doordat een vrouw Israël gaat aanvoeren. Nee, het gaat juist heel anders. Jaël zorgt voor de overwinning. Maar dat doet ze niet op het slagveld. Dat doet ze niet door als een man mee te vechten, laat staan door voorop te lopen.

Jaël beslist de strijd in de privé-afzondering van haar tent. Volledig passend bij haar positie als vrouw. Zo zet God Barak beschaamd.

En zo onderstreept God de verhouding tussen mannen en vrouwen zoals Hij die bij de schepping bedoeld heeft. Vrouwen staan hun mannetje. Als het erop aankomt, kunnen ze heel goed doen wat mannen zouden moeten doen. Maar mogen niet de verantwoordelijkheid van mannen overnemen. Die moeten voorop gaan.

Debora als argument voor vrouwen in het ambt? Oké, ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die mijn uitleg niet accepteren. Die vinden dat ik er te veel in lees. Maar laten zij op z’n minst erkennen dat je er ook te veel in leest als je deze geschiedenis andersom wilt uitleggen.

Debora als argument voor de vrouw in het ambt? Beter van niet dus.

3 REACTIES

  1. Goed stukje. Ik zou het volgende nog ter overweging willen aanbieden.
    Uitzonderlijke oudtestamentische gevallen, voor Israël, kunnen we niet gebruiken als een excuus
    en voorwendsel om Gods geopenbaarde wil in het nieuwe testament tegen te spreken.

    En Deborah was inderdaad een uitzonderlijk geval ( net zoals toen God een ezel gebruikte om de valse profeet
    Bileam te berispen. Dit uitzonderlijke geval betekent niet dat het de regel is dat als God ons iets wil zeggen dat Hij dat voortaan via ezels doet)

    Het boek Richteren is een boek dat zich focust op Israëls ongehoorzame wegen en afwijzing van God, en de diepten van morele degradatie waarin zij zich begaven. Een “eenieder deed wat juist was in zijn ogen” (Richteren 17:6 en 21:25).
    Het is in deze context dat God een vrouw (Debora) aanwendde om over Israël te regeren.
    Men kan zelfs zeggen dat het beschamend was voor het volk Israel dat er een vrouw over hen gesteld was, vooral in die tijd. Er zit dus iets van straf in deze aanstelling.

    Maar het feit dat God de mens en zijn werken overstijgt om iets goeds te bereiken, rechtvaardigt niet onze eigen zelfgekozen en ongehoorzame pad en gebrek aan onderwerping aan Zijn Woord.
    Want een ieder die gewoon leest wat er staat (1 Timotheüs 2:11-14 en 1 Korinthiërs 14:34-37) zal tot de conclusie komen dat man en vrouw moreel gelijk zijn maar dat God wel degelijk een verschillende rol heeft toebedeeld aan mannen en vrouwen.

    Groet,
    Jacob

  2. Goed stuk. Wat mij ook opvalt is dat als het kennelijk uitkomt het oude testament nog van stal gehaald wordt. Terwijl men in de doorsnee woordverkondiging er niet veel meer van wil weten. Ook valt mij op dat de nieuwe vertaling spreekt van rechters. Volgens mij zijn richters meer en anders dan rechters.

    • Volgens mij is er in het Nederlands niet zoveel verschil tussen ‘rechter’ of ‘richter’. Het laatste is vooral een verouderd woord voor rechter. Toch heb ik inderdaad een voorkeur voor ‘richter’, omdat de richters uit de Bijbel niet te vergelijken zijn met onze rechters. Het is in de Bijbel vooral een algemene aanduiding van mensen die ieder op een heel verschillende manier een min of meer leidende functie hadden in een tijd dat Israël geen echte leiders had.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in